Inleiding
Jehovah's Getuigen (JG) beweren dat sinds 1914 Jezus Christus is wedergekomen.
Het is in feite een van de belangrijkste thema's van hun leer. Alles
wat men nu doet is a.h.w. "opgehangen" aan de onzichtbare wederkomst
van Jezus Christus in 1914. De gedachte berust ondermeer op de stelling
dat volgens de Bijbel in dat jaar 2520 jaren "tijden der heidenen" (profetie
van Daniël) voltooid waren en dat direct er achteraan Christus
wederkomst zou zijn. De Eerste Wereldoorlog was volgens de getuigen
een direct en onomstotelijk bewijs dat de toekomstverwijzing van Christus
in vervulling was gegaan. Vanaf die tijd leven wij in de eindtijd en
trekken de tekenen aan ons voorbij. Tot het moment van de "grote verdrukking"
en het daarop volgende moment dat God gaat ingrijpen in het wereldgebeuren.
Vanaf
1914 zijn diverse jaartallen genoemd door de organisatie van Jehovah's
Getuigen waarin gewezen werd op het naderende einde dat men "Armageddon"
noemt. Voor de meeste getuigen ligt 1975 als "gekenmerkt jaar" nog vers
in het geheugen. Inmiddels is het noemen van jaartallen bij de getuigen
naar de achtergrond geschoven. Zelfs de leer die jarenlang over de hele
wereld werd gepredikt dat alles conform de Bijbel in één
geslacht van 70 tot 80 jaar zou plaatsvinden, is inmiddels officieel
verlaten. Dat kan ook niet anders want de tijd heeft die tientallen
jaren uitgedragen leerstelling al ruim achterhaald. Toch blijft "1914"
overeind ondanks dat het duidelijk is dat het hier gaat om een niet
door de Bijbel ondersteunde leerstelling. Dat de organisatie van Jehovah's
Getuigen zich niet afkeert van deze dwaalleer dient een duidelijk doel.
Zou men 1914 verlaten dan valt elke bestaansgrond onder deze groepering
weg! En dat kan natuurlijk niet; daarvoor is de organisatie te groot
en te machtig geworden.
Bezie
alstublieft het aangedragen materiaal en oordeel uiteindelijk voor uzelf
of Jezus Christus al is wedergekomen of dat dit nog moet gebeuren. Maak
voor uzelf uit of de handelwijze en leerstellingen van de organisatie
van Jehovah's Getuigen uit God zijn of niet. Bepaal dan aan wie u onderworpen
wilt zijn: aan de Here Jezus Christus of aan het wachttorengenootschap.
De leringen en voorspellingen omtrent Christus
wederkomst vanaf Charles Taze Russell (1870)
Voor
wie het niet weet, moeten we eerst even uitleggen wie Charles Taze Russell
(1852-1916) was. Zijn ouders waren van Schots-Ierse afkomst, calvinist
en lid van een presbyteriaanse kerk. Op zeventienjarige leeftijd brak
Russell jr. met de kerk van zijn ouders. Een jaar later kwam hij in
aanraking met de adventistische christenen, oftewel christenen die sterk
gericht zijn op de wederkomst van Christus. Russell nam van hen de verwachting
van de spoedige wederkomst van Christus over. De adventisten wisten
zelfs een datum te noemen die door Russell geaccepteerd en later tot
het einde toe verdedigd werd. Dat was het jaar 1874. Hij gaf echter
aan die verwachting een heel andere wending. Jezus zou niet letterlijk-lichamelijk
wederkomen maar onzichtbaar, iets wat ook in sommige andere adventistische
christenen ook geleerd werd. Samen met een adventistische leider (Barbour)
schreef hij een boek (Three World or Plan of Redemption). Daarin
leerden zij dat de onzichtbare wederkomst (aanwezigheid) van Christus
begonnen was in de herfst van 1874. Er zou een tijd van oordelen volgen,
die zou eindigen in 1914 met het definitieve aanbreken van het Koninkrijk
van God. Deze gedachte heeft Russell nooit losgelaten.
Na een conflict in 1878 met Barbour, stortte Russell zich vol overgave
op het publiceren van zijn gedachtengoed omtrent de wederkomst van Christus.
Hij was daar zoveel mee bezig dat het jaar -en het liefst de datum-
van Christus wederkomst, belangrijker voor hem was in zijn geschriften
dan de verkondiging van het Evangelie van de Genade. Russell bleek een
echte "rekenaar" te zijn die zijn berekeningen bezag als rechtstreeks
ingegeven door God. Hij betitelde zich daarom als "de engel van Laodicea"
of de "laatste boodschapper" (de 7e engel) uit Openbaring 3. Het voert
in deze brochure te ver om dieper in te gaan op de persoon Russell,
zijn leven en zijn rekenarij (onder andere de pyramideleer). Er is echter
voldoende materiaal over beschikbaar. Waar we wel bij stilstaan is wat
Russell nou precies voorzegd heeft en hoe hij daaraan kwam.
1874 - 1878 - 1914
Russell
berekende dat de schepping van de mens in het jaar 4128 vóór
Christus was. Twee jaar later, in 4126, viel de mens in zonde. De duur
van de wereld zou zevenduizend jaar zijn. De laatste duizend jaar is
het duizendjarig vredesrijk. Er blijven dus zesduizend jaar over. Zesduizend
jaar na 4126 brengt de wederkomst van Christus op 1874. Ook een andere
berekening was mogelijk. Daarbij ging Russell uit van het jubeljaar
(Leviticus 25:10). Het duizendjarig vredesrijk zou immers één
groot jubeljaar zijn! Het jubeljaar werd elke vijftig jaar gevierd.
Gaan we vijftig met vijftig vermenigvuldigen dan komen we op 2.500 jaar.
Russell berekende dat het laatste jubeljaar door Israël gevierd
werd negentien jaar voor de wegvoering in Babylonische ballingschap.
Hij stelde dat jaar op 606 of 607 vóór Christus. Negentien
jaar eerder brengt op 626. Tellen we 2.500 jaar later dan komen we op
1874. Christus keerde in oktober 1874 op aarde weder. Dat gebeurde echter
niet lichamelijk, maar onzichtbaar, als Geestwezen.
Geslacht
Evenals
Jezus na Zijn doop drieeneenhalf jaar gepredikt had voordat Hij (met
Pasen en Hemelvaart) verheerlijkt werd, wachtte Christus ook nu drieeneenhalf
jaar (tot april 1878) met de uitoefening van Zijn koninklijke ambt.
Toen werden de apostelen en martelaren opgewekt en deze bevinden zich
nu, eveneens als geestwezens, bij Christus. Alle ware gelovigen in Jehovah
worden sinds 1878, na hun sterven, ook terstond in geestwezens veranderd
om bij Christus en de apostelen en martelaren te zijn. Jezus heeft gezegd,
dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen
geschied zijn (Matth. 24:34). Een geslacht is in de Bijbel veertig jaar.
Veertig jaar na 1874, dus in 1914, zal het duizendjarig vredesrijk aanbreken.
Tijden der heidenen
Nog
een derde berekening onderstreepte Russells mening. In Lukas 21:24 spreekt
Jezus in Zijn rede over de laatste dingen over de vervulling van de
tijden der heidenen. Die tijden der heidenen zijn begonnen met de wegvoering
van Isra‘l in ballingschap door koning Nebukadnezar in het jaar 606.
Dani‘l 4:16 zegt dat Nebukadnezar zeven tijden krankzinnig zal zijn.
Openbaring 12:6 en 14 zegt dat drieeneenhalve tijd 1.260 dagen zijn.
Zeven tijden zijn dus 2.520 dagen. Een dag staat voor een jaar. 2.520
jaar na 606 vóór Christus brengt op het jaar 1914. Deze
berekening wordt hedentendage ook door het wachttorengenootschap aangehouden.
In het veelgebruikte "Redeneren-boekje" (voor intern gebruik) van de
JG is de berekening afgedrukt:
 |
Over
deze profetie en de berekeningen gaan we verderop dieper in omdat op
dit deel van de leerstellingen van de JG alle activiteiten en leringen
gebaseerd zijn. Als "1914" niet klopt dan stort het hele bouwwerk (en
dus alle activiteiten in elkaar). De leiding van de JG weet dat maar
al te goed en blijft daarom dit punt consequent, doch minder nadrukkelijk,
overeind houden.
Wat
verwachte Russell nu precies voor 1914. Het boek "The Time Is At Hand"
(tweede deel Schriftstudi‘n) van C.T. Russell uit 1889, geeft het volgende
weer:
In
dit hoofdstuk leveren we het bijbelse bewijs, dat het volledige einde
der tijden der heidenen, d.i. het VOLLEDIGE EINDE van hun heerschappij,
in het jaar 1914 bereikt zal zijn; en dat dit de uiterste datum van
onvolmaakte mensenheerschappij zal zijn. En het zij opgemerkt, dat
aangezien dit als een vaststaand feit in de Schriften verankerd is,
het zal bewijzen:
Ie. Dat op die datum, het koninkrijk Gods, waarvoor onze
Heer ons leerde bidden, Uw Koninkrijk kome" VOLLEDIGE, UNIVERSEELE controle
zal krijgen en dat het "opgericht", of vast op deze aarde bevestigd
zal zijn.
2e.
Dat Hij die het recht heeft om op deze wijze de heerschappij over te
nemen, dan als de nieuwe Regeerder over de aarde tegenwoordig zal
zijn; en niet alleen dat, maar het zal ook bewijzen, dat hij een
aanzienlijke periode voor deze datum aanwezig zal zijn; omdat Hij de
omverwerping van deze heidense regeringen veroorzaakt door hen stuk
te slaan als pottenbakkerswerk, om in hun plaats zijn eigen rechtvaardige
regering op te richten (Ps.2:9; Openb. 2:27).
3e.
Dat enige tijd voor het einde van 1914 het LAATSTE LID van de
goddelijke erkende Kerk van Christus, "het koninklijke priesterschap",
"het lichaam van Christus", zal zijn verheerlijkt met het Hoofd;
omdat elk lid met Christus zal regeren met Hem als mede‘rfgenaam van
het koninkrijk, en dit kan niet volledig worden opgericht, als niet
alle leden opgenomen zijn.
4e.
Dat vanaf die tijd Jeruzalem niet langer door de heidenen vertreden
zal worden, maar dat het zich uit het stof van goddelijke ongenade
tot eer zal herstellen, omdat dan de "tijden der heidenen" dan vervuld
of ge‘indigd zijn.
5e.
Dat op die datum of eerder, Israël's blindheid zal beginnen
te verdwijnen, omdat deze "gedeeltelijke verharding" slechts zou
duren totdat de "volheid der naties" binnengegaan is (Rom. 11:25) of,
in andere woorden, totdat het volle aantal der Heidenen, die leden zullen
zijn van het lichaam of bruid van Christus, alle uitgekozen zijn.
6e.
Dat de "grote verdrukking, zoals er nooit eerder geweest is", zijn
hoogtepunt zal bereiken in een over de hele wereld verbreide anarchie;
en dan zullen de mensen leren stil te zijn, en ze zullen weten, dat
Jehovah God is en dat hij verheven is op de aarde (Ps. 46:11). De toestand
der dingen, waarvan gesproken is, zoals het bulderen der zee, de smeltende
aarde, vallende bergen en brandende hemelen zal dan voorbij gaan, en
de "nieuwe hemel en aarde" met haar vreedzame zegeningen zal dan door
een door zorgen verslagen mensheid worden erkend. Maar de Gezalfde des
HEEREN en zijn rechtmatige en rechtvaardige authoriteit zal als eerste
door een groep van Gods kinderen, die door de 'grote verdrukking' komen
worden erkend -de klasse voorgesteld door 'm' en 't' op de kaart der
eeuwen (zie ook pagina 235 en 239, vol. 1) -; daarna aan het einde door
het vleselijke Israël; en ten slotte door de mensheid in het algemeen.
7e. Het bewijs zal dan geleverd worden, dat voor deze datum Gods
Koninkrijk met macht op de aarde opgericht zal zijn en dan het heidense
beeld uit Dan. 2:34 zal vermorzelen en de macht van deze koningen volledig
over zal nemen. Haar eigen macht en heerschappij zal bevestigd zijn
zodra zij door haar invloed en vertegenwoordigers de 'bestaande machten'
(burgerlijke en kerkelijke), ijzer en leem, verplettert en verstrooit.
De
verwachtingen van Russell zijn op dit moment bijna onbekend voor de
JG. Niet verwonderlijk natuurlijk omdat niet één voorzegging
uitgekomen is. Christus regeert nu bepaald niet op aarde! Het
enige wat men nu nog over- gehouden heeft, is de passage over de "tijden
der heidenen". De voorspelling over de grote verdrukking en anarchie
wordt gelegd over de eerste wereldoorlog en wat er verder aan ellende
volgde. Over de rest van de punten spreekt men gewoon niet meer. Russell
veranderde nooit zijn mening dat Christus in 1874 onzichtbaar zou zijn
teruggekeerd en in 1914 het vredesrijk zou aanbreken. Dus ook niet nadat
in 1914 niet gebeurd was wat hij had voorzegd. De "gedrevenheid" voor
jaartallen in combinatie met de positie die hij zichzelf toebedacht,
bleek een prima voedingsbodem te zijn voor wat we het beste kunnen omschrijven
als het begin van een lange periode van "gegoochel met getallen en jaartallen"
door Russell en zijn opvolgers. Helaas was dat het resultaat van hoogmoedigheid
en de onwil om op tijd de verkeerd ingeslagen weg weer te verlaten.
Rutherford
Ook
Rutherford bleef aan 1874 en 1914 vasthouden. Op een van de congressen
(Ohio, 1922) zei hij: "De waarneembare feiten laten duidelijk zien,
dat de dag van voorbereiding aanving vanaf 1874, dat deze dag eindigde
met 1914, en dat in 1918 of daaromtrent de Heer naar zijn tempel kwam."
Weer werd er voorbijgegaan aan het feit dat in 1914 de voorzegde gebeurtenissen
niet plaatsvonden. In plaats van de verkeerde voorspellingen en het
jaar 1914 los te laten, spande men zich vanaf Rutherford tot nu toe
in om het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als zijnde voorzegd door
Jehovah's Getuigen, in de gedachten van de volgelingen te krijgen.
