|
WTG hanteert dogma's die elke Jehovah's Getuige moet aanvaarden
Openlijk
niet aanvaarden betekent onherroepelijk excommunicatie!
Het
WTG (wachttorengenootschap) laat bijna geen kans onbenut om de dogma's
van de kerken aan de kaak te stellen. De gemiddelde kerkganger zou "gevangen"
zitten in de valse leerstellingen van de kerken en dezelfde kerkganger
wordt verteld dat hij of zij moet overstappen naar de organisatie van
Jehovah's Getuigen. Bij die organisatie staat het WTG aan de basis van
de leerstellingen. Wie nu denkt dat de volgelingen vrij zijn om elke leerstelling
apart te accepteren of niet te accepteren, heeft het mis.
Zoals
de praktijk aantoont, wordt een JG die de belangrijkste leerstellingen
(dogma's dus) niet bijbels onderbouwd ziet en ze dus niet kan accepteren,
zo snel mogelijk uit de organisatie verwijderd. Alleen al om het simpele
feit dat Christus zelf Zijn Gemeente bouwt, kan dit eigenhandige optreden
van de "getrouwe en beleidvolle slaafklasse" niet. Die "klasse" is niet
Bjbels en van haar daden in Gods Naam hoeft men zich dus niets aan te
trekken. Helaas doen juist dat laatste heel veel mensen wel. Misschien
dat er onder die mensen zijn die nog eens willen nadenken of het WTG dogma'
mag uitvaardigen. Dogma's notabene die bijna geen van allen Bijbels juist
te onderbouwen zijn. Die onderzoekende mensen wijzen we op het onderstaande.
Elders op deze site kunt u over de diverse dogma's meer informatie krijgen.
Tussengevoegde opmerkingen van mijn kant staan in rood.
Vragen
van lezers, Wachttoren 1 augustus 1986
Waarom hebben Jehovah's Getuigen sommigen die nog steeds belijden in God,
de bijbel en Jezus Christus te geloven, uit de gemeenschap gesloten (geëxcommuniceerd)
wegens afval?
De
vraag alleen al staat haaks op wat de Bijbel zegt over geloof in God en
Christus. Ik pak voor het gemak maar de overbekende tekst uit Johannes
3:16
Want
alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige
leven hebbe. (SV)
Wie
geloof in Hem heeft dus het eeuwig leven en kan volgens Paulus
in o.a. Romeinen 8 nooit meer gescheiden worden van Christus. Dus ook
niet door excommunicatie via het WTG. Eigenlijk zou nu de discussie al
over moeten zijn. Voor het WTG dus niet; die moet uitgebreid gaan verklaren
waarom de bijbelse boodschap niet waar is.
Degenen
die een dergelijk bezwaar opperen, wijzen erop dat veel religieuze organisaties
die christelijk beweren te zijn, afwijkende zienswijzen toestaan. Zelfs
sommige geestelijken zijn het oneens met fundamentele leerstellingen van
hun kerk en blijven toch in aanzien. In bijna alle denominaties van de
christenheid bevinden zich modernisten en fundamentalisten die zeer met
elkaar van mening verschillen wat de inspiratie van de Schrift betreft.
Zulke
voorbeelden verschaffen ons echter geen basis hetzelfde te doen. Waarom
niet? Veel van dergelijke denominaties staan wijd uiteenlopende zienswijzen
onder de geestelijken en leken toe omdat zij van mening zijn dat zij niet
met zekerheid kunnen zeggen wat nu precies de bijbelse waarheid is. Zij
zijn als de schriftgeleerden en Farizeeën in Jezus' tijd, die in
hun onderwijs niet net zoals Jezus met autoriteit konden spreken (Mattheüs
7:29). Bovendien zijn religieaanhangers in de mate dat zij intergeloof
voorstaan, verplicht uiteenlopende geloofsovertuigingen niet al te serieus
op te vatten.
