|
||||||||||
|
Brief inzake terugtreding uit organisatie van Jehovah's Getuigen Aan de ouderlingen èn de gemeente van Jehovah's Getuigen te Zaltbommel Zaltbommel, 7 november 1995 Broeders en zusters, Langs deze weg wil ik iedereen op de hoogte stellen van het besluit dat ik heb genomen met betrekking tot de organisatie van Jehovah's Getuigen. De afgelopen maanden hebben wij schokkende ontdekkingen gedaan omtrent de eerlijkheid en de geloofsleer van de organisatie waar ook ik jarenlang voor leiding naar heb opgezien. Net als jullie dacht ik dat Jehovah, Christus, de bijbel en de organisatie onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Helaas heb ik nu ingezien dat dit absoluut niet het geval is. Die konklusie werd de laatste weken alleen maar versterkt door de schandalige manier waarop mijn man behandeld is door de ouderlingen. Als politieagenten hebben ze rondgereden om Willem te kunnen pakken. Zelfs nu hij van de dokter met niemand meer over het bedrog van de organisatie mag praten, en dus ook niet voor een comité kan en mag verschijnen, laten ze hem niet met rust. Dit bezorgt mij heel veel spanningen. Spanningen die ik niet kan en wil hebben en daarom heb ik het besluit genomen dat ik niets meer met deze onchristelijke organisatie te maken wil hebben. Ik trek me dan ook bij deze vrijwillig en definitief terug uit de organisatie van Jehovah's Getuigen. Graag wil ik jullie nog laten weten dat mijn geloof in Jehovah, Jezus en de bijbel alleen maar sterker is geworden omdat ik de waarheid uit de bijbel heb mogen zien. Ik wil daarom bekend staan als een Christen, iemand die gelooft in Christus. Diegenen die zich niet laten storen door het onbijbelse en dus onchristelijke verbod om met mij om te gaan, blijven bij mij van harte welkom. Verder zal ik blijven bidden voor jullie dat de echte waarheid ook jullie zal vrijmaken. Groeten, Hennie de Goeij-Wellner P.S.: zoals de bijbel in Mattheüs 18 : 15-17 en in 1 Timotheüs 5 : 20 duidelijk maakt moet een kwestie als deze voor de gehele gemeente besproken worden, vandaar dat ik in ieder geval iedereen via deze brief op de hoogte stel van de redenen van mijn terugtrekking uit de organisatie. Wie meer wil weten is welkom. -------- Helaas werd er door de "gemeente" niet gereageerd op deze brief. Wel door de ouderlingen. Die vroegen een paar keer of de brief wel haar eigen mening was en vertelden dat ze de beslissing zouden bekendmaken. De brief hebben ze uiteraard niet voorgelezen. |
||||||||||
|
Brief inzake uitsluiting T.W. de Goeij Aan de ouderlingen
van de gemeente van Jehovah's Getuigen te Zaltbommel Zaltbommel, 10 november 1995 Mijne heren, Naar aanleiding van uw telefonische mededeling van afgelopen maandag (6 november), dat ik uitgesloten ben en binnen één week in beroep kan gaan, kan ik u het volgende meedelen. Ik teken beroep aan tegen mijn uitsluiting uit de gemeente van Jehovah's Getuigen te Zaltbommel, op basis van het simpele feit dat er geen proces omtrent mijn uitsluiting is geweest. Zoals ik telkens als antwoord op uw drie telefonische oproepen om te verschijnen voor een comité al heb laten weten, mag ik van mijn arts op dit moment niet verschijnen voor een comité. Mijn gezondheidssituatie laat dit nu niet toe. Ik heb u verwezen naar mijn arts (dhr. Van den Bosch uit Zaltbommel) maar kennelijk hebt u daar geen informatie ingewonnen. Ik heb sterk de indruk dat u meent dat ik niet voor een comité wil verschijnen. Als die indruk bestaat dan is die toch niet van mij afkomstig. Ik heb u steeds gezegd dat ik op dit moment vanwege mijn gezondheidssituatie in combinatie met de heftige emoties die na ruim 33 jaar Jehovah's Getuigen zijn nu eenmaal boven komen, niet kan en mag verschijnen. In overleg met de arts komt er beslist wel een moment