Het
veel gebruikte boek "De Openbaring haar grootste climax is nabij" uit
1988 laat, op blz. 105b par. 4,5 het volgende zien:
4:
"Sedert het midden van de jaren '70 van de vorige eeuw heeft Jehovah's
volk verwacht dat er in 1914 catastrofale gebeurtenissen zouden beginnen
die het einde zouden kenmerken van de tijden der heidenen. Dit is de
periode van "zeven tijden" (2520 jaar) die zich uitstrekken van de omverwerping
van het Davidische koninkrijk in Jeruzalem in 607 v.G.T. tot het op
de troon plaatsen van Jezus in het hemelse Jeruzalem in 1914 G.T.
" 5: "Toen C.T. Russell, de eerste president van het Wachttorengenootschap,
op 2 oktober 1914 's morgens vroeg binnenkwam voor de ochtendaanbidding
met de Bethelfamilie in Brooklyn (New York, VS), deed hij derhalve de
volgende aangrijpende aankondiging: "De tijden de heidenen zijn ge‘indigd;
hun koningen hebben hun dag gehad." Ja de wereldomvattende omwenteling
die in 1914 begon, was zo verstrekkend dat vele oude monarchie‘n verdwenen................."
Wie nu dus een JG vraagt wat er voor 1914 voorspeld was, krijgt bijna
altijd te horen dat de verschrikking die we nu kennen als Eerste Wereldoorlog,
voorspeld was als begin van de vervulling van de profetie van Mattheüs
24. Maar dat was nou net niet wat Russell voorspeld had omdat in zijn
redenering de grote verdrukking er in 1914 al op zat en Christus sinds
1874 onzichtbaar was wedergekomen. En zoals iedereen in het boek van
Russell zelf heeft kunnen lezen, waren de catastrofale gebeurtenissen
waar de JG op doelen niet voorzegd. Veeleer zegenrijke gebeurtenissen!
Hij verwachtte Christus Vrederijk letterlijk op aarde vanaf 1914. Het
zou een einde maken aan de heerschappij van mensen en wereldomvattende
vrede brengen. Zo moeilijk is het vandaag de dag toch niet om te constateren
dat de mensheid daarin nu niet leeft. Zelfs de JG kunnen daar niet omheen.
Zij hebben daarom de leer aangepast op dit punt door achteraf te stellen
dat in 1914 Christus onzichtbaar wederkwam in plaats van in 1874, gevolgd
door de "benauwdheid" uit Mattheüs 24 die binnen een "geslacht"
zou eindigen in de oorlog van Armaggedon. Nog heel wat jaartallen waarop
"Armageddon" zou beginnen, werden daarna zonder terughoudendheid genoemd.
De huidige weergave van Russells voorspellingen is dus een zeer ernstige
verdraaiing van de feiten.
De
officiële leer waar het allemaal mee begon, is inmiddels verlaten,
overigens zonder dat dit bekend is onder de volgelingen. De "tijden
der heidenen" en de onzichtbare wederkomst van Jezus Christus wordt
nog wel verdedigd. Twee hoofdthema's als absolute fundamenten waarop
het stelsel aan dogma's en regels van de JG is gebouwd. Wat kunnen we
inbrengen tegen deze fundamenten? Op deze vraag willen we graag antwoord
geven. We beginnen bij de profetie omtrent de "tijden der heidenen".
Wie
nog meer wil weten over de voorzeggingen en wat daaromtrent gepubliceerd
is door het wachttorengenootschap, verwijzen we naar de bijlage achter
in deze brochure, die door een voormalig Getuige is geschreven. In andere
publicaties staat nog meer.
Profetie
over Babel
Wat
zegt die profetie nu precies? In hoofdstuk 4 van Daniël staat:
1
De koning Nebukadnezar aan alle volken, natien en tongen, die op den
gansen aardbodem wonen: uw vrede worde vermenigvuldigd!
2 Het behaagt mij te verkondigen de tekenen en wonderen, die de allerhoogste
God aan mij gedaan heeft.
3 Hoe groot zijn Zijn tekenen! en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Rijk
is een eeuwig Rijk, en Zijn heerschappij is van geslacht tot geslacht.
4 Ik, Nebukadnezar, gerust zijnde in mijn huis, en in mijn paleis groenende,
5 Zag een droom, die mij vervaarde, en de gedachten, die ik op mijn
bed had, en de gezichten mijns hoofds beroerden mij.
6 Daarom is er een bevel van mij gesteld, dat men voor mij zou inbrengen
al de wijzen van Babel, opdat zij mij de uitlegging van dien droom zouden
bekend maken.
7 Toen kwamen in de tovenaars, de sterrekijkers, de Chaldeen en de waarzeggers;
en ik zeide den droom voor hen; maar zij maakten mij zijn uitlegging
niet bekend;
8 Totdat ten laatste Daniel voor mij inkwam, wiens naam Beltsazar is,
naar den naam mijns gods, in wien ook de geest der heilige goden is;
en ik vertelde den droom voor hem, [zeggende]:
9 Beltsazar, gij overste der tovenaars! dewijl ik weet, dat de geest
der heilige goden in u is, en geen verborgenheid u zwaar is, zo zeg
de gezichten mijns drooms, dien ik gezien heb, te weten zijn uitlegging.
10 De gezichten nu mijns hoofds op mijn leger waren [deze]: Ik zag,
en ziet, er was een boom in het midden der aarde, en zijn hoogte was
groot.
11 De boom werd groot en sterk; en zijn hoogte reikte aan den hemel,
en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde;
12 Zijn loof was schoon, en zijn vruchten vele, en er was spijze aan
dezelve voor allen; onder hem vond het gedierte des velds schaduw, en
de vogelen des hemels woonden in zijn takken, en alle vlees werd daarvan
gevoed.
13 Ik zag [verder] in de gezichten mijns hoofds, op mijn leger; en ziet,
een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemel,
14 Roepende met kracht, en aldus zeggende: Houwt dien boom af, en kapt
zijn takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijn vruchten, dat
de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogelen van zijn takken;
15 Doch laat den stam [met] zijn wortelen in de aarde, en met een ijzeren
en koperen band in het tedere gras des velds; en laat hem in den dauw
des hemels nat gemaakt worden, en zijn deel zij met het gedierte in
het kruid der aarde.
16 Zijn hart worde veranderd, dat het geens mensen [hart] meer zij,
en hem worde eens beesten hart gegeven, en laat zeven tijden over hem
voorbijgaan.
17 Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze begeerte is in
het woord der heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste
heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan
wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen.
18 Dezen droom heb ik, koning Nebukadnezar gezien; gij nu, Beltsazar!
zeg de uitlegging van dien, dewijl als de wijzen mijns koninkrijks mij
de uitlegging niet hebben kunnen bekend maken; maar gij kunt wel, dewijl
de geest der heilige goden in u is.
19 Toen ontzette zich Daniel, wiens naam Beltsazar is, bij een uur lang,
en zijn gedachten beroerden hem. De koning antwoordde en zeide: Beltsazar!
laat u de droom en zijn uitlegging niet beroeren. Beltsazar antwoordde
en zeide: Mijn heer! de droom [wedervare] uw hateren, en zijn uitlegging
uw wederpartijders!
20 De boom, dien gij gezien hebt, die groot en sterk geworden was, en
wiens hoogte tot aan den hemel reikte, en die over het ganse aardrijk
gezien werd;
21 En wiens loof schoon, en wiens vruchten vele waren, en waar spijze
aan was voor allen, onder wien het gedierte des velds woonde, en in
wiens takken de vogelen des hemels nestelden;
22 Dat zijt gij, o koning! die groot en sterk zijt geworden; want uw
grootheid is zo gewassen, dat zij reikt aan den hemel, en uw heerschappij
aan het einde des aardrijks.
23 Dat nu de koning, een wachter, namelijk een heilige gezien heeft,
van den hemel afkomende, die zeide: Houwt dezen boom af, en verderft
hem; doch laat den stam [met] zijn wortelen in de aarde, en met een
ijzeren en koperen band in het tedere gras des velds, en in de dauw
des hemels nat gemaakt worden, en dat zijn deel zij met het gedierte
des velds, totdat er zeven tijden over hem voorbijgaan;
24 Dit is de beduiding, o koning! en dit is een besluit des Allerhoogsten,
hetwelk over mijn heer, den koning, komen zal:
25 Te weten, men zal u van de mensen verstoten, en met het gedierte
des velds zal uw woning zijn, en men zal u het kruid, als den ossen,
te smaken geven; en gij zult van den dauw des hemels nat gemaakt worden,
en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat
de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen,
en geeft ze, wien Hij wil.
26 Dat er ook gezegd is, dat men den stam [met] de wortelen van dien
boom laten zou; uw koninkrijk zal u bestendig zijn, nadat gij zult bekend
hebben, dat de Hemel heerst.
27 Daarom, o koning! laat mijn raad u behagen, en breek uw zonden af
door gerechtigheid, en uw ongerechtigheden door genade te bewijzen aan
de ellendigen, of er verlenging van uw vrede mocht wezen.
28 Dit alles overkwam den koning Nebukadnezar.
29 [Want] op het einde van twaalf maanden, [toen] hij op het koninklijk
paleis van Babel wandelde,
30 Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd
heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter
ere mijner heerlijkheid!
31 Dit woord nog zijnde in des konings mond, viel er een stem uit den
hemel: U, o koning Nebukadnezar! wordt gezegd: Het koninkrijk is van
u gegaan.
32 En men zal u van de mensen verstoten, en uw woning zal bij de beesten
des velds zijn; men zal u gras te smaken geven, als den ossen, en er
zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste
over de koninkrijken der mensen heerschappij heeft, en dat Hij ze geeft,
aan wien Hij wil.
33 Ter zelfder ure werd dat woord volbracht over Nebukadnezar, want
hij werd uit de mensen verstoten, en hij at gras als de ossen, en zijn
lichaam werd van den dauw des hemels nat gemaakt, totdat zijn haar wies
als der arenden [vederen], en zijn nagelen als der vogelen.
34 Ten einde dezer dagen nu, hief ik, Nebukadnezar, mijn ogen op ten
hemel, want mijn verstand kwam weer in mij; en ik loofde den Allerhoogste,
en ik prees en verheerlijkte den Eeuwiglevende, omdat Zijn heerschappij
is een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van geslacht tot
geslacht;
35 En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar
Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is
niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?
36 Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam de heerlijkheid
mijns koninkrijks, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mijn
raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk
bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd.
37 Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning
des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn;
en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.
De
JG verklaren deze profetie als volgt (Redenerenboekje):
Waarom zeggen Jehovah's Getuigen dat Gods koninkrijk in 1914 werd opgericht?
De
tweevoudige bewijsvoering hiervoor is: (1) De bijbelse chronologie en
(2) de gebeurtenissen die zich sedert 1914 als een vervulling van profetie‘n
hebben voorgedaan. Hier willen wij de chronologie beschouwen. Zie voor
de vervulling van profetie‘n het onderwerp "Laatste dagen".
Lees
Daniel 4:1-17. Uit de verzen 20-37 blijkt dat deze profetie in Nebukadnezar
in vervulling is gegaan. Maar ze heeft ook een grotere vervulling. Hoe
weten wij dit? De verzen 3 en 17 tonen aan dat de droom die God aan
koning Nebukadnezar gaf, betrekking had op het koninkrijk Gods en op
Gods belofte om het te geven" aan wie hij wil ... zelfs de geringste
der mensheid". Uit de hele bijbel blijkt dat het Jehovah's voornemen
is dat zijn eigen Zoon, Jezus Christus, als Zijn vertegenwoordiger over
de mensheid zal regeren (Ps. 2:1-8, Dan. 7:13, 14; 1 Kor. 15:23-25;
Openb. 11:15; 12:10). Uit de beschrijving die de bijbel van Jezus geeft,
blijkt dat hij werkelijk"de geringste der mensheid" was (Fil. 2:7, 8;
Matth. 11: 28-30) De profetische droom wijst derhalve naar de tijd dat
Jehovah de heerschappij over de mensheid aan zijn eigen Zoon zou geven.
Wat zou er in de tussentijd gebeuren? De heerschappij over de mensheid,
voorgesteld door de boom en zijn wortelstomp, zou "een dierenhart" hebben
(Dan. 4:16). De geschiedenis der mensheid zou beheerst worden door regeringen
die de kenmerken van wilde beesten vertoonden. Tegenwoordig worden dieren
als symbool van regeringen gebruikt. Ook de bijbel gebruikt wilde beesten
als symbolen voor wereldregeringen en voor het gehele wereldomvattende
stelsel van menselijke heerschappij onder invloed van Satan (Dan. 7:2-8,
17, 23; 8:20-22; Openb. 13:1,2). Zoals Jezus te kennen gaf in zijn profetie
zou Jeruzalem "door de natiën worden vertreden totdat de bestemde
tijden der nati‘n" vervuld waren (Luk. 21:24). "Jeruzalem" beeldde het
koninkrijk Gods af, want van haar koningen werd gezegd dat zij op "de
troon van het koningschap van Jehovah" zaten (1 Kron. 28:4,5; Matth.
5:34, 35). De heidense regeringen, voorgesteld door wilde beesten, zouden
dus het recht van Gods koninkrijk om de aangelegenheden der mensen te
besturen, "vertreden" en zouden zelf de scepter zwaaien onder leiding
van Satan. -Vergelijk Lukas 4:5,6. Hoe lang zou het die regeringen worden
toegestaan deze heerschappij uit te oefenen voordat Jehovah het Koninkrijk
aan Jezus Christus gaf? Dani‘l 4:16 zegt "zeven tijden" ("zeven jaar",
GNB [vs.131, ook JB voetnoot bij vers 13). De bijbel toont aan dat bij
het berekenen van profetische tijden een dag als een jaar wordt gerekend
(Ezech. 4:6; Num. 14:34). Om hoeveel "dagen" gaat het nu? Openbaring
11:2, 3 verklaart duidelijk dat 42 maanden (drie en een halfjaar) in
die profetie als 1260 dagen worden gerekend. Zeven jaar zou tweemaal
zoveel zijn, oftewel 2520 dagen. Volgens de regel van "een dag voer
een jaar" wordt dat 2520 jaar.
Wanneer
begonnen de "zeven tijden" te tellen? Nadat Zedekia, de laatste koning
in het typologische koninkrijk van God, door de Babyloni‘rs van de troon
in Jeruzalem verwijderd was (Ezech. 21:25-27). Ten slotte verdween begin
oktober 607 v.G.T. ook het laatste spoortje joodse soevereiniteit. De
jood Gedalja, die door de Babyloni‘rs als bestuurder was aangesteld,
was toen namelijk vermoord, en de overgebleven joden waren naar Egypte
gevlucht (Jeremia, hoofdstuk 40-43). Dit vond plaats zeventig jaar vóór
537 v.G.T., het jaar waarin de joden uit hun ballingschap terugkeerden,
ofwel begin oktober 607 v.G.T. (Jer. 29:10; Dan. 9:2; zie het boek "Uw
koninkrijk kome", blz. 186-189).