Maar
een dergelijke kijk op de kwestie is niet op de Schrift gebaseerd. Jezus
maakte geen gemene zaak met welke van de sekten van het judaïsme
maar ook. De tot die sekten behorende joden beleden geloof te stellen
in de God van de schepping en in de Hebreeuwse Geschriften, vooral de
wet van Mozes. Toch zei Jezus tot zijn discipelen dat zij zich moesten
'wachten voor de leer van de Farizeeën en Sadduceeën' (Mattheüs
16:11, 12; 23:15). Merk ook op hoe krachtig de apostel Paulus de kwestie
onder woorden bracht: "Ook al zouden wij of een engel uit de hemel u iets
als goed nieuws bekendmaken buiten hetgeen wij u als goed nieuws hebben
bekendgemaakt, hij zij vervloekt." Vervolgens herhaalde Paulus die verklaring
bij wijze van nadruk. - Galaten 1:8, 9.
Paulus
woorden zijn waar dus zouden we nu eerst eens moeten kijken of het "evangelie"
van het WTG hetzelfde is als het Evangelie van Paulus. Wie dat eerlijk
doet, constateert dat het WTG een ander evangelie verkondigt. Wie dat
doet is vervloekt en dat maakt in feite overbodig dat we het betoog van
het WTG verder lezen.
Het onderwijzen van afwijkende of uiteenlopende zienswijzen strookt niet
met het ware christendom, zoals Paulus in 1 Korinthiërs 1:10 duidelijk
maakt: "Nu vermaan ik u, broeders, bij de naam van onze Heer Jezus Christus,
dat gij allen in overeenstemming met elkaar spreekt en dat er geen verdeeldheid
onder u is, maar dat gij nauw verenigd zijt in dezelfde geest en in dezelfde
gedachtengang." In Efeziërs 4:3-6 verklaarde hij verder dat christenen
"er ernstig naar [moeten streven] de eenheid des geestes te bewaren in
de verenigende band van vrede. één lichaam is er en één
geest, zoals gij ook werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen;
één Heer, Žén geloof, één doop; één
God en Vader van allen".
Zou
deze eenheid bereikt en bewaard moeten worden doordat iedereen de Schrift
onafhankelijk onderzocht, zijn eigen conclusies trok en ze vervolgens
onderwees? Beslist niet! Fout, fout, iedereen moet
de Schrift afhankelijk van alleen God zelf onderzoeken. De Heilige Geest
zal het hem of haar verklaren. Christus zorgt voor de eenheid, gelukkig
is dit niet de verantwoordelijkheid van een gelovige. Door bemiddeling
van Jezus Christus heeft Jehovah God met het doel dit tegen te gaan "sommigen
gegeven als apostelen, . . . sommigen als evangeliepredikers, sommigen
als herders en leraren . . . totdat wij allen geraken tot de eenheid in
het geloof en in de nauwkeurige kennis van de Zoon van God, tot een volwassen
man". Ja, met de hulp van zulke bedienaren kon en zou gemeentelijke eenheid
- eenheid in leer en activiteit - mogelijk zijn. - Efeziërs 4:11-13.
Die leraren e.d. moeten Gods woord als voedsel brengen, wie dat niet doet
is niet door God aangesteld. Het feit dat het WTG verklaard "door God
aangesteld te zijn" zegt op zich niets. Het "andere evangelie" bewijst
dat dit niet zo is.
Het
is duidelijk dat iemand niet louter op basis van geloof in God, in de
bijbel, in Jezus Christus, enzovoort, kan worden beschouwd als een persoon
met wie Jehovah's Getuigen zich in aanvaarde omgang en in broederschap
kunnen verheugen. De rooms-katholieke paus en de anglicaanse aartsbisschop
van Canterbury belijden beiden hierin te geloven, en toch kan men niet
van beide kerken tegelijk lid zijn. Hier wordt de
grootste fout gemaakt die helaas heel vaak wordt gemaakt. Het gaat niet
om lid van een kerk zijn, het gaat om geloof in de Here Jezus Christus.
Het hele vergelijk is dus onzin.
Evenzo heeft iemand die alleen maar belijdt in dergelijke dingen te geloven,
hierdoor nog niet het recht zich een van Jehovah's Getuigen te noemen.