dat ik wel voor een comité kan en mag verschijnen. U kunt dat navragen bij mijn arts. Ondertussen heb ik bij een in dit soort gevallen gespecialiseerde advocaat, navraag gedaan over de grondwettelijke rechten van de mens en uw manier van handelen. Dhr. mr. J.C. Rhodius van Advocatenkantoor Bouwman & Rhodius te Utrecht, maakte mij duidelijk dat ieder mens, aangesloten bij welke organisatie of vereniging dan ook, recht heeft op een eerlijk proces en in ieder geval het recht heeft om gehoord te worden. Dit betekent dat uw handelwijze bij toetsing door een rechter zeer waarschijnlijk zal leiden tot een nietigverklaring van uw besluit tot uitsluiting. In een eventuele procedure zullen wij deze brief overleggen. Ik reken erop dat u deze weg niet wilt bewandelen en dat u de beslissing om mij uit te sluiten per direkt ongedaan maakt en dit binnen drie dagen schriftelijk aan mij bevestigt. Als mijn huisarts de tijd rijp acht, neem ik kontakt met u op om te verschijnen voor een comité. Hoogachtend, T.J.W. de Goeij c.c.: Bethel Emmen ------ Uiteraard hielp deze brief niets. Het dreigen met een advokaat ook niet. De kosten overziend hebben we besloten de prodecure met de advokaat niet in gang te zetten. De wens het onrecht aan te pakken was groot maar de realiteit gaf aan dat een kosbare en emotioneel moeilijke juridische weg waarschijnlijk onvoldoende zou opleveren. Het WTG staat namelijk boven de wet, ze hebben hun eigen wetten en ons rechtssysteem kan weinig aanvangen met dit "kerkelijk verenigingsrecht". Brief aan Getuigen van Jehovah te Zaltbommel Op de avond dat bekend werd dat hij werd uitgesloten, deed T.J.W. de Goeij de volgende brief bij bijna allle leden van de groep in Zaltbommel door de brievenbus. Het was zijn verslag van het onsmakelijke gebeuren tot dan toe. Het was tevens een dringende oproep om zelf te onderzoeken, te denken en conclusies te trekken. Ongelooflijk dat mensen waar je tientallen jaren mee hebt samengewerkt, zo zonder slag of stoot in een paar dagen tijd je niet meer willen kennen. De uitsluitingsregel van Jehovah's Getuigen is met echt een wanstaltig gedrocht dat met liefde, genade en zelfs gewoon menselijkheid niets van doen heeft. ----- Deze brief is gericht aan br. en zr. die mij zeer dierbaar waren en nog zijn. (dit is echter niet bedoeld ten nadele van anderen) Geliefde broeders en zusters, Omstreeks november 1995 kwam ik schokkende waarheden te weten omtrent gebeurtenissen die in de organisatie gebeurd zijn en nog gebeuren. Dat er iets niet klopte voelde ik zelf al jaren maar dat het zo erg was schokte mij zeer. Onmiddelijk heb ik een ouderling in de gemeente Zaltbommel gevraagd of hij wilde langskomen. Wij hebben die bewuste avond een gesprek gehad, hij kon helaas al de vragen die ik had niet beantwoorden. Het leek hem verstandig erop terug te komen met nog een ouderling. Het is echter bij dat ene gesprek gebleven, want nog diezelfde nacht stortte mijn leven na 33 jaar oprechte liefde voor God en voor mijn br. en zr., volledig in. Ik heb toen een hele nacht buiten gelopen, ik wist niet meer wat ik deed. Mijn zenuwen begaven het. De volgende morgen bezocht ik mijn huisarts en vertelde alles wat er gebeurd was. Hij zag direct dat ik dergelijke gesprekken met ouderlingen op dat moment zeker niet aankon, en gaf mij de raad dit uit te stellen tot ik emotioneel sterker was. Toen de broeders mij weer uitnodigden voor een gesprek, legde ik hun uit dat ik van de dokter het advies gekregen had met het gesprek te wachten tot het moment dat ik het wel aan zou kunnen. Ik vroeg dus om uitstel van een gesprek, ik wilde wel maar kon echt niet. Dit alles werd echter volkomen genegeerd door br. M., die van deze zaak afwist. Ik heb dus alleen met deze ouderling (br. M.) gesproken en