Hoe
wordt dan de tijd tot op 1914 berekend? Wanneer wij vanaf begin oktober
607 v.G.T. 2520 jaar tellen, komen wij uit op begin oktober 1914 G.T.,
zoals het schema toont. Wat is er op dat tijdstip gebeurd? Jehovah vertrouwde
de heerschappij over de mensheid toe aan zijn eigen Zoon, de verheerlijkte
Jezus Christus in de hemel. -Dan. 7:13,14. Waarom is er dan nog steeds
zoveel goddeloosheid op aarde? Nadat Christus op de troon was geplaatst,
werden Satan en zijn demonen uit de hemel neergeslingerd naar de aarde
(Openb. 12:12). Christus ging er als koning niet onmiddellijk toe over
allen te vernietigen die weigerden Jehovah's soevereiniteit en hemzelf
als de Messias te erkennen. In plaats daarvan moest er, zoals hij had
voorzegd, een wereldomvattend predikingswerk worden verricht (Matth.
24:14). Als Koning zou hij leiding geven aan het scheiden van de mensen
van alle nati‘n, waarbij aan hen die rechtvaardig bleken te zijn het
vooruitzicht op eeuwig leven werd toegekend en de goddelozen tot de
eeuwige afsnijding in de dood werden veroordeeld (Matth. 25:31-46).
Intussen zouden de buitengewoon moeilijke toestanden heersen die voor
"de laatste dagen" waren voorzegd. Zoals onder "Laatste dagen" wordt
aangetoond, zijn die gebeurtenissen sedert 1914 duidelijk waarneembaar.
Voordat de laatste leden van het geslacht dat in 1914 leefde overleden
zullen zijn, zullen alle voorzegde dingen plaatsvinden, met inbegrip
van de "grote verdrukking", waarin de huidige goddeloze wereld haar
einde zal vinden. - Matth. 24:21, 22, 34.
Wanneer
zal het einde van deze goddeloze wereld komen? Jezus antwoordde: "Van
die dag en dat uur weet niemand iets af, noch de engelen der hemelen
noch de Zoon, dan de Vader alleen." Hij verklaarde echter ook: "Voorwaar,
ik zeg u dat dit geslacht [dat leefde toen "het teken" van "de laatste
dagen" in vervulling begon te gaan] geenszins zal voorbijgaan totdat
al deze dingen geschieden." - Matth. 24:36, 34.
Bovendien
zegt Openbaring 12:12 na een beschrijving van de gebeurtenissen die
zouden volgen op de oprichting van het Koninkrijk in 1914: "Weest hierom
vrolijk, gij hemelen en gij die daarin verblijft! Wee de aarde en de
zee, want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn,
daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft."
Wie het voorgaande "bewijsmateriaal" oppervlakkig leest, denkt wellicht:
ja dat lijkt me wel een goede verklaring. Wie beter kijkt, Schrift met
Schrift vergelijkt en kennis heeft van Gods Heilsplan en Zijn totale
Profetische Woord, komt al snel tot de conclusie dat wat de JG allemaal
aanhalen absoluut niet correct is. Het is verwarring ten top en zelfs
absolute onzin.
Wat
is er fout?
Eerst
iets wat goed is. Met "zelfs de geringste der mensheid" wordt inderdaad
Jezus Christus bedoeld tijdens zijn vernederde positie op aarde. En
uiteindelijk zal Christus Koning ook worden over alle volken. Maar dat
zal zijn na de periode die afgesloten wordt met de vernietiging van
Babel met als kenmerk dat Babel nooit meer gevonden zal worden.
Openbaring
18:21 zegt: En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen,
en wierp [dien] in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babylon
met geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden.
Die profetie is nog niet vervuld. Babel was een lange tijd wel een woestenij
maar kan nog prima worden gevonden. Sterker nog het wordt door Saddam
Hoessein herbouwd op dit moment. Dit onderdeel van de profetie wordt
helaas weggeredeneerd door Babylon te vergeestelijken. Maar goed Bijbelonderzoek
toont aan dat dit niet kan. Het is dus een profetie over de macht van
Babel die voor een tijd verloren zou zijn (boomstronk met banden) en
daarna weer hersteld zou worden door verder te gaan met de "boom" Babel
waar het 2520 jaar terug ophield. Met als doel: de erkenning van Gods
macht door de heerser van Babel. We komen hier verderop nog op terug.
Als er wordt gesproken over een "dierenhart" wil het niet zeggen dat
dit betekent dat het dezelfde betekenis heeft als de dieren die in de
profetieën een afbeelding zijn van koninkrijken. Die koppeling
wordt in de uitleg van de JG wel gemaakt om te verklaren dat het latere
herstel van die "boom" op Christus slaat. Een "dierenhart" drukt veeleer
uit dat de macht van de koning van Babel teruggebracht werd tot het
niveau van een dier oftewel van iemand die aan macht onderworpen is.
Het
vertreden van Jeruzalem
De vooruitblik van Lukas 21 over "het vertreden van Jeruzalem door de
natiën" mag er niet bijgehaald worden zoals dat nu gebeurt. Die
profetie is er een voor de toekomst (Christus wederkomst). De bewuste
profetie zegt in Lukas 21: 24:
En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd
worden onder alle volken; en Jeruzalem zal van de heidenen vertreden
worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.
De
hier beschreven uitspraken spreken over de periode kort vóór
dat Jezus Christus Zijn voeten op de Olijfberg zal zetten om definitief
Koning te worden van het gelovig Israël en later alle volken. Deze
profetie is niet vervuld in 70 GT toen Jeruzalem door Rome verwoest
werd. Eenvoudigweg omdat de het vervolg van deze profetie zegt:
25
En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde
benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven
groot geluid zullen geven;
26 En den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting der
dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen
zullen bewogen worden.
27 En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk,
met grote kracht en heerlijkheid.
28 Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog,
en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.
Het
bovenstaande is nog niet gebeurd dus is deze profetie nog niet definitief
vervuld. Toch menen de JG dat het "vertreden van Jeruzalem" al sinds
1914 achter de rug is. Letterlijk kan dat niet want Christus heerst
nog niet over Jeruzalem. Om dit te omzeilen heeft men aan het letterlijke
Jeruzalem een symbolische toepassing gegeven. Dat is makkelijker omdat
ze dan niet in de knoop komen met een letterlijke vervulling van deze
profetie. Toch vertelt men dat het meeste van deze profetie wel letterlijk
is. Wat echter niet past in hun uitleg "vergeestelijken" ze en redeneren
ze zo weg. Geen wonder dat niemand dit "gepingpong" meer snapt.
Volgens
de profetie hebben "het vertreden van Jeruzalem door de natiën"
en "totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn", met elkaar te
maken in de zin dat het "einde van de tijden der heidenen" het herstel
van een "vertreden" Jeruzalem zou betekenen. Het zou direct met elkaar
verbonden zijn. Maar ja, dat zei Russell ook al, alleen zat hij er qua
berekening wanneer dat moest zijn flink naast. Die specifieke "Russelberekening"
is bij de JG overeind gebleven in al die jaren (alleen Jeruzalem werd
geestelijk i.p.v. letterlijk). Russel en de JG stellen het begin van
"het vertreden van Jeruzalem door de natiën" op -607. Dát
begin klopt met de Bijbel. Het was in 606 (607 volgens tijdrekening
JG) dat er een andere macht over Jeruzalem begon te heersen. Vanaf die
tijd stelde Jehovah niet meer de koningen van Juda aan (1 Kronieken
28:4,5) maar dat deden andere machthebbers. Nebukadnezar van Babel kwam,
in zijn eerste regeringsjaar, en nam Jeruzalem in. Bij die gelegenheid
voerde hij onder andere Daniël weg naar Babel. Jojakim bleef toen
zitten als koning onder heerschappij van Babel. Daar ligt dus het begin
van het "vertreden van Jeruzalem", in 607/606. Vanaf toen tot nu toe
echter (nu al ruim 2600 jaar en dus meer dan 2520 jaar!) is die
toestand zo gebleven. Alleen de komst van de Ware Koning Christus Jezus
zal daaraan een eind maken overeenkomstig de woorden in Daniël
4:17:
Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze begeerte is in het
woord der heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste
heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan
wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen.
Dit
is een vooruitwijzing naar de Verhoogde Christus die Zichzelf eens vernederd
heeft tot "den laagste onder de mensen".
De
toestand van "het vertreden van Jeruzalem door de natiën"
begon dus in --606/607. Dat hebben de JG goed. Niet correct is
dat deze toestand 2520 jaren zou duren (laat staan tot 1914).
Ook hierbij komt weer de rare "gedachtenkronkel" dat het begin en de
hele periode van de profetie wel van toepassing op het letterlijke Jeruzalem
zou zijn maar niet het einde van diezelfde profetie. Met welk recht
doet men dit? Er is Bijbels gezien geen enkele grond voor. Sterker nog
de andere profetie‘n, spreken eveneens van begin tot eind over het letterlijke
Jeruzalem. De toestand van "het vertreden van Jeruzalem door de nati‘n"
is door de JG op een volkomen onterechte wijze gekoppeld aan andere
profetie‘n die spreken over het herstel van Gods Heerschappij over hemel
en aarde. Er zijn namelijk nog meer profetie‘n die uitmonden in de tijd
waarover Lukas 21 spreekt. Eén ervan is die van de "zeventigste
week van Daniël" uit Daniël 9. Helaas zien de JG niet dat
deze profetie er ook mee te maken had. Zij plaatsen de vervulling van
die profetie helemaal terug naar de tijden van Jezus op aarde en de
vernietiging van Jeruzalem in 70 G.T. Maar dat kan helemaal niet, zoals
we al eerder betoogd hebben. Verderop staat een bijbelstudie afgedrukt
die hierop dieper ingaat.
De JG voegen in hun verklaring profetieën (over Juda en over Babel)
naadloos in elkaar om te bewijzen dat Daniël het heeft over een
periode van 2520 jaar waarin de heidenen aan de macht zouden zijn. Dit
betekent dat het ineens niet meer om Babel maar om Juda zou gaan!
Dit is niet de bedoeling van Daniël want hij profeteerde juist
dat de macht van Babel voor een bepaalde tijd (2520 jaar) weggenomen
zou worden om later weer hersteld te worden. Daniël had niks
te melden over Juda. Hij kon louter op basis van de tijd waarin hij
leefde al niet iets voor het jaar -607 voorspeld hebben. Daniël
sprak zijn profetieën uit tijdens zijn Ballingschap in Babel.
Die ballingschap begon in -607/-606. Dat was het eerste jaar van Nebukadnezar.
Het waren voorzeggingen voor de toekomst die dus alleen al om die redenen
niet op -607 kunnen slaan. De profetie van Daniël m.b.t. Nebukadnezar
werd in ballingschap en tijdens het leven van Nebukadnezar uitgesproken.
Dat was tussen -606 en -561 (dood van Nebukadnezar).
Zedekia
De JG zeggen dat de profetie over de 2520 jaar begon vanaf de dag (-607)
dat Jeruzalem verwoest werd en daarmee het "vertreden" een aanvang nam.
Men doet dit door te beweren dat Zedekia van Juda en zelfs Gedalja in
-607 al van het toneel verdwenen zouden zijn. Voor de duidelijkheid
nog even deze passage uit het Redenerenboekje:
Wanneer
begonnen de "zeven tijden" te tellen? Nadat Zedekia, de laatste koning
in het typologische koninkrijk van God, door de Babyloniërs van
de troon in Jeruzalem verwijderd was (Ezech. 21:25-27). Ten slotte verdween
begin oktober 607 v.G.T. ook het laatste spoortje joodse soevereiniteit.
De jood Gedalja, die door de Babyloni‘rs als bestuurder was aangesteld,
was toen namelijk vermoord, en de overgebleven joden waren naar Egypte
gevlucht (Jeremia, hoofdstuk 40-43).
Wat
is hiervan te zeggen: Dat juist die redenatie niet kan kloppen omdat
de chronologie wijst op 587 v.GT. Als ze een beetje opgelet hadden,
zouden ze toch hebben kunnen zien dat de bewering dat Zedekia al voor
-607 "door de Babyloni‘rs van de troon verwijderd was" niet te staven
is. De Bijbelse chronologie leert dat Zedekia niet in -607 werd gedood
maar door Nebukadnezar in -598 tot regeerder van Jeruzalem werd aangesteld.
Die periode duurde tot -587. Ook om deze reden is "-607 tot 1914" helemaal
fout. Ineens zitten we met een verschil van 20 jaar, die we nota bene
ook tegenkomen via hun eigen lectuur. In de wachttoren van 1 januari
1986 beredeneert men dat Darius (niet Darius de Meed) regeerde over
het Medo-Perziche rijk met als hoofdstad Babel van -521 tot -486. Dit
vertelt men zelf zonder wellicht te beseffen dat men daarmee "1914"
onderuit haalt. De gegevens over Darius komen namelijk overeen met hetgeen
in Zacharia 7:1-5 staat. Daar wordt verteld dat de Israëlieten
in het 4e jaar van koning Darius (dat is dus -518/-517) 70 jaren gevast
hadden in de 5e en 7e maand van het jaar. Het vasten in de 5e maand
diende om de verwoesting van de tempel te gedenken (2 Koningen 25:8-10;
Jeremia 52:12-14). Het vasten in de 7e maand diende om de dood van Gedalja
te gedenken (2 Koningen 25:22-25; Jeremia 41:1-3). De verwoesting van
het de tempel en de dood van Gedalja vonden plaats in hetzelfde jaar,
70 jaar vóórr die uitspraak in -517, in -587 dus. Een
jaar daarvoor in het 18e jaar van Nebukadnezar en het 10e jaar van Zedekia
(Jeremia 32:1) werd Jeruzalem belegerd omdat Zedekia opstandig t.o.v.