Nee dat klopt, wie belijdt in Jezus Christus als
Zoon (=erfgenaam) van God te geloven, heeft het recht zich Christen te
noemen. Voordat iemand door Jehovah's Getuigen als een goedgekeurde
verbondene wordt beschouwd, moet hij het geheel van ware bijbelse leerstellingen
aanvaarden, met inbegrip van de schriftuurlijke geloofsovertuigingen die
uniek zijn voor Jehovah's Getuigen. Wat houden die geloofsovertuigingen
zoal in? Nu komen we dus waar het omdraait. Niet
om Christus maar om het bewschouwd worden als een goedgekeurde verbondene
van de JG. Dat is niet Bijbels, tenminste, ik heb het niet kunnen vinden.
In dat licht is het dan ook terecht dat men wiijst op de eigen
geloofsovertuiging en leerstellingen. Ze zijn van het WTG en niet van
de Bijbel. Daarom zijn ze inderdaad wel uniek maar meteen ook niet "waar
bijbels".
Dat de grote strijdvraag die de mensheid onder de ogen moet zien, de rechtmatigheid
van Jehovah's soevereiniteit is en dat God vanwege de oplossing van die
strijdvraag goddeloosheid zo lang heeft toegelaten (Ezechiël 25:17).
(= onvolledig)
Dat Jezus Christus een voormenselijk bestaan heeft gehad en ondergeschikt
is aan zijn hemelse Vader (Johannes 14:28). (= niet
waar)
Dat er thans een "getrouwe en beleidvolle slaaf" op aarde is aan wie 'al
Jezus' aardse belangen zijn toevertrouwd', welke slaaf verbonden is met
het Besturende Lichaam van Jehovah's Getuigen (Mattheüs 24:45-47).
(= complete onzin)
Dat
1914 niet alleen het einde van de tijden der heidenen en de oprichting
van het koninkrijk Gods in de hemelen kenmerkte, maar ook de tijd waarop
Christus' voorzegde tegenwoordigheid is begonnen (Lukas 21:7-24; Openbaring
11:15-12:10). (= complete onzin)
Dat slechts 144.000 christenen de hemelse beloning zullen ontvangen (Openbaring
14:1, 3). (= complete onzin)
Dat
Armageddon, waarmee de strijd van de grote dag van God de Almachtige wordt
bedoeld, nabij is (Openbaring 16:14, 16; 19:11-21). (=
niet waar)
Dat
deze oorlog gevolgd zal worden door Christus' duizendjarige regering,
waardoor de gehele aarde in een paradijs zal worden veranderd. (=
het eerste is waar, het tweede deel van de zin niet)
Dat
de leden van de huidige "grote schare" van Jezus' "andere schapen" zich
hier als eersten in zullen verheugen. (= onvolledig)
- Johannes 10:16; Openbaring 7:9-17; 21:3, 4.
Hebben
wij een schriftuurlijk precedent voor een dergelijk strikt standpunt?
Ja, inderdaad! Nee, helemaal niet! Paulus
schreef over sommigen in zijn tijd: "Hun woord zal zich verbreiden gelijk
gangreen. Tot hen behoren Hymeneüs en Filétus. Dezen zijn
van de waarheid afgeweken, zeggende dat de opstanding reeds is geschied,
en zij ondermijnen het geloof van sommigen" (2 Timotheüs 2:17, 18;
zie ook Mattheüs 18:6). Ook hier weer de opmerking
dat de vraag gesteld moet worden wie van de waarheid af zijn geweken?
In Paulus tijd waren dat Hymeneüs en Filétus omdat zij leerden
dat de opstanding reeds was geschied. Ik leer dit in deze tijd niet de
opstanding waar Paulus over spreekt moet nog komen. Het WTG leert echter
wel degelijk dat de opstanding (sinds 1918) is geschied. Net zoals Hymeneüs
en Filétus leren ze onwaarheid dat zich verbreid als gangreen.
