|
WTG leert dat Jezus Christus niet direct de middelaar is van alle mensen
Dat
was schrikken toen we hoorden dat het WTG leert dat Jezus Christus niet
direct de middelaar is van alle mensen. Dat kon toch niet waar zijn want
de Bijbel leert toch dat dit wel zo is, was onze eerste reactie. Het was
wel waar en het zette ons - achteraf gezien heel gelukkig - hevig aan
het denken. De leerstelling die heel expliciet in een boekje uit 1986
stond en later in de "Vragen van lezers" in 1989 omstandig werd
bevestigd, blijkt een belangrijke leerstelling geworden te zijn van het
WTG. Telkens komt het in hun leringen terug als er wordt gesproken over
"het Nieuwe Verbond". Volgens het WTG werd dit Nieuwe Verbond
gesloten met de 144.000 "losgekochten" uit Openbaring. Voor
het gemak koppelen ze dat zonder blikken of blozen - en in ieder geval
zonder bijbelstudie - aan de "kleine kudde" uit Lukas 12:32.
Het is een rare variant op de "vervangingstheologie" die ook
in de kerken gemeengoed is. De kerken en ook het WTG stelt zich in de
plaats van het letterlijke volk Israël zonder goed te kijken hoe
het nu werkelijk zit.
In
ieder geval is de officiële leer van het WTG dat:
1)
Jezus Christus is de middelaar van de 144.000
2)
De 144.000 de middelaar zijn voor de "grote schare" Jehovah's
Getuigen
U
gelooft het misschien niet maar dit is echt de officiële lering.
De aanhalingen uit de lectuur hieronder bewijzen dat. De leringen zijn
nooit herroepen, er wordt ook niet al te veel over gezegd maar de rest
van de leringen zijn subtiel doorspekt met de bovenstaande onbijbelse
en daarom verwerpelijke gedachte. Alvorens die aanhalingen te beschouwen
kijken we eerst even naar wat de Bijbel zegt over het middelaarschap van
Jezus Christus en daarna wat de Nieuwe Wereldvertaling van Jehovah's Getuigen
zegt. Daar staat namelijk wat anders dan in andere vertalingen en in de
Griekse grondtekst staat. Dat laatste is zelfs te bewijzen met een uitgaven
van het WTG zelf, de Kingdom Interlinear Translation. De onterechte toevoeging
in de vertaling van één woordje (soorten) in 1 Timotheüs
2:3-6 is bewust gedaan om het gedeelte te kunnen laten aansluiten bij
de doctrines over het gedeelde middelaarschap en de "kleine kudde
van 144.000". In de Statenvertaling staat het zo:
3 Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;
4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid
komen.
5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens
Christus Jezus;
6 Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de
getuigenis te zijner tijd;
In
de NWT staat het zo:
3
Dit is voortreffelijk en aangenaam in de ogen van onze Redder, God,
4 wiens wil het is dat alle soorten van mensen worden gered en tot een
nauwkeurige kennis van de waarheid komen.
5 Want er is één God en één middelaar tussen
God en mensen, een mens, Christus Jezus,
6 die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen
- [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te
worden afgelegd.
Het
toevoegen van "soorten" bij alle mensen in vers 4 maakt het
in de visie van het WTG mogeljk om te kunnen zeggen dat de Mens Christus
Jezus alleen rechtreeks de Middelaar is van de 144.000 en niet die van
alle mensen. Want "alle soorten" houdt niet noodzakelijkerwijs
alle mensen. Het sluit aan bij de vele kleurrijke tekeningen van
het WTG die allerlei soorten mensen laat zien in Gods Koninkrijk. Maar
in het aangehaalde tekstgedeelte staat toch heel duidelijk alleen maar
alle mensen. Daar draait het in het Evangelie om. Het hele Nieuwe Testament
gaat erover dat alle mensen door genade zalig kunnen worden door het geloof
van Jezus Christus en door het geloof in Jezus Christus. Het WTG is het
op dit punt dus blijkbaar niet met de Bijbelschrijver eens. Het WTG komt
met een voor hen "beter evangelie" door er een middelaar tussen
te voegen: de door hen zelf verzonnen klasse van 144.000 "geestelijke
Israëlieten". In de praktijk betekent het ook dat de JG gehoorzaam
dienen te zijn aan het "overblijfsel" van die 144.000 hier op
aarde. De Bijbel leert dat dus allemaal niet en daarmee wordt wat het
WTG zegt het woord van mensen met alle gevolgen van dien. De in rood
geschreven tekst is aanvullende tekst van mij.