Babel was geworden. Zedekia werd toen weggevoerd naar Babel. Gedalja
werd als regeerder aangesteld, waarna vrij snel de derde vernietiging
over Jeruzalem kwam. Dit omdat Gedalja onderworpen wenste te zijn aan
Nebukadnezar i.p.v. aan Jehovah. God zelf gaf Nebukadnezar het vervolgens
in zijn hart om Jeruzalem en de tempel te verwoesten in -587. Volgens
de aangehaalde teksten was dat in het negentiende jaar van Nebukadnezar
(het eerste jaar van Nebukadnezar was derhalve -606). In ieder geval
werd Zedekia niet in -606 of -607 "van de troon verwijderd", zoals de
JG zeggen. Alweer een punt waarmee "1914" onderuit wordt gehaald.
Zeven tijden (2520 jaar)
De
rare redenering dat het einde van de profetie over het herstel na die
"zeven tijden" ineens over Juda zou gaan terwijl het begin over Babel
gaat, maakt het voor de JG ook mogelijk om de profetie van de "zeven
tijden" te koppelen aan de profetie uit Daniel 9 waar in vers 24 staat:
Zeventig
weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding
te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid
te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om
het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden
te zalven.
Het
wordt wellicht vervelend maar deze koppeling is weer onterecht. De profetie
7, 62 en 70 jaarweken die over de het "sluiten van Israëls overtreding"
gaat, mag niet op de JG-manier vast geknoopt worden aan de profetie
over Babel. Het verwijderen van Zedekia van Jeruzalems troon door Nebukadnezar
zou -volgens de JG- het begin moeten zijn van de periode dat God de
heerschappij van de "heidenen" zou verkiezen boven de heerschappij van
Israël, tot het moment dat Christus de Troon zou opeisen, terwijl
de profetie gaat over het sluiten van de overtreding over "uw volk (Israël)
en de heilige stad" (Jeruzalem). Alweer rommelen de JG twee profetieën
door elkaar. Dat levert natuurlijk problemen op want ze spreken zich
bij de uitleg over de 2520 jaar ongemerkt tegen over het begin van de
"69 jaarweken profetie". Uit hun lectuur blijkt namelijk dat ze het
begin van de 69 jaarweken stellen op 455 v.GT en het eind van de 69
weken op de herfst van 29 GT. In ieder geval wordt het dan in dat geval
absoluut niet gekoppeld aan de profetie over de 2520 jaar die volgens
hen in -607 zou zijn begonnen. De organisatie van JG betrekt dus bij
de uitleg over -607 tot 1914 op de een of andere manier, maar dan wel
de verkeerde, de specifiek voor Israël bestemde "jaarwekenprofetie".
De verwarring is inmiddels enorm geworden. Het is niet eenvoudig de
kluwen te ontwarren.
We
houden het wat ons betreft liever op de algemeen aanvaarde gedachte
dat de profetie over "de tijd, tijden en een halve tijd" (door Daniël
tijdens zijn ballingschap) uitgesproken werd tot de koning van Babel
aan wie God het koninkrijk "gaf" dat de koning op dat moment had. God
gaf hem de autoriteit om koning te zijn. Dit wil niet zeggen dat God
de koning Nebukadnezar met raad en daad bijstond. De tijd na de profetie
toont wel aan dat Nebukadnezar zijn lesje geleerd had van wat hem overkwam
in die "zeven tijden". Het hoofdstuk sluit af met de woorden van erkenning
en eer die Nebukadnezar aan God richt. We gaan nog even dieper in op
de profetie.
Mene
Tekel Parsin
De
opvolger (erfgenaam) van Nebukadnezar, Belsazar had uit het bovenstaande
voorval eveneens lering moeten trekken. Tenminste dat komt naar voren
uit de gebeurtenissen die in hoofdstuk 5 van Daniël worden verhaald.
Maar Belsazar verheerlijkte God niet als de God die koningen en koninkrijken
over de aarde aanstelt. Hij vereerde liever goden van goud en zilver.
Daarom kondigde Daniël (ook wel Beltsazar genoemd) hem het oordeel
aan in. De koning van Babel zag tijdens een feestmaal het volgende (Daniël
5:5):
Ter
zelfder ure kwamen er vingeren van eens mensen hand voort, die schreven
tegenover den kandelaar, op de kalk van den wand van het koninklijk
paleis, en de koning zag het deel der hand, die daar schreef.
Toen
niemand het kon verklaren, werd Daniël erbij gehaald. Toen Daniël
voor Belsazar stond, haalde hij eerst de geschiedenis van Daniël
4 aan. Dat moet op z'n minst betekenen dat de gebeurtenis met hetschrift
op de wand te maken heeft met de geschiedenis uit Daniël 4. Beide
hoofdstukken spreken over Babel. Belsazar wordt in hoofdstuk 5 geassocieerd
met Nebukadnezar. De vernedering en verhoging vormt de inleiding op
de betekenis van het schrift op de wand. Daarom heeft die gebeurtenis
met de betekenis van het schrift te maken. De boom, die zeven tijden
afgehouwen zou zijn, heeft dezelfde betekenis als het schrift aan de
wand, Daniël 5 is een nadere verklaring van Daniël 4.
In vers 24-28 van dat hoofdstuk staat:
24
Toen is dat deel der hand van Hem gezonden, en dit schrift getekend
geworden.
25 Dit nu is het schrift, dat daar getekend is: MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN.
26 Dit is de uitlegging dezer woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk
geteld, en Hij heeft het voleind.
27 TEKEL; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht gevonden.
28 PERES; uw koninkrijk is verdeeld, en het is den Meden en den Perzen
gegeven.
Belsazar
heeft altijd geweten van die gebeurtenis die Nebukadnezar overkwam omdat
die nog niet zo lang geleden gebeurd was. Hij trok er geen lering uit
en werd diezelfde nacht nog gedood. De conclusie dat dit alles zich
afspeelde op de dag dat de Meden en Perzen Babel veroverden, is hierbij
logisch. In dat geval zijn we aangekomen in 538 v.GT.
Hoewel
over deze profetie nog veel meer te vertellen valt (het is beschikbaar),
beperken we ons hier tot het gegeven dat deze gebeurtenis over Babel
en haar koning handelt. Toch moeten we nog even wat kwijt over de 2520
jaar die door de JG genoemd worden. Op basis van verklaringen van de
woorden MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN via andere bijbelgedeelten is het
correct dat het de "tijden" staan voor 2520 jaar. Nu zitten we nog met
het verband met de profetische gebeurtenis die Nebukadnezar meemaakte.
Daar wordt niet over 2520 jaar gesproken. Toch komen we hier op uit
als we ingaan op het begrip 7 tijden. Hoe lang is een tijd? De enige
reden dat in Daniël 4 niet staat hoe lag een tijd duurt is omdat
de profetie zowel op Nebukadnezar als op Babel van toepassing is. Bij
Nebukadnezar was het in het echt mogelijk 7 dagen tot 7 jaren. Voor
Babel kan dat echter niet opgaan. Dan zou het reeds vervuld zijn. Het
gaat om langere eenheden. Een tijd is gelijk aan een jaar van 360 dagen
(Dan. 7:25). Zeven tijden = 7 x 360 dagen = 2520 dagen.
De
7 tijden komen overeen met 2520 jaren. Dat is de periode, waarin Babel
afgesneden zou zijn. Het koninkrijk van Babel zou gedurende die
tijd niet bestaan. (Dus niet: Het koninkrijk van babel of de "heidenen"
zou gedurende een periode van 2520 jaar heersen, zoals de JG beweren!)
Op de wand stond dus niet alleen, dat het koningschap van Belsazar beëindigd
zou worden, maar tevens hoe lang die toestand zou duren. Het koninkrijk
van Babel zou in twee stukken gebroken zijn.
Het
woord 'peres' houdt verband met de onderbreking in de heilshistorie,
namelijk de verborgenheid. De komst van de Messias werd onderbroken.
Hetzelfde principe gaat op voor het koninkrijk van Babel. Het koninkrijk
werd na Belsazar onderbroken, maar wordt in de toekomst hersteld. De
tijd daartussen is gelijk aan 7 tijden of 2520 jaren. In die periode
zou Babel niet de hoofdstad van de wereld zijn. In het boek Openbaring
komt de stad Babylon weer voor (hoofdstuk 17 tot 19).
Openb.
17:5: ... verborgenheid, het grote Babylon, de moeder der hoererijen
en gruwelen der aarde.
Openb. 17:18: En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die
het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.
Babel wordt herbouwd
In
de toekomst wordt er uiteindelijk een definitief eind aan Babel gemaakt.
Net zoals de macht en glorie van Jeruzalem definitief hersteld zal worden
(Met Christus op de Troon). In Gods geschiedenis zijn Babel en Jeruzalem
altijd de hoofdrolspelers geweest. Jeruzalem wordt als hoofdstad van
geloof en onderwerping aan God gezien. Babel of Babylon wordt gezien
als hoofdstad van ongeloof en onderwerping aan satan. Op dit moment
wordt Babel gewoon herbouwd onder leiding van de zich de tweede Nebukadnezar
noemende Sadam Hoessein. 263 maal komt het woord Babel (Hebreeuws) of
Babylon (Grieks) in de Bijbel voor. In de profetische boeken Jesaja
en Jeremia komt Babel het meest voor. De uitgesproken profetie‘n zijn
echter nog niet definitief vervuld. De "voorvervulling" is geweest maar
net zoals dat met andere profetie‘n het geval is, zal in Christus tegenwoordigheid
(parousia) de definitieve vervulling plaatsvinden. Enkele teksten uit
Jesaja en Jeremia zijn:
Jesaja
48:20
Gaat uit van Babel, vliedt van de Chaldeen, verkondigt met de stemme
des gejuichs, doet zulks horen, brengt het uit tot aan het einde der
aarde, zegt: De HEERE heeft Zijn knecht Jakob verlost!
Jeremia
51:29
Dan zal het land beven en pijn lijden; want elk een van des HEEREN gedachten
staat vast tegen Babel, om Babels land te stellen tot een verwoesting,
dat er geen inwoner zij.
Jeremia
51:37
En Babel zal worden tot [steen] hopen, een woning der draken, een ontzetting
en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.
Jeremia
51:64
En zult zeggen: Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen, vanwege
het kwaad, dat Ik over haar zal brengen, en zij zullen mat worden. Tot
hiertoe zijn de woorden van Jeremia.
Uiteindelijk
is er over Babel geprofeteerd dat de stad geoordeeld en nooit meer gevonden
zou worden.
Openbaring
18:2:
En hij riep krachtelijk met een grote stem, zeggende: Zij is gevallen,
zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede der
duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats
van alle onrein en hatelijk gevogelte;
Openbaring 18:10:
Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee,
de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure
gekomen.
Openbaring
18:21
En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en
wierp [dien] in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babylon met
geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden.
Deze
profetie over Babel moet nog definitief in vervulling gaan. Christus
zal na het herstel van Babel uiteindelijk de troon overnemen van Babel.
Het is Christus die vanaf dan zal regeren over Zijn Vrederijk. Net zoals
vroeger en net zoals met Jeruzalem wordt hier wel degelijk over het
letterlijke Babel of Babylon gesproken. De oude stad wordt dus, na een
onderbreking als hoofdstad van de koningen der aarde, hersteld. Dit
gaat direct vooraf aan de onderwerping aan Christus Koninkrijk. Het
past ook uitstekend in de andere profetie‘n omtrent de wereldrijken
die in het boek Daniël vermeld staan. Het past ook in de profetie
over DE antichrist die zich vlak voor de wederkomst van Jezus
Christus zal manisfesteren omdat hij naar de aarde is geworpen. De antichrist
zal macht geven aan de koning van Babel (Babylon). De lijnen komen binnenkort
weer bij elkaar. Wie 150 jaar geleden voorspelde dat Babel en Jeruzalem
(en Israël) weer een zeer belangrijke rol zouden gaan spelen, werd
voor gek verklaard. Toch waren er mannen die aan de hand van de Bijbel
verklaarde dat het herstel van die twee steden in het Midden Oosten
zou aanbreken. Aangaande Israël is het voor iedereen duidelijk
dat het gegaan is zoals voorspeld is (zie ook profetie Ezechiël
37. e.v.). Babylon is minder nadrukkelijk op het wereldtoneel aanwezig.
Toch zal blijken dat dit snel veranderd zal worden. De voorbereidingen
daarvoor zijn nu in volle gang.
Het
herstel van Babel zal na 2520 jaar geschieden. 2520 jaren (van 360 dagen)
= 907.200 dagen: 365,24 = 2483.8462 jaren van onze (Gregoriaanse) kalender.
De begindatum is niet -607 zoals de JG zeggen. De verklaring hiervoor
is absoluut incorrect, zo hebben we gezien. De begindatum was het jaar,
waarin Babel ophield hoofdstad van de wereld te zijn. Dat was 482 voor
onze jaartelling. Het jaar 482 komt overeen met jaar -481 (het jaar
1 voor onze jaartelling is het jaar 0 voor de sterrenkundigen; het jaar
0 bestaat in de tijdrekening niet. Het jaar -1 ging over in het jaar
1). 2483,8 - 481 = 2002,8 = in het jaar 2003. In het jaar 2003 zal volgens
deze berekening Babel weer de hoofdstad van de wereld zijn.
Rekenfout
Met
de net genoemde berekening stuiten we trouwens op werkelijk een knoepert
van een rekenfout die de JG maken. Een kapitale fout die een periode
van 2520 jaar met als begin 607 en als eind 1914, nooit mogelijk maakt.
Zoals we in hun lectuur kunnen lezen, worden de 2520 profetische jaren
niet omgerekend naar de kalenderjaren waar wij mee (terug)rekenen en
de diverse data bepalen. Had men dit wel gedaan dan was men zo'n 36
jaar eerder (in 1878) uitgekomen. Alleen al om deze reden is 1914 niet
meer te handhaven. Ongelooflijk dat een simpele rekenfout zo'n lang
leven beschoren is en zulke verstrekkende gevolgen heeft. Want hoevelen
hebben zich in de afgelopen decennia niet ingespannen omdat ze werkelijk
dachten dat 1914 een "gekenmerkt" jaar was, dat gevolgd moest worden
door heel veel activiteit? Onder het mom van Christus wederkomst in
1914 is er heel wat van huis tot huis gepredikt.
Aanvang regering Jezus Christus
Nu
uit het "1914-verhaal" de leringen omtrent de "tijden der heidenen"
ontzenuwd zijn en afdoende bewezen is dat deze lering totaal onjuist
is, blijft het tweede onderdeel van 1914 over. De JG stellen namelijk
dat Christus onzichtbaar in de hemel begon te regeren in dat jaar en
dat wij nu in de tijd leven die bekend staat als zijn "tegenwoordigheid".