verder met niemand. Deze br. M. heeft het heft zelf in handen genomen en heeft mij uit laten sluiten. Hij heeft het doktersadvies compleet genegeerd en bovendien ben ik nooit voor een comite verschenen. Dit alles dus door één broeder. Ook mijn br en zr. die ik zo liefhad (en zij mij, dacht ik) geloofde zonder pardon die ene broeder (opziener) en niet één van hen heeft ooit persoonlijk aan mij gevraagd wat er nou precies aan de hand was. Zo stenigden zij mij mede dood en ondertussen bleef de zaak in de gemeente netjes verborgen. Maar er is niemand die mij ergens van kan beschuldigen. Geliefde br. en zr., STA OP, en zeg mij: WAT DOE IK VERKEERD? Gij hebt geluisterd naar één mens, doch echter niet naar God die u barmhartig is en GENADE schenkt. Ik schenk jullie dat ook maar ik leg wel de verantwoording op jullie schouders. Er is in dit geval puur onbijbels gehandeld. Besef dat je een br. doodstenigt die veel liefde voor jullie had en nog heeft. Rom 14:4, Luk 6:36,37 en 38. Met een rein en zuiver geweten teken ik, Br. T.J.W. de Goey
|
||||||||||
| Naar begin | ||||||||||
|
Wim de Goeij en Mirjam de Goeij-van Loenen Brief inzake uitsluiting Wim de Goeij en Mirjam de Goeij-van Loenen Twee jaar nadat wij niet meer naar de vergaderingen gingen en zo'n anderhalf jaar dat wij ons luid en duidleijk uitspraken tegen de organisatie van Jehovah's Getuigen en het WTG, werden wij zelf uitgesloten. Dat was een bewuste keuze van ons omdat we uiteindeljk niets meer met het WTG te maken wilde hebben. De aanleiding was een telefoontje op tweede kerstdag van een vroegere "vriend" uit Zaltbommel. Ik vertelde hem dat ik "onder de kerstboom zat" en twee dagen later stonden er twee mannen uit Oss op de stoep om naar de kerstboom te komen kijken. Een paar uur later en een gesprek met anderen een paar dagen later leverde uiteindelijk een comité-zaak op. Mirjam wilde die niet meemaken. Ik wel, al was het alleen maar omdat ik zelf wilde meemaken of zo'n comité-zaak echt zo erg is. Dat laatste is meer dan bevestigd. Het is een zeer vernederende en walgelijke vertoning. Alles is niet meer na te vertellen maar na het eerste bezoek, schreef ik de onderstaande brief. Niet dat dit iets hielp. De volgende ronde bestond uit drie extra mannen uit andere plaatsen "die dit varkentje wel even zouden wassen". Inhoudeljk (Bijbels) had men niks, men kwam alleen maar met de WTG-lectuur en de daarbij uit het verband gerukte bijbelteksten. Van het hele gebeuren was ik een aantal dagen echt ziek! -------- Aan de ouderlingen
van de gemeente (Ussen) van Jehovah's getuigen te Oss Oss, 16 januari 1997 In vervolg op de comitézaak van 15 januari jl., teken ik beroep aan tegen de gang van zaken waarop de, aan het eind van de bijeenkomst bekendgemaakte, beslissing gebaseerd is ons uit te sluiten uit de gemeente van Jehovah's getuigen te Oss. Tevens teken ik protest aan tegen het feit dat u een offici‘le mededeling hieromtrent gaat doen, waarmee u andere Jehovah's getuigen een bepaalde wijze van handelen tegenover ons oplegt. De belangrijkste bezwaren tegen de gang van zaken op 15 januari jl. zijn: - Er is
geen gehoor gegeven aan het verzoek van mijn, niet aanwezig zijnde vrouw
Mirjam, het gesprek via de cassetterecorder op te nemen. U begrijpt dat ik de hele gang van zaken en de uiteindelijke beslissing met alle gevolgen van dien in eerste instantie niet van toepassing en daarmee onnodig en vervolgens niet als bijbels en christelijk beschouw. In een beroepszaak met onafhankelijke broeders wil ik daarom nogmaals het Woord Gods centraal stellen om uw dwalingen van het niet volgen van de bijbel tijdens de behandeling van mijn/onze zaak, te kunnen rechtzetten. W. de Goeij Atalantastraat 15 5345 GN Oss C.C. Bethel Emmen |
||||||||||
| Naar begin | ||||||||||