Uit
het boekje ÒHet verlangen naar vrede en zekerheidÓ bladzijde 10 paragraaf
16
Net zoals het oude Israël via de middelaar Mozes in een verbondsverhouding
met Jehovah God stond, zo staat ook de natie van het geestelijke Israël,
"het Israël Gods", via een middelaar in een verbondsverhouding met
God (Galaten 6:16). Het is zoals de apostel Paulus aan zijn christelijke
medewerker schreef: "Er is één God en één
middelaar tussen God en mensen (in de SV staat:
"tussen God en der mensen"), een mens, Christus
Jezus" (1 Timotheüs 2:5). Was Mozes de middelaar tussen Jehovah God
en de mensheid in het algemeen? Neen, hij was de middelaar tussen de God
van Abraham, Isaäk en Jakob en de natie van hun vleselijke afstammelingen.
Evenzo is de Grotere Mozes, Jezus Christus, niet de Middelaar tussen Jehovah
God en de gehele mensheid. Hij is de Middelaar tussen zijn hemelse Vader,
Jehovah God, en de natie van het geestelijke Israël, die beperkt
is tot slechts 144.000 leden. Deze geestelijke natie is als een kleine
kudde van Jehovah's met schapen te vergelijken personen. - Romeinen 9:6;
Openbaring 7:4 Hier staat het dus zwart op wit en
volkomen irreël gebaseerd op de situatie in Mozes' dagen.
Op
het bovenstaande kwam nogal wat kritiek uit de eigen gelederen. Voor een
aantal JG was het de aanleiding de organisatie te verlaten. Pas in 1989
kwam er een officiële reactie op de commotie. Die werd gegeven in
een zogenaamde "Vragen van lezers". Zelf heb ik dat hele verhaal
in '86 en '89 gemist. Ik was er met m'n hoofd niet zo bij denk ik. Jammer
want misschien had ik dan al eerder zelf gaan denken.
Uit
"Vragen van lezers" Wachttoren 15 augustus 1989
Is
Jezus alleen de Middelaar voor met de geest gezalfde christenen of voor
de gehele mensheid, aangezien in 1 Timotheüs 2:5, 6 staat dat hij
de "middelaar" is die "zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige
losprijs voor allen"?
De bijbel bevat zowel grondleerstellingen als diepe waarheden, die vast
voedsel voor studie vormen. Eén zo'n studie houdt verband met de
rol van Jezus Christus als Middelaar. Normaal gesproken
is deze studie heel kort. De Bijbel zegt dat Jezus de Middelaar is van
alle mensen De apostel Paulus schreef: "Er is één
God en één middelaar tussen God en hier
had dus "de" tussen moeten staan mensen, een mens, Christus
Jezus, die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor
allen - hiervan dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis
te worden afgelegd." - 1 Timotheüs 2:5, 6. De
laatste zin is volkomen verkeerd vertaald! In het kader van dit artikel
past het niet om dat verder uit te leggen maar kijk er maar een goed naar.
Om
Paulus' woorden te begrijpen, moeten wij eerst beseffen dat de bijbel
twee bestemmingen voor getrouwe mensen uiteenzet: (1) volmaakt leven in
een hersteld aards paradijs en (2) leven in de hemel voor Christus' uit
144.000 leden bestaande "kleine kudde" (Lukas 12:32; Openbaring 5:10;
14:1-3). Wie niet goed oplet gaat hier al fout en
leest de rest van het artikel door de "verkeerde bril". Beide
beweringen zijn namelijk niet waar en de 2e is ronduit onzin. Het is dus
zwaar misleidend om te zeggen dat "om Paulus' woorden te begrijpen,
wij eerst moeten beseffen..." De christenheid leert dat alle
goede mensen naar de hemel gaan (dit is onterecht
generaliseren om zich