Wat is daarop te zeggen? In ieder geval één ding. Als
het verhaal van de tijden der heidenen en Babel niet klopt dan kreeg
Christus om die redenen in ieder geval in 1914 niet het Koninkrijk van
de Vader. Het einde van die 2520 jaar zou immers gevolgd worden door
Christus Koninkrijk volgens de JG. Nu dat eerste in 1914 blijkbaar niet
plaatsvond, kon van dat tweede vanzelfsprekend ook geen sprake zijn.
Maar er zijn meer redenen waarom Christus wederkomst/parousia in 1914
niet van start ging. Hieronder volgt een uiteenzetting die een gelovige
enige tijd geleden over dit punt opschreef.
Mattheüs
24:3 zegt:
En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem
alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk
zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?
Het
Griekse woord parousia (in bovenstaand vers vertaald met "toekomst")
komt 24 x voor in het Nieuwe Testament.
Het
is vertaald in:
De Statenvertaling: 18 x toekomst, 2 x komst, l x aankomst, 3 x tegenwoordigheid
Luthervertaling: 18 x toekomst, 2 x komst, l x aankomst, 2 x tegenwoordigheid,
1 x wederkomst tot
NBG-vertaling: 20 x komst, 2 x wederkomst, 1 x verschijning,1 x tegenwoordigheid
Petrus Canisius: 19 x komst, 1 x aanwezigheid, 1 x verschijning, 1 x
persoonlijk optreden, 1 x terugkeer, 1 x bij u ben
Nieuwe Wereldvert.: 24 x tegenwoordigheid
Alle teksten waarin dit woord voorkomt zijn hieronder weergegeven.
Mattheüs
24:3,27,37,39; 1 Korinthiërs 15:23 en 16:17; 2 Korinthiërs
7:6,7 en 10:10; Philippenzen 1:26 en 2:12; 1 Thessalonicenzen 2:19 en
3:13 en 4:15 en 5:23; 2 Thessalonicenzen 2:1,8,9; Jakobus 5:7,8; 2 Petrus
1:16 en 3:4,12; 1 Johannes 2:28.
"Tegenwoordigheid"
is een goede vertaling. We moeten ons realiseren dat de "tegenwoordigheid"
(aanwezigheid) van onze Heer Jezus Christus uiteraard voorafgaat door
Zijn komst oftewel aankomst. Toen deze gebeurtenissen werden opgeschreven
lagen ze nog in de toekomst. Vandaar dat "toekomst", "komst"en "aankomst"
ook geen slechte vertalingen zijn. Misschien is Zijn "toekomstige tegenwoordigheid"
wel de beste omschrijving van al de gebruikte vertalingen.
Om te weten wanneer deze gebeurtenissen plaatsvinden, moeten we bovenstaande
verzen vergelijken. We zullen dan leren wat er aan Zijn "toekomst" oftewel
"tegenwoordigheid" vooraf gaat en wat er direct op volgt. Ook hoe Zijn
komst zal zijn; namelijk verborgen of openbaar. Met andere woorden,
zullen wij hier als gelovigen iets van merken, of zien wij het alleen
maar als we het willen zien? En de ongelovigen? Wat zullen zij zien
of merken? Toen de discipelen Jezus de gebouwen van de tempel lieten
zien, zei de Heer tot hen:
Mattheüs 24:2
Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen
op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
Door dit antwoord van de Heer stellen de discipelen de volgende vraag:
Mattheüs
24:3
En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem
alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk
zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?
Hier wordt het woord "parousia" voor het eerst gebruikt, en vertaald
met toekomst of met komst of tegenwoordigheid.
Mattheüs 24:4-8
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus;
en zij zullen velen verleiden. En gij zult horen van oorlogen, en geruchten
van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt, want al die dingen moeten
geschieden, maar nog is het einde niet. Want het ene volk zal tegen
het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk,
- en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen
in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen zijn maar een beginsel
der smarten.
Men
spreekt bij de organisatie over een samengesteld teken, maar in feite
is dit niet waar, want Jezus Christus geeft hier omstandigheden weer
die aan het teken vooraf gaan, want Hij zegt er nadrukkelijk bij dat
deze gebeurtenissen slechts een beginsel der smarten zijn. Uit Mattheüs
24:6-7 blijkt dat er voorafgaand aan Zijn komst oorlogen en geruchten
van oorlogen zullen zijn, maar nog is het einde niet. Er zullen hongersnoden
zijn en aardbevingen, maar dit is nog maar het begin van alle smarten.
Het begin van bijvoorbeeld de eerste wereldoorlog is dus geen bewijs
dat de "tegenwoordigheid" van Jezus Christus is begonnen, want oorlogen
horen nog bij "het begin van alle smarten". Dat blijkt wel uit het feit
dat er al een tweede wereldoorlog is geweest, en dat is ook al weer
heel wat j aartjes geleden. Het volgende vers waarin het woord "parousia"
wordt gebruikt is Mattheüs 24:27.
Zo
zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet
uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet. Want gelijk
de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal
ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen. De toekomst (tegenwoordigheid)
wordt hier beschreven als een plotselinge gebeurtenis die zichtbaar
zal zijn van het oosten tot het westen, zoals de bliksem. In vers 26
hierboven voorzegt Jezus Christus dat er mensen zullen zijn die leren
dat Zijn "parousia" onzichtbaar zal plaatsvinden. Daarom leert hetzelfde
vers ons dat als men zegt: "Hij is in de binnenkameren," dat we dat
niet moeten geloven. Dat dit verborgen, oftewel onzichtbaar betekent,
blijkt ook uit het volgende vers, dat met "want" begint, waaruit blijkt
dat vers 27 een toelichting is op vers 26. Vers 27 legt ons vervolgens
uit dat Zijn "parousia" niet onzichtbaar zal zijn, maar "... gelijk
de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal
ook de tegenwoordigheid (parousia) van den Zoon des mensen wezen."
De
Bijbel leert ons dus dat Zijn komst bepaald niet onzichtbaar zal zijn.
In het vers hieronder wordt een van de laatste tekenen genoemd, (als
antwoord op de vraag: "Wat zal het teken zijn van Uw tegenwoordigheid?").
Mattheüs 24:30
En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen;
en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des
mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
Uit
bovenstaand vers blijkt dat al de geslachten (stammen) van de aarde
zullen wenen. Dat kan toch niet onopgemerkt gebeuren? Verder zullen
al de geslachten de Zoon des mensen zien. Ook dit is een duidelijk zichtbare
aangelegenheid. Ze zullen Hem zien, komende op de wolken des hemels
(precies zoals Handelingen 1:9-11 ons vertelt).
Handelingen
1:9-11
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en
een wolk nam Hem weg van hun ogen. Deze Jezus, Die van u opgenomen is
in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt
zien heenvaren.
Hij
voer zichtbaar ten hemel, totdat een wolk Hem wegnam, en op precies
dezelfde manier, maar dan omgekeerd zal Hij weer terugkomen. Zichtbaar
dus. Aangezien het teken van de Zoon des mensen niet gezien is in 70
na Christus, in de dagen na de verwoesting van Jeruzalem, blijkt hieruit
dat vers 29 nog in de toekomst ligt.
Mattheüs
24:29
En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden,
en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den
hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
Veel
gelovigen denken dat de "grote verdrukking" plaatsvond in de tijd van
de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Anderen leren dat we
nu in de "grote verdrukking" leven. Maar volgens de Bijbel ligt de "grote
verdrukking duidelijk nog in de toekomst, want het teken dat gegeven
wordt i.v.m. Zijn "tegenwoordigheid" [parousia] (vs. 30) en de oordelen
die daarop volgen (vs. 37) vinden plaats volgens vs. 29 "onmiddellijk
na de verdrukking van die dagen..." Zijn "tegenwoordigheid" vindt dus
ook plaats na de "grote verdrukking" die in Mattheüs 24:15-22 genoemd
wordt. (De verdrukking van 70 na Christus is slechts een voorafschaduwing
van de grote verdrukking die nog komt in de nabije toekomst. We vinden
de verdrukking van 70 na Chr. beschreven in Mattheüs 24:9:
Als dan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden,
en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil.
En
van de belegering van Jeruzalem in Lukas 21:20-22:
20
Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt,
zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is.
21 Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die
in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de
velden zijn, dat zij in dezelve niet komen.
22 Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven
is.
Verder
Bijbels bewijs dat Zijn "tegenwoordigheid" nog niet kan zijn begonnen
blijkt uit het feit dat als gevolg van zijn "tegenwoordigheid" er oordelen
over de aarde zullen komen. In Mattheüs 24:37 en 39 staat datzelfde
woord "parousia", waar het in verband wordt gebracht met de dagen van
Noach!
En
gelijk de dagen van Noach [waren], alzo zal ook zijn de tegenwoordigheid
van den Zoon des mensen. Want gelijk zij waren in de dagen voor den
zondvloed, etende en dankende, trouwende en ten huwelijk uitgevende,
tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging. En bekenden het niet,
totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de
tegenwoordigheid van den Zoon des mensen. (Mattheüs 24:37-39)
Zijn
"tegenwoordigheid" (parousia) wordt hier vergeleken met de dagen van
Noach. In deze dagen leefde men maar raak en men geloofde de prediking
van Noach niet, totdat de zondvloed hen wegnam! Toen de hemel openbrak
was het te laat voor hen. Zo zal het ook zijn wanneer Jezus Christus
terugkomt (parousia) zegt vers 39. Zoals in de dagen van de zondvloed
zullen deze oordelen alle ongelovigen van de aarde wegnemen, evenals
in de dagen van Noach. Op dit moment zit de wereld nog vol met ongelovigen
en goddelozen, dus uit het bovenstaande blijkt duidelijk, dat de parousia
van Jezus Christus niet in 1914 kan zijn begonnen en dat Hij dus ook
toen niet het koningschap kan hebben aanvaard, want de gelovigen hebben
daar niets van gemerkt. Ook de ongelovigen hebben daar niets van gemerkt,
en alle goddelozen gaan gewoon hun gang. Als Jezus Christus terugkomt
zal dat met macht en heerlijkheid zijn volgens vers 30: 30
En
alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen;
en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des
mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
maar niemand geeft Hem heerlijkheid op dit moment, behalve de ware gelovigen.
De
JG echter zeggen dat Jezus Christus al in 1914 is gaan regeren. De leringen
in de "wachttoren" komen van de "beleidvolle slaafklasse" die door Jehovah
is aangesteld om aan de overigen JG het geestelijke voedsel uit te reiken.
Men kan volgens hen alleen gered worden van het komende oordeel door
zich bij deze organisatie aan te sluiten. Maar deze organisatie leert
heel andere dingen dan de Bijbel. Zie het volgende citaat, dat letterlijk
uit de wachttoren is overgenomen.
(Wachttoren
15 jan. 1993) Zult u naar de hemel worden weggerukt?
*
Wanneer een buitenlands staatshoofd een land bezoekt, wordt de datum
van zijn aanwezigheid gewoonlijk bekendgemaakt. Dit geldt ook voor de
tegenwoordigheid van de Heer Jezus Christus. De Wachttoren heeft aan
oprechte onderzoekers van de bijbelse profetieën herhaaldelijk
bewijzen overlegd dat Jezus' tegenwoordigheid in hemelse Koninkrijksmacht
in 1914 is begonnen. Gebeurtenissen die sinds dat jaar hebben plaatsgevonden,
vormen een bewijs van Jezus' onzichtbare tegenwoordigheid, etc. (blz.
5)
*
Aangezien Jezus' tegenwoordigheid als koning in 1914 is begonnen zijn
wij nu ver gevorderd in de "tijd van het einde" van deze wereld. (blz.
6)
Bovenstaand
artikel zegt dat de tegenwoordigheid van Jezus Christus in 1914 is begonnen,
en men spreekt over herhaalde bewijzen die aan oprechte onderzoekers
zijn overlegd, maar in werkelijkheid kunnen er helemaal geen bewijzen
overlegd zijn, want zij zijn in strijd met wat de Bijbel als bewijzen
aanvoert. De Bijbelse bewijzen zeggen ons dat Zijn tegenwoordigheid
niet onzichtbaar zal zijn, want Zijn tegenwoordigheid zal zijn zoals
de bliksem die uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen. Verdere
bewijzen die de Bijbel ons leert zijn dat bij die gelegenheid al de
geslachten der aarde zullen wenen, en de Zoon des mensen zullen zien.
Wat betekent het als er staat dat Zijn parousia zal zijn met grote kracht
en heerlijkheid, als er verder niemand iets van merkt. Wat is dan de
kracht? En wie geeft Hem heerlijkheid?
Citaat:
(Wachttoren 15 Nov. 1992) Wie zijn wedergeboren? Bladz. 19.
* De apostel Paulus drukte Timotheüs op het hart: "[Blijf] in de
dingen die gij hebt geleerd en waarin gij door overtuiging zijt gaan
geloven, daar gij weet van welke personen gij ze hebt geleerd en dat
gij van kindsbeen af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs
kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Jezus
Christus"* (2 Timotheüs 3:14,15). Houd in gedachte dat die kennis
afkomstig was van God via "de getrouwe en beleidvolle slaaf". Mattheüs
24:45-47.
**
45 Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn
heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieder [hun] voedsel
te geven ter rechter tijd?
46 Zalig is die dienstknecht, welken zijn heer, komende, zal vinden
alzo doende.
47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen.
Vooral
aangestelde ouderlingen dienen waardering te hebben voor het voedzame
geestelijke voedsel dat door God via de getrouwe slaaf wordt verschaft.
Jaren geleden misten enkele ouderlingen die waardering. En waarneemster
merkte op dat deze mannen de artikelen in De Wachttoren bekritiseerden
en niet bereid waren dit tijdschrift als Gods kanaal der waarheid te
erkennen, terwijl zij altijd trachtten anderen te be•nvloeden net zo
te denken als zij.' Loyale ouderlingen trachten anderen echter nooit
te beïnvloeden om ook maar iets van het geestelijke voedsel waarin
God via de getrouwe slaaf voorziet, te verwerpen. Als Jehovah's opgedragen
Getuigen moeten wij allen loyaal aan hem en aan zijn organisatie zijn.
Vraag
7. (onderaan de bladzijde): Hoe dienen ouderlingen geestelijk voedsel
te bezien dat door God via de getrouwe slaaf wordt verschaft?
