|
Voorbeeldbrief
aan Jehovah's Getuigen met belangrijke vragen
De
aanvaarding van hèt Evangelie
Voordat ik
met iemand Gods Woord wil delen, moet ik eerst even het volgende kwijt:
Als u de verderop voorgelegde vragen niet met "ja" beantwoordt,
heeft het geen zin om met elkaar over Gods Woord te spreken. U bent dan
namelijk (nog) geen gelovige volgens de bijbelse norm. In de Bijbel is
een gelovige synoniem aan iemand die gehoorzaam is aan Gods Woord. In
de praktijk betekent dit dat een gelovige zich te allen tijde aan Gods
Woord wil onderwerpen (= aanvaarden = geloven) ongeacht of hij de boodschap
op dat moment in detail begrijpt of niet.
Datzelfde
Woord maakt ons duidelijk dat Jezus van Nazareth na zijn opstanding werd
gesteld tot "Naam boven alle naam" (Fillipenzen 2:8-10), tot
Heere: "tot een Heere (= Jehovah uit het OT) en Christus gemaakt
heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt." (Handelingen
2:36) Net zoals Petrus, Stefanus, Paulus en al die anderen die geloofden
in de tijd dat het NT werd geschreven, betekent dat een gelovige de Here
Jezus Christus als zijn enige Heer aanvaard. Er is geen andere Naam, zoals
Handelingen 4:12 zegt: "En de zaligheid is in geen Anderen; want
er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven
is, door Welken wij moeten zalig worden." Een ieder die dit niet
eenmaal in z'n leven in z'n hart aanvaard heeft en dat belijd heeft aan
Christus Jezus, is geen gelovige (wedergeboren kind van God). Vervolgens
werkt Gods Geest niet in hem of haar en worden de verborgenheden in Zijn
Woord niet geopenbaard. De ervaring leert dat dit een goede communicatie
over bijbelse onderwerpen erg moeilijk maakt.
Er zijn in
hoofdzaak twee redenen dat u (nog) geen gelovige bent:
1) u hebt
hét Evangelie nog nooit gehoord;
2) u hebt
hét Evangelie wel gehoord maar niet onvoorwaardelijk èn
helemaal aanvaard. In het eerste geval is het verstandig om kennis te
nemen van Zijn Woord, dat uitgebreid spreekt over de genade die in Christus
Jezus wordt gegeven aan degenen die in Hem willen geloven. Het resultaat
van deze genadegift is eeuwig leven in Christus. (Joh. 3:16) + Romeinen
5:15,16: "Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift,
want indien, door de misdaad van een, velen gestorven zijn, zo is veel
meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van een mens
Jezus Christus, overvloedig geweest over velen. En niet, gelijk de schuld
was door den een, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld
is wel uit een misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele
misdaden tot rechtvaardigmaking." + Romeinen 6:23 "Want
de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige
leven, door Jezus Christus, onzen Heere."
In het tweede
geval is het dringend zaak dat u deze weg verlaat. Die weg die vaak via
organisaties, eigen wijsheid of andere namen loopt, leidt tot niets. Ik
heb al aangehaald dat Handelingen 4:12 dit zonder pardon duidelijk maakt.
Dus werp alle ballast van u af en aanvaard hét Evangelie onvoorwaardelijk
èn helemaal. Dan houd ik u nu graag de vragen voor die door een
gelovige uit volle overtuiging met "JA" worden beantwoord.
1) Bent u
met Christus gestorven en opgestaan? (Rom. 6:4,5)
2) Bent u
wedergeboren? (Joh. 3:3-5)
3)
Bent u behouden?
(Joh. 3:36 / 6:47 /1 Kor. 3:15)
4) Woont
de Heilige Geest in u? (Rom. 8:15 / Efez. 1:13)
5) Woont
Christus in u? (Efez. 3:17 / Rom. 6:5)
6) Bent u
een kind van God? (Gal. 3:26 / Rom. 8:16)
7) Bent u
gezet in de hemel? (Efez. 2:6 / Kol. 1:5)
8) Behoort
u tot het Lichaam van Christus? (Rom. 12:5 / Efez. 3:6)
9) Zijn uw
zonden vergeven? (1 Joh. 2:12 en 3:9)
10) Bent
u een nieuw schepsel? (2 Kor. 5:17 / Efez. 4:24)
11) Erft
u met Christus? (Efez. 3:6 / Rom. 8:17)
12) Behoort
u tot het Zaad van Abraham? (Gal. 3:14-18)
13) Woont
Jehovah (de Vader) in u? (Joh. 14:23)
In navolging
van God zelf wil een gelovige dat elk mens op aarde in Here Jezus Christus
gelooft zoals God dat bedoeld heeft. In de eenheid die Christus ons dan
geeft is het prettig van gedachten wisselen over de veelkleurige waarheid
die God ons via Zijn Woord de Bijbel geschonken heeft.
...........
|