Niets wijst erop dat deze mannen niet in God, in de bijbel of in
Jezus' offer geloofden. Toch brandmerkte Paulus hen vanwege dit ene fundamentele
punt - wat zij over de tijd van de opstanding onderwezen - terecht als
afvalligen, met wie getrouwe christenen geen omgang zouden hebben. Paulus
zegt helemaal niets over het wel of geen omgang mogen hebben met Hymeneüs
en Filétus.
Evenzo
noemde de apostel Johannes degenen die niet geloofden dat Jezus in het
vlees was gekomen, antichristen. Het is heel goed mogelijk dat zij in
God, in de Hebreeuwse Geschriften, in Jezus als Gods Zoon, enzovoort,
geloofden. Hier blijkt maar weer eens duidelijk
uit dat het WTG het woord "geloven" niet snapt. Geloven betekent aannemen
wat je hoort en wat je niet ziet. Synoniem aan geloven is gehoorzamen.
Een gelovige dient geheel Gods woord te aanvaarden. Maar wat dit
punt betreft, dat Jezus werkelijk in het vlees was gekomen, waren zij
een andere mening toegedaan, en daarom werd de uitdrukking "antichrist"
op hen van toepassing gebracht. Johannes zegt verder nog over personen
die er dergelijke afwijkende zienswijzen op na houden: "Als iemand tot
u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem nimmer in uw huis en richt
ook geen groet tot hem. Want wie een groet tot hem richt, deelt in zijn
goddeloze werken." - 2 Johannes 7, 10, 11. Weer
stel ik eerst dat Paulus het nog steeds heeft over de "leer van Het Evangelie
van Christus". Dat is niet wat het WTG leert, die verkondigt het "evangelie
van het wachttorengenootschap". Daarnaast betekende groeten in die tijd
de uitspraak: "God zij met u". En dat klopt want van iemand (of een groep)
niet geheel Gods Woord aanvaardt kan niet gezegd worden dat God met hem
is, in de zin dat God met zo iemand wandelt of leidt.
Indien
een christen (die beweert in God, de bijbel en Jezus te geloven) de promotor
is van valse leerstellingen en hierover geen berouw heeft, kan het, in
navolging van zulke schriftuurlijke voorbeelden, noodzakelijk zijn hem
uit de gemeente te sluiten. (Zie Titus 3:10, 11.) Zoals
gezegd wat er ook gebeurd een groep kan nooit voor een individuele gelovige
bepalen dat hij of zij een "afvallige" als uitgesloten moet zien.
Indien iemand alleen maar twijfels heeft of niet goed op de hoogte is
van een bepaald punt, zullen bekwame bedienaren hem natuurlijk liefdevol
hulp bieden. Dit stemt overeen met de raad: "Gaat . . . voort barmhartigheid
te tonen jegens sommigen die twijfelen; redt hen door hen uit het vuur
te rukken" (Judas 22, 23). De ware christelijke gemeente kan er derhalve
niet terecht van beschuldigd worden op hardvochtige wijze dogmatisch te
zijn, maar ze kent wel veel waarde toe aan de eenheid waartoe in Gods
Woord wordt aangemoedigd, en ze bevordert die eenheid krachtig. Dat
laatste is absoluut waar. Alleen de Here Jezus Christus, het enige Hoofd
van dé ene grote Gemeente van Christus, die bevordert de eenheid
krachtig. Dat is helemaal geen taak van het WTG die in betrekkelijk korte
tijd (ruim 100 jaar) dat ze bestaat veelvuldig blijk heeft gegeven "terecht
beschuldigd te worden hardvochtig en dogmatisch te zijn".
------
Naschrift
Het
is beslist de moeite waard om de leringen van het WTG die wellicht altijd
als waar werden bezien, goed en eerlijk aan de hand van de Bijbel te beschouwen.
Wie ons als makers van deze site daarbij wil betrekken is welkom.
Er
zijn heel wat JG die vroeger uit een kerk zijn gegaan en toen zo ontzettend
blij waren van die onbijbelse dogmatische leringen bevrijd te zijn. Helaas
zijn zij in een nieuwe "kerk" gekomen waarin het WTG met weer dogmatische
leringen de volgelingen een zwaar juk oplegt. Ze hebben het jammer genoeg
niet in de gaten.
|