*
door middel van het geloof in verband met Jezus Christus. "In verband
met" moet "IN" zijn. De juiste vertaling is: Door het geloof in Jezus
Christus. Men moet geloven in Jezus Christus, niet aangaande (in verband
met) Jezus Christus. Dit is misleidend!
**Die
kennis van Timotheüs kwam niet van de beleidvolle slaaf maar van
zijn ouders. Ook hier wordt weer een misleidend verband gelegd. Redding
komt dus volgens hen niet niet doordat iemand zijn geloof en vertrouwen
op Jezus Christus stelt, maar komt door lid te worden van de organisatie
van JehovahÕs Getuigen. Want het tijdschrift "de wachttoren" is volgens
hen Gods kanaal der waarheid. In feite beweert men hiermee dat "de wachttoren"
door Jehovah geïnspireerd is. Maar als je deze logische gevolgtrekking
maakt, dan is dat ineens niet waar volgens hen. Wie gelooft er nu nog
dat de wachttoren Gods kanaal van de waarheid is? In dit schrijven is
duidelijk aangetoond dat De Bijbel iets anders leert! De conclusie die
we moeten trekken is dat de "de wachttoren" niet het kanaal van Gods
waarheid kan zijn, omdat de wachttoren Gods waarheid verdraaid. Dat
betekent dus ook dat de "beleidvolle slaafklasse" beslist niet de waarheid
verkondigt!
De
ware Christenen geloven dat deze "komst", waarbij Jezus Christus weer
"aanwezig" of "tegenwoordig" zal zijn nog in de toekomst ligt. De meesten
geloven dat deze "komst" zeer nabij is. Dit blijkt uit de tekenen in
de wereld, die door de Bijbel beschreven zijn. Hij zal dit keer niet
komen om te lijden en te sterven, maar om te oordelen en te heersen.
Dit zal voor ieder mens een duidelijke onbetwistbare en zichtbare aangelegenheid
zijn. Ik raad elke Jehovah Getuige aan om een oprechte Bijbelonderzoeker
te worden en de Bijbel werkelijk te gaan bestuderen i.p.v. zich te laten
misleiden door een organisatie.
1
Johannes 4:1
Geliefden,
gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij
uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.
.....
en
Mattheüs
24:26-27
Wanneer
men tot u zeggen zal: "Ziet Hij is in de binnenkameren" (of
Hij is in 1914 onzichtbaar gaan regeren), gelooft het niet, want gelijk
de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal
ook de toekomst (parousia) van den Zoon des mensen wezen.
De
70ste jaarweek
In
een eerder stadium hebben we het gehad over de" 70 jaarweken profetie"
uit Daniël 9. Het is de profetie die de JG wel een beetje bij 1914
betrekken maar waarbij ze ook stellen dat hij al vervuld is. Onkundig
van Gods Heilsplan met betrekking tot Israël en de vorming van
Christus Gemeente, komt men met de volgende verklaring. WT 1968, blz.
697, 698: (N.B.: Vlichthus: Wat tussen [ ] staat, staat niet in grondtekst).
De
rest van Daniëls profetie betreffende de zeventig jaarweken bevestigt
deze datums. In Daniël 9:26,27 (NW) wordt gezegd dat "Messias [zal]
worden afgesneden, met niets voor zichzelf", een gebeurtenis die zich
voordeed ná de 69 jaarweken en in het midden of "op de helft"
van de 70ste week. Aangezien deze laatste week, de zeventigste, logisch
even lang is geweest als elk van de andere negenenzestig weken, was
ze eveneens zeven jaar lang. Messias werd derhalve drieeneenhalf jaar
na de herfst van 29 G.T. afgesneden, op de helft van de zeven jaar zeventigste
week of in de lente van 33 G.T. "Op de helft van de week zal hij slachtoffer
en offergeschenk [officieel] doen ophouden", want toen heeft God het
Wetsverbond met zijn slachtoffers wettelijk opgeheven "door het aan
de martelpaal te nagelen" 9:27; Kol. 2:14). Dit schonk Jezus de tijd
om in zijn bediening de vier jaarlijkse Paschavieringen waarvan in de
Schrift melding wordt gemaakt, op te nemen.
GEBEURTENISSEN
TUSSEN 36 G.T EN 49 G.T. DATEREN
17
De andere helft van de zeventigste week nadat Messias aan de martelpaal
ter dood was gebracht, een periode van drie en een half jaar, liep tot
de herfst van 36 G.T., gedurende welke tijd Jehovah's speciale uitnodiging
om deel uit te maken van de hemelse Koninkrijksklasse nog altijd uitsluitend
tot de joden en de joodse proselieten werd gericht, zoals ook in de
profetie was voorzegd: "Hij moet het [Abrahamitische] verbond voor de
velen één week lang van kracht laten blijven" (Dan. 9:27,
NW). Om deze reden werd het goede nieuws van redding pas in de herfst
van 36 G.T. aan de heidenen bekendgemaakt, toen de apostel Petrus het
voorrecht ontving Cornelius en de leden van zijn huisgezin te dopen.
- Hand. 10:1-11:18.
Tot
zover de officiële verklaring van het einde van de 70 jaarweken
profetie. Wie weer niet oplet, denkt dat het wel zal kloppen. Maar met
deze uitleg met behulp van een woord omtrent het verbond dat er in die
grondtekst niet staat (Abrahamitische), maakt men zich er wel heel gemakkelijk
vanaf. Het is nergens op gestoeld dat het hier om het Abrahamitische
verbond zou gaan. Hoezo moest dat verbond versterkt worden? Was het
dan niet sterk genoeg? Had God dan half werk geleverd of zo? Deze vragen
zijn natuurlijk onzin want met het woord "versterken" wordt niet anders
bedoeld dat er een schriftelijke overeenkomst tussen twee partijen gesloten
wordt. Schriftonderzoek m.b.v. de oude talen maakt dat snel genoeg duidelijk.
Dat verbond moet een overeenkomst zijn tussen menselijke partijen want
God heeft het niet nodig om de verbonden die hij sluit schriftelijk
te bevestigen.
Andere
profetieën
In
de uitleg van de JG is het opvallend dat de andere profetieën die
samenkomen in de 70ste week van Daniël komen, helemaal niet aan
bod komen. Maar wat door de JG verzwegen wordt, wil niet zeggen dat
het verdewenen is uit de Bijbel. Neem bijvoorbeeld de profetie van Zacharia
12-14. In hoofdstuk 12 staat:
1
De last van het woord des HEEREN over Israël. De HEERE spreekt,
Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest
in zijn binnenste formeert.
2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen [tot] een drinkschaal der zwijmeling
allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering
tegen Jeruzalem.
3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot
een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen
gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich
tegen haar verzamelen.
4 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid
slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda
zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid
slaan.
5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners
van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen,
hun God.
6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige
haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en
zij zullen ter rechter [zijde] en ter linkerzijde alle volken rondom
verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.
7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de
heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van
Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.
8 Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en
die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David;
en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor
hun aangezicht.
9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen
alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem,
zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen
Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem
rouwklagen, als [met] de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen
over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die
rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht
van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het
geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
het geslacht van Simei bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
Wanneer
is deze profetie in vervulling gegaan? Vers 10 zegt toch dat ten tijde
van de grote benauwdheid die over Israël zal komen, zij (de de
Joden) Jehovah zouden aanroepen, waarna zij de Doorstokene zouden zien.
De JG weten wel wie die Doorstokene is maar plaatsen vervolgens de hele
gebeurtenis in 33 GT bij Jezus dood. Dat kan natuurlijk niet om de simpele
redenen dat de Joden toen bepaald niet in benauwdheid de Naam van Jehovah
aanriepen. Zij verwierpen massaal Zijn Zoon ten gunste van Barrabas.
Zij nagelden Hem aan het hout en doorstaken Hem. Het vervolg van de
profetie heeft toen dus ook niet plaatsgevonden, is de logische gevolgtrekking.
Er staat namelijk:
11
Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage
van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder;
Zij (de Joden) zouden een groot rouwgeklag voortbrengen omdat zij op
het moment dat ze God om hulp zouden roepen, constateerden dat zij Jezus
van Nazareth niet als Christus (Messias) erkend hadden maar Hem hadden
doorstoken. Voor ieder mens is het toch duidelijk dat het bovenstaande,
en nog veel meer, niet gebeurd is tijdens de door de JG verhaalde periode.
Dit betekent dat het allemaal nog moet geschieden. Het "profetisch woord
is" immers "zeer vast", zegt Petrus in 2 Petrus 1:19.
En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel,
dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere
plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.
Het
"profetisch" woord van de JG blijkt een heel wat minder vast te zijn.
Het is vaak een halve waarheid en een halve waarheid is in de praktijk
helaas niets meer dan een hele leugen. De Bijbel waarschuwt ons al vroeg
voor valse profeten. In Deuteronomium 18:20,22 staat:
20
Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord
in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken
zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.
22 Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken,
en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de
HEERE niet gesproken heeft; door trotsheid heeft die profeet dat gesproken;
gij zult voor hem niet vrezen.
"Gij
zult voor hem niet vrezen," zo eindigt de tekst. "Vrezen" in de Bijbel
staat voor "onderwerpen aan". Wij zouden ons dus niet aan een valse
profeet onderwerpen die uitspraken doet die niet door God ingegeven
zijn maar die toch in Gods naam uitgesproken zijn. Dit schriftgedeelte
laat zien dat het hier profetie‘n betreft die niet uitkomen. Wie dat
constateert, weet dat hij met een valse profeet te maken heeft. Zo'n
profeet zal gedood worden. Onderwerping aan zo'n profeet is dus totaal
zinloos. Onderzoek zelf de "profetieën" van Russell en van het
wachttorengenootschap en beoordeel zelf of Deuteronomium op hen van
toepassing is.
Bijbelstudie
Gelukkig
bestaan er ook andere gedachten over de "70ste week". Lees eens het
volgende verslag van een Bijbelstudie en concludeer dan zelf welke uitleg
Bijbels is en welke niet.
De 70ste jaarweek moet nog aanvangen!
Behandeld
door: Ab Klein Haneveld
26
En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar
het zal niet voor Hemzelve zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen
zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn
met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn
en vastelijk beslotene verwoestingen.
27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft
der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en
over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding
toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
De
genoemde verzen uit de "jaarwekenprofetie" van Daniël zijn de belangrijkste
verzen van het profetisch woord. Zeker 20 profetieën wijzen naar
de 70 weken van Daniël. Het zijn ook de verzen waarover veel verwarring
bestaat. Die grote verwarring komt voort uit een verkeerd begrip over
deze twee verzen. In deze bespreking worden de woorden uit de verzen
nog eens grondig onderzocht om te weten te komen wat de juiste betekenis
is van deze twee verzen.
Eerste
komst
Het eerste gedeelte van vers 26 is niet moeilijk. Daar staat duidelijk
dat na 62 weken de Messias "uitgeroeid" zal worden. Als we daar vers
25 bij betrekken dan weten we tot op de dag exact wanneer die 69 (7
+ 62 weken) afgelopen waren. Er staat: "Weet dan en versta: van den
uitgang des woords, om te doen wederkeren en om Jeruzalem te bouwen,
zijn zeven weken en twee en zestig weken; de straten en de grachten
zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden."
Volgens
Ab was dat, berekend onder andere aan de hand van Nehemia 2:1, in de
maand nisan van 445 vóór onze jaartelling. De meeste berekeningen
komen daarop uit of vlak daarbij. Meestal zit er een jaar verschil in
omdat niet iedereen goed raad weet met het jaar 0. In ieder geval is
hij tot nu toe nog geen betere berekening tegengekomen. 7 weken + 62
weken is dus 69 weken. De geprofeteerde weken moeten bezien worden als
jaarweken en 69 weken van 7 jaar is 483 jaar. Die 483 jaar zijn precies
om op het moment van Jezus "intocht" in Jeruzalem. Dus tijdens de eerste
komst van Christus. Tot zover is de berekening niet zo moeilijk te maken
en te volgen.
De profetie is echter in vers 24 begonnen met: Zeventig weken zijn bestemd
over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten en
om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen en
om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht en den
Profeet te verzegelen, en om de Heiligheid der Heiligheden te zalven.
Hier wordt duidelijk geprofeteerd dat een periode voor het volk en de
heilige stad (Jeruzalem) afgesloten zou worden. Na zeventig weken zou
de "Heiligheid der Heiligheden gezalfd worden", oftewel Gods Koninkrijk
gevestigd worden met daarbij een nieuw verbond of nieuwe start voor
Israël en Jeruzalem. Na 69 weken vonden deze gebeurtenissen niet
plaats en kwam er dus geen Koninkrijk. Een Koninkrijk dat nog steeds
niet op deze aarde gevestigd is.
Nauwkeurig
lezen
Sommige uitleggingen wijzen erop dat de 70ste jaarweek begon toen Jezus
met zijn bediening begon. De eerste 3 1/2 jaar zouden dan overeenkomen
met zijn 3 1/2 jaar bediening. Met zijn dood zou het gedeelte dat spreekt
over "en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer
doen ophouden" dan verklaard zijn. De tweede helft van de week ging
dan in vervulling met de verwoesting van Jeruzalem, ook al is dat minstens
35 jaar later. Deze uitlegging is nogal populair bij degenen die geen
rol meer voor Isra‘l als volk zien, die dus van mening zijn dat de 70
jaarweken profetie al is vervuld en die de kerk of de gemeente tot aan
de "jongste dag" zien.
Deze
uitlegging kan echter niet kloppen. Het vereist nauwkeurig lezen en
kennis van de grondtekst om te kunnen zien dat deze uitleg niet kan
kloppen. Allereerst bekijken we de uitdrukking in vers 25 "Messias den
Vorst". Na 69 weken zou de Messias den Vorst komen. Het woord vorst
betekent "erfgenaam van de troon". Het betekent ook voorste, eerste
en dat is ook de betekenis van het woord prins. De goede lezer weet
dus dat er na 69 weken geen einde zou zijn want de periode moest eindigen
met de komst van Christus als Koning. Achteraf gezien is dit ook zo
gebeurd. Christus heeft zich alleen nog maar als Erfgenaam gemanifesteerd
en nog niet als Koning.
De
uitdrukking dat de Messias na 62 weken "uitgeroeid zal worden" is niet
goed vertaald en zorgt voor verwarring. De Engelse King James vertaling
zegt: "Messiah shell cut off". Dit betekent een einde van de loopbaan.
De Vorst als Erfgenaam zou Koning moeten worden maar werd dat toen niet.
Het betekent dus niet dat hij gedood zal worden ten gunste van de mensen.
In het Oude Testament staat nergens dat Jezus zou sterven of dat Christus
zijn koninkrijk niet zou hebben. De uitdrukking: maar het zal niet voor
Hemzelve zijn, betekent dus dat "Hij niet zal hebben". Wat niet? Het
Koninkrijk niet, waarover in vers 24 gesproken wordt.
Ab
bewandelt bij dit gedeelte even een zijweg om duidelijk te maken dat
in het O.T. dingen bewust verborgen werden. Dingen die later in het
Nieuwe Testament geopenbaard werden. Dit was nodig omdat de uitleggers
in de tijd van Jezus niet konden zeggen dat Jezus aan de hand van de
profetieën niet de Messias kon zijn. Hij betrekt hierbij Daniël
2 (4 wereldrijken) en Daniël 2 (vier dieren). Zonder het boek Openbaring
vormde deze profetieën geen enkele belemmering voor een aanvaarding
van Jezus Christus als de Messias door de Israëlieten. De vervulling
van het tweede deel van vers 26 was ook verborgen in het O.T.
De
strekking van het tweede deel van vers 26 is dat er tot het einde toe,
d.w.z. tot aan de 70ste week toe, verwoesting zal zijn. De geschiedenis
van de Israëlieten en Jeruzalem bevestigt dit.
Verbond
Hoe
zit het dan met die 70ste week? De uitdrukking wordt zo niet genoemd
in Daniël 9:27. Wel staat er "een week" en dat past prima in het
genoemde rijtje 7, 62 en 1. Vers 27 maakt ook duidelijk dat de 70ste
week aanvangt op het moment dat er een verbond gesloten wordt. In de
tekst in de Statenvertaling staat het verbond maar omdat het Hebreeuws
geen onbepaald lidwoord kent, hoort het woordje "het" niet thuis in
deze tekst. De zin moet volgens een goede vertaling van het Hebreeuws
zijn: Hij zal de velen verbond versterken. Versterken betekent sluiten
of geldig worden. Dan is het verder interessant wie die "hij" is die
het verbond sluit. Volgens de Statenvertalers is het niet Jezus Christus
want ze schrijven hij met een kleine letter. Ab sluit zich hierbij aan
en wijst erop dat hier de vorst uit vers 26 bedoeld wordt (en een volk
des vorsten) die de stad Jeruzalem en het heiligdom zou verderven. Het
verbond uit vers 27 is dus niet tussen God en mensen maar tussen mensen
onderling. Ab z'n mening is dat hier wordt gesproken over het verbond
betreffende Oostelijk Jeruzalem als hoofdstad van de Palestijnen dat
naar verwachting binnenkort gesloten wordt tussen Arafat als leider
van de Palestijnen en de Israëlische leiders. De uitdrukking "de
velen" slaat dan op degenen die deel uitmaken van de staat Israël.
De vorst die komen zal, zal een verbond met de velen maken.
Als
we het gedeelte uit Daniël 6:8,9 hierbij betrekken dan wordt duidelijk
dat het hierbij om een op papier getekend verbond gaat.
8 Al de vorsten des rijks, de overheden en stalhouders, de raadsheren
en landvoogden hebben zich beraadslaagd een koninklijke ordinatie te
stellen, en een sterk gebod te maken, dat al wie in dertig dagen een
verzoek zal doen van enigen god of mens, behalve van u, o koning, die
zal in de kuil der leeuwen geworpen worden.
9 Nu, o koning gij zult een gebod bevestigen en een schrift tekenen,
dat niet veranderd worde, naar de wet der Meden en der Perzen, die niet
mag wederroepen worden.
De getekende verklaring waaraan nu, veelal achter de schermen, gewerkt
wordt is volgens Ab het verbond van de 70ste week. De eerste dag van
de ondertekening van dat verbond is de eerste dag van de 70ste week,
zei Ab. Israël zal vele concessies willen doen om vrede te sluiten
met de vijand. Juist de huidige omstandigheden dwingen Israël er
toe om concessies te doen, ook met betrekking tot de heilige stad Jeruzalem.
Joodse godsdienst
In
tegenstelling tot Bijbeluitleggingen die beweren dat het ophouden van
het spijsoffer en het slachtoffer in de helft der week, betrekking heeft
op de dood van Jezus Christus, maakt Ab duidelijk dat dit betrekking
heeft op de Joodse Godsdienst. Voor de orthodoxe Joden bestaat hun aanbidding,
volgens de Mozaïsche Wet, uit het brengen van slachtoffers en spijsoffers.
Dit gedeelte maakt dus duidelijk dat die hij (Arafat of zijn opvolger?)
het is die het slachtoffer en het spijsoffer zal doen laten ophouden.
In de praktijk komt het erop neer dat, na 3 1/2 jaar, de Joodse godsdienst
zich moet onderwerpen aan de maytrea en wordt verboden. Maar een klein
deel (orthodoxe Joden) zal zich daartegen verzetten. De anderen zullen
ten gunste van vrede de overname door het afgodsbeeld accepteren.
Afgodsbeeld
We zijn inmiddels aangekomen bij het laatste deel van vers 27. Daarin
wordt gesproken dat: "over den gruwelijken vleugel zal een verwoester
zijn". De gruwelijken vleugel betekent: afgodsbeeld (gruwel = afgod,
vleugel = bescherming + geestelijke dingen). De maytrea is satan en
is dus beslist een gruwelijkheid in de heilige plaats Jeruzalem. Geen
wonder dat de profetie zegt dat er over die gruwelijken verwoester een
verwoester zal zijn. Wij weten wie dit is. Christus zal zelf ingrijpen
aan het eind van de 70ste week. In de laatste regel van vers 27 staat
"zal uitgestort worden over den verwoeste". Het woordje over is niet
goed vertaald. Er hoort eigenlijk te staan: op. Wie Schriften met Schriften
vergelijkt, merkt ook op dat in Mattheüs 24:15 over dezelfde gruwel
der verwoesting wordt gesproken. Daar staat: Wanneer gij dan zult zien
den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël den
Profeet, staande in de heilige plaats, (die het leest de merke daarop),
Mattheüs 24 spreekt in z'n geheel over de wederkomst van Christus,
dus over de 70ste week en is alleen gericht aan het volk Israël.
Nieuw
tijdperk
De
70ste week van Daniël moet nog aanvangen en de tekenen van deze
tijd, gekoppeld aan het inzicht over de partijen die een rol spelen
in Daniël 9:26,27, maken duidelijk dat de laatste onderhandelingsrondes
tussen de Palestijnen en Israël over de heilige stad Jeruzalem,
een nieuw tijdperk gaan inluiden. Vóórdat de 70ste week
aanvangt, zal de Gemeente van Christus opgenomen zijn in de lucht.
-----
Tot
zover deze verklaring die wat ons betreft een eind maakt aan de verwarring.
Maar ook in deze geldt: overtuig uzelf!
Besluit
We
hebben in deze brochure het fundament van de JG (Christus onzichtbare
wederkomst in 1914) gewogen in het licht van de Bijbel. Wat ons betreft
is het veel te licht bevonden. Er is niet duurzaam op te bouwen. O ja,
voor een tijdje zal het wel gaan maar het fundament en daarmee het hele
imposante bouwwerk wat wij kennen als Organisatie van Jehovah's Getuigen
(of wachttorengenootschap) zal niet zo imposant blijken te zijn. Dat
zal de toekomst onherroepelijk aantonen. Het doet ons denken op welk
fundament wij wel dienen te bouwen en wat er uiteindelijk van ieders
werk aan het licht gebracht zal worden. 1 Korinthiërs 3:11-13 zegt:
11
Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is,
hetwelk is Jezus Christus.
12 En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke
stenen, hout, hooi, stoppelen;
13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren,
dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk
is, zal het vuur beproeven.
Het "werk" van de JG stort nu al als een kaartenhuis in elkaar, laat
staan als de wederkomst van de Here Jezus Christus werkelijkheid is
geworden. "1914" en de JG zijn niet bestand gebleken tegen een "vurig"
onderzoek. Het is een eigen godsdienst gebleken en niet een voor
God. Dat geldt overigens voor bijna alle onderwerpen die de JG verkondigen.
Kollossenzen 2:23 zegt daarover:
Dewelke
wel hebben een [schijn] rede van wijsheid in eigenwilligen [gods] dienst
en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, [doch] zijn niet in
enige waarde, [maar] tot verzadiging van het vlees.
Wie
de moeite neemt (en durft) de leringen van de JG te onderzoeken zal,
dat net zoals wij dat eens hebben moeten doen, moeten toegeven dat ze
niet overeenkomstig Gods Woord zijn. Als we dat doen onderwerpen we
ons aan Christus in plaats van aan mensen. Die onderwerping (= geloven
in) Christus zal ons eeuwig leven brengen.
Bijlage
Het
onderstaande zijn enkele gedeeltes uit brieven aan Jehovah's Getuigen
van een, inmiddels ex, JG-er.
1799
Begin
van de tijd van het einde (geleerd tot 1929)
"Dein
Königreich komme" 1926 p. 51
"Die Harfe Gottes" 1922 p. 220
WT 1923 Jahrgang 27 Nr. 6 p. 88
1872
Begin
millennium. 6000 jaar menselijke geschiedenis geëindigd. (Adam
geschapen in 4128 v.g.t.) (geleerd tot 1943)
WT
1921 Jahrgang 33, 1 Okt. Nk.19 (Voorpagina: 1928, seit Adam: 6056)
"Die
Zeit ist herbeigekommen" 1926 (p. 13 + 49)
1874
Christus
onzichtbare tweede tegenwoordigheid (geleerd tot 1929!)
"Die
Zeit ist herbeigekommen" 1926 (p. 165, 240, 189, 181) WT 1923 p. 23,
307
"Dein Königreich komme" 1926 p. 116, 177
"Das vollendete Geheimnis" 1926 p. 527
Op blz. 86, 87 en 88 (3 blz.!) 88 bewijzen voor het jaar 1874.
"Die Harfe Gottes" 1922 p. 221
"Die Zeit ist herbeigekommen" 1926 p. 228
Vertaalde
aanhaling uit WT. juni 1922 p .87: "De bewijzen dat Jezus Christus onzichtbaar
sinds 1874 tegenwoordig is, zijn vollediger, completer en talrijker
dan de bewijzen die de joden tijdens zijn eerste zichtbare tegenwoordigheid
hadden."
"Prophezeiung"
1929 p.70
Dezelfde
voorzeggingen heb ik vreemd genoeg ook nog voor 1878 gevonden. In plaats
van wereldvrede, kwam het absolute tegendeel: wereldoorlog.
1878
Jezus
begint zijn macht uit te oefenen. Opstanding voor hen met een hemelse
hoop. Begin Armageddon (zal eindigen in 1914).
"Zeiten
der Nationen" p. 97
"Die Zeit ist het herbeigekommen" 1926 p. 214, 215, 229.
"Das vollendete Geheimnis" 1917 p. 74, 181.
1881
vanaf
1881 geen hemelse roeping meer mogelijk.
"Die
Zeit ist herbeigekommen" 1926 p. 224 /5
1894
Einde
van de tijden der heidenen.
"Dein
Königreich komme" 1913 p. 296, 297
(In
het boek Zeugen Jehovas in Gottes Vorhaben p. 19 en 47 wordt ons verteld
dat de datum voor het aflopen van de "tijden der heidenen" altijd al
1914 geweest is.)
1910
Begin van de grote verdrukking tot 1974
"Dein
Königreich komme" p. 348, 349
Russell
voorzei 7 gebeurtenissen die in 1914 plaats zouden vinden. "Die Zeit
ist herbeigekommen" ed. 1926, p. 73 en 74:
1914
1)
Gods koninkrijk regeert op aarde
2) Koningen der Natiën vernietigd
3) Ook het laatste lid der 144.000 in de hemel
4) Jeruzalem wordt niet meer vertreden (letterlijke Jeruzalem)
5) Israëls blindheid zal worden weggedaan (Rom. 11:25)
6) Hoogtepunt en einde der grote verdrukking
7) Vervulling Daniël 2 : 34, 44
"Die
Zeit ist herbeigekommen" p. 73, 74
"Der Krieg von Harmagedon" p. 497:
Vernietiging
van alle politieke, kerkelijke en economische machten.
"Die
Zeit ist herbeigekommen" ("The time is at hand") ed. 1926 Verlagsrecht
1900. p. 165:
"Het
volgende hoofdstuk zal het bijbelse bewijs leveren, dat 1914 de exakte
datum van het begin der "tijden der herstelling" is en van de wederkomst
van onze heer."
Blz.
240:
"
..omdat de grote dag van Jehovah in het jaar 1870 begon en 40 jaren
duren zal." (Armageddon was dus in 1874 al begonnen en zou in 1914
tot zijn hoogtepunt en einde komen.)
Blz.
189
"
Zij zijn in overeenstemming met het getuigenis dat 1875 (beginnend met
oktober 1874), de datum van het begin der tijden der herstelling is."
"Wij
zijn al veertien (boek geschreven in 1889) jaren in deze Veertig jaar
durende dag des toorns; de voor ons liggende zesentwintig jaren zullen
ruim voldoende zijn, "alles wat geschreven staat", uit te voeren."
Blz.
86: "Een aantal bijbelteksten die, zogauw ze in samenhang en zin
begrepen worden bewijzen dat het tweede komen van onze Heer in de herfst
van 1914 plaatsvond, zijn:" en dan volgen er op blz. 86, 87, 88
en 89 meer dan 100 bijbelteksten.
Blz.
70: "Door de heilige schrift wordt bewezen, dat de tweede tegenwoordigheid
van de Heer Jezus Christus in het jaar 1914 na Chr. begon."
"Die
Zeit ist herbeigekommen" ed.1926 p. 228:
"Beslist,
wie de zaak zorgvuldig onderzoekt, moet toegeven, dat DE BEWIJZEN DAT
ONZE HEER NU TEGENWOORDIG IS, GROOT EN DUIDELIJK ZIJN, ALS DE BEWIJZEN
DIE DE JODEN VAN ZIJN TEGENWOORDIGHEID IN HET VLEES BIJ DE EERSTE ADVENT
HADDEN. En nu zijn niet alleen de profetische bewijzen van de tegenwoordigheid
van onze Heer vollediger, kompleter en talrijker, maar ook de tekenen
der tijd om ons heen."
"Prophezeiung,"
uitgegeven in 1929(!)
In
de boeken "Die Zeit ist herbeigekommen" p. 165 en "Dein Königreich
komme" p. 146, allebei uitgegeven in 1913, wordt de vernietiging der
nati‘n en der christenheid voor 1914 voorzegd. In latere uitgaven is
het verhaal hetzelfde gebleven, maar nu lezen we: "na, 1914".
Nader
onderzoek omtrent de uitspraken over het jaar 1914 leerde dat de uitspraken
die nu door de organisatie m.b.t. 1914 gedaan worden tot minstens 1929
(!) voor het jaar 1874 golden. (Dus meer dan een halve eeuw.)
1915
Daarna werden deze verwachtingen naar 1915 verschoven. ("Die neue
Schöpfung", uitg. 1926 Blz. 578.).
Toen
ook in 1915 niets gebeurde, werd de berekening veranderd en kwam er
10 jaar bij. (Berekening te vinden in "Das vollendete Geheimnis" Blz.
152, uitgave 1917).
1918
Volgens
een nieuwe berekening moest 7 jaar vóór 1925 de christenheid
vallen.
1918:
"opstanding der "Heiligen" daarna zal de "grote schare" nog hoogstens
3 jaar prediken maar in 1921 zal het einde komen."
1920
In de tijd vanaf 1917 tot 1920 zou de christenheid vallen om uiteindelijk
in 1920 totaal vernietigd te worden.
"The
Finished Mystery" p. 258, 548.
1921
Rond
het jaar 1921 zouden de anarchistische groeperingen net zo vernietigd
zijn als de christenheid. "Das vollendete Geheimnis" p. 269 35:15
"Das
vollendete Geheimnis" 1917 p. 71":
1925
De
oprichting van het koninkrijk in Palestina. "Das vollendete Geheimnis"
1922 p. 164 "De bewijzen voor 1925 zijn nog duidelijker als die voor
1914."
Het
hoogtepunt in Harmageddon werd "met absolute zekerheid" verwacht.
"Wij
verwachten met absolute betrouwbaarheid de na de verdrukking beginnende
opstanding van de gehele mensheid."
"Verder
mogen wij verkondigen dat veel mensen die nu leven niet behoeven te
sterven, omdat de Schrift zegt dat velen de verdrukking zullen overleven
en in het gouden tijdperk na 1925 zullen leven om dan met degenen uit
de opstanding aan de zegeningen van het eeuwige leven op aarde deel
te hebben.Ó
"Das
Goldene Zeitalter" (EW / Ontwaakt) 15. Mþrz 1924.
Blz.
79. -"Een eenvoudige berekening van deze jubeljaren brengt ons
tot dit belangrijke feit: Zeventig jubeljaren van elk vijftig jaar brengen
ons op een totaal van 3500 jaren. Omdat deze periode 1575 voor het jaar
1 begint, zou zij noodzakelijkerwijs in de herfst van het jaar 1925
eindigen."
Blz
88: "Gesteund op de hiervoor genoemde argumenten..... is het logisch
te concluderen dat miljoenen nu op aarde levende mensen in het jaar
1925 nog op aarde zullen zijn. Zo steunend op de beloften die in Gods
woord zijn gedaan, moeten wij tot de onbestrijdbare en positieve slotsom
komen, dat miljoenen thans levende mensen nooit zullen sterven."
"Millionen
jetzt Lebender werden nie sterben" p. 79, 80, 81, 88
WT van 1923 (D) blz.15:
"Het
jaar 1925 is zelfs nog scherper door de schrift getekend (als 1914)
omdat het is vastgelegd door de wet die God het volk Israël gaf."
"Das Goldene Zeitalter" 15.3.1924 (geen genummerde bladzijden)
"Wij
verwachten met volle zekerheid, dat de huidige grote verdrukking in
het jaar 1925 ongeveer in de herfst, zijn vreselijke hoogtepunt bereikt
en dan tot zijn definitieve einde komen zal."
(Ter
verduidelijking: In 1914 begon de eerste wereldoorlog. Men dacht dat
deze oorlog zijn hoogtepunt zou vinden in Armageddon. Toen dat niet
gebeurde, maar vrede gesloten werd, verklaarde men dat met Mattheüs
24:22: "terwille van de uitverkorenen zullen die dagen worden verkort",
maar men dacht nog steeds in de grote verdrukking te leven, die nu zijn
hoogtepunt en einde zou vinden in 1925).
"Der
Weg zum Paradiese" 1924 Blz. 214 -217:
"Het
jaar 1926 zou daarom ongeveer op 1 oktober 1925 beginnen. Het zou daarom
heel verstandig zijn te verwachten, dat kort na dit tijdstip de genade
Gods tot het joodse volk terugkeert."
Overigens wordt de spectaculaire slogan: "Miljoenen thans levende mensen
zullen nooit sterven", zo nu en dan nog gebruikt in de publicaties.
Maar het blijft een feit dat het fundament en de centrale inhoud van
de bewering: "Miljoenen thans levende mensen zullen nooit sterven" de
voorzeggingen omtrent het jaar 1925 waren. Deze voorzeggingen hebben
geen enkele vervulling gevonden.
Dat
geldt eveneens voor een andere voorspelling voor 1925:
Opstanding
van onder andere Abraham, Isaäk en Jakob
"Een
van de eerste dingen die moeten geschieden zal zijn, Jeruzalem tot hoofdstad
van de wereld te maken."
"Zonder
twijfel zullen vele jongens en meisjes die dit boek lezen, het beleven
wanneer Abraham, Isaäk, Jakob, Jozef, Mozes en vele andere trouwe
mannen uit de oude tijd in de heerlijkheid van hun "betere opstanding"
tevoorschijn komen, volmaakt in geest en lichaam."
"Wat
een voorrecht hebben wij, juist nu te leven en het einde van het oude
systeem en de komst van de nieuwe wereldorde te mogen zien. Van alle
tijden der wereldgeschiedenis is de tegenwoordige de wonderbaarlijkste."
Paradox
genoeg (maar eigenlijk diep triest) lezen we in het jaarboek van 1975
(D) Blz. 145 over dit jaar:
"Het
jaar was voor vele broeders een verdrietig jaar. Sommigen struikelden;
zij waren in hun hoop teleurgesteld. Zij hadden gehoopt dat de aardsvaders
op zouden staan. In plaats van dit als een "waarschijnlijkheid" te bezien,
dachten zij te lezen dat dit met "zekerheid" zou gebeuren."
"Volle
zekerheid" en "absolute betrouwbaarheid" worden "waarschijnlijkheid".
I.p.v. "ze hadden de trouwe slaaf geloofd wordt het: "ze hadden gehoopt".
Is dit een eerlijk presenteren van de feiten?
De gedachte dat de oude aartsvaders binnenkort op zouden staan leefde
nog lang na 1925 en wel tot 1950(!) (ÓJehovas Zeugen in Gottes Vorhaben"
Blz. 252). O.a. werd in 1930 het huis "Beth-Sarim" (Huis der Vorsten)
in San Diego/California gebouwd.
1930:
bouw van Beth Sarim (Huis der Vorsten)
1958: Op het niveau van het "besturend lichaam" wordt gediscussieerd
over de vraag of dit jaar voortaan als begin van Christus wederkomst
gezien moest worden. Dit naar aanleiding van ....
Zie
het boek "Crises of consiense" van R. Franz (voormalig lid van "besturend
lichaam" en neef van president F. Franz).
N.B.: (dit boek "gewetensconflict" is in het Nederlands leverbaar. Ook
bij Vlichthus Oss)
Het
belangrijkste jaartal wat toen volgde was 1975!
1975
6000 jaar menselijke geschiedenis voorbij, en vrijwel direct daarna
het begin van het duizendjarige vrederijk.
Ontwaakt
8 april 1969 blz 13:
"Het
feit dat er van de periode de de "laatste dagen" wordt genoemd, al vierenvijftig
jaren zijn verstreken, is zeer betekenisvol. Het betekent dat het NOG
MAAR ENKELE JAREN! zal duren voordat het verdorven samenstel van dingen
dat nu de aarde beheerst, door God wordt vernietigd."
EW
8.4.1969 p. 13+14
WT 15.11.1969 p. 692+693
WT 15.11.1968 p. 691:
Vertaling:
"Het verschil zal hoogstens enige weken of maanden maar in geen geval
jaren uitmaken."
En
692:
"Het
betekent niet noodzakelijkerwijs dat 1975 het einde van de eerste 6000
jaar van Jehovah's' zevende scheppings"dag" kenmerkt. Waarom niet? Omdat
Adam na zijn schepping enige tijd in de "zesde (?) dag" heeft geleefd."
"Het
tijdsverloop tussen Adams schepping en het einde van de zesde scheppingsdag
was dus, hoewel onbekend, betrekkelijk kort van duur."
"Het
zal hooguit een verschil van weken of maanden, niet van jaren, betreffen."
Ook
van deze "profetie" is niets uitgekomen.
Geslacht
Het
"geslacht" wat deze dingen heeft meegemaakt werd als volgt omschreven:
"
... personen die in 1914 al leefden en zagen wat er toen gebeurde en
die oud genoeg waren om zich die gebeurtenissen nu nog te herinneren."
(Waarheidsboekje blz. 94 en 95 ¤. 3)
"
... degenen die het zich ontvouwende teken van "de laatste dagen" vanaf
het begin ervan in 1914 met begrip hebben gezien." (Evolutieboekje blz.
172)
In de Ontwaakt (D) van 22.10.1984, blz. 5 lezen we daarentegen over
deze generatie:
"Wanneer
Jezus het begrip "generatie" in deze vorm gebruikte en wij dit op het
jaar 1914 toepassen, dan zijn degenen, die toen baby's waren, nu (1984)
70 jaar of ouder.
"
Waar de JG dus vroeger leerden dat deze generatie begon bij degenen
die 1914 bewust hebben meegemaakt, moest het genootschap zich door het
voortschrijden der jaren laten corrigeren en beweerde tot de herfst
van 1996 dat deze generatie begint bij degenen die in 1914 geboren zijn."
Samenvatting
Dus:
de jaren 1799, 1872, 1874, 1878 (opname der gemeente) en 1881 (einde
van de verzegeling der 144.000) zijn verleden tijd. Oud licht! De 1925-profetie
is vergeten. 1874 is ongemerkt overgegaan op 1914. 1872 werd vervangen
door 1975. Na de grote teleurstellingen van 1914 werden de profetieën
doorgeschoven naar 1918, later naar 1925. Toen ook dit niet klopte viel
men jaren later weer terug op 1914.
De
1914-profetie werd stilletjes uitgekleed; over bleef de voorzegging
van de "tijden der heidenen" en de onzichtbare komst van Christus. Het
zichtbare Jeruzalem werd het hemelse Jeruzalem, want het aardse Jeruzalem
wordt nog steeds door de nati‘n vertreden. Maar het hemelse Jeruzalem
is toch nooit bereikbaar geweest voor de natiën? Dit kan dus niet.
Wat
de onzichtbare wederkomst van Christus betreft, zit ik met het volgende:
Matth. 24:23 en 26: 23
Alsdan,
zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar,
gelooft het niet.
26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat
niet uit; Ziet, [hij] [is] in de binnenkameren; gelooft het niet.
Wat
zegt de slaaf tegen ons als wij vragen "Waar is uw Heer?" Het antwoord
is: "Hij is er wel, maar je kunt hem niet zien?" "Hij is in de binnenkamers".
Maar Jezus zegt ons toch: "GELOOFT HET NIET". Een onzichtbare wederkomst
is niet te controleren. Is het nu 1874 of 1914 of geen van de twee?
WT.
1.8.1972 Blz. 467:
"Jehovah
liet de mensen van de christenheid ... echter niet zonder waarschuwing.
Hij had een 'profeet' om hen te waarschuwen. Deze 'profeet' was niet
één man, (vroeger wél, toen was het Russell (Finished
Mystery 1917 blz. 532) maar een lichaam of groep van mannen en vrouwen.
Het was de kleine groep volgelingen van Jesus Christus die destijds
bekend stonden als Internationale Bijbelonderzoekers. Thans staan zij
bekend als Jehovah's christelijke getuigen. Natuurlijk is het gemakkelijk
om te zeggen dat deze groep als een "profeet" voor God optreedt. Het
is iets heel anders om het ook te bewijzen. Dit kan alleen worden gedaan
door het bericht te beschouwen. Wat wordt daardoor aangetoond?"
Het bericht heb ik grondig beschouwd. Het is duidelijk wat daardoor
wordt aangetoond.
WT. 15.6.1930 (D) blz.188:
"Hun
profetieën zijn niet uitgekomen. Daarom zijn zij valse profeten.
De mensen zouden er goed aan doen hen niet langer als betrouwbare leiders
vertrouwen te schenken. Nu zou men de vraag kunnen opwerpen: Hoe kunnen
wij weten, of iemand een ware profeet is? Wanneer iemand een ware profeet
is, zal zijn boodschap zich precies zo als ze geprofeteerd is, vervullen.
Maar is iemand een valse profeet, zal zijn profetie zich niet vervullen."
"Deze regel heeft ons God zelf, door Mozes, gegeven: "En ingeval gij
in uw hart zegt: "Hoe zullen wij weten welk woord Jehovah niet heeft
gesproken?" Wanneer de profeet in de naam van Jehovah spreekt en het
woord geschiedt niet of komt niet uit, dan is dat het woord dat Jehovah
niet gesproken heeft. In overmoed heeft de profeet het gesproken. (Deuteronomium
18:21,22) (In vers 20 staat: "die profeet moet sterven.")."
"Het verschil tussen een ware en een valse profeet bestaat hierin dat
de ene het woord van God spreekt en de andere eigen dromen en vermoedens.
Jer. 23:32:
"Zie, Ik ben tegen de profeten van leugenachtige dromen", is de uitspraak
van Jehovah," die ze verhalen en Mijn volk doen ronddolen wegens hun
leugens en wegens hun snoeverij." "Maar Ikzelf heb hen niet gezonden,
noch hun bevel gegeven. Zij zullen dit volk dus in geen enkel opzicht
baat brengen", is de uitspraak van Jehovah."
The
Finished Mystery, blz. 128:
"Satan is een ijverig student van bijbelprofetieën (Luk. 12:39);
maar omdat hij de heilige geest niet heeft, is hij niet in staat tot
deugdelijke conclusies te komen."
De
twee laatste citaten hebben mijn volle instemming.
Spreekt het wachttorengenootschap hier zichzelf een oordeel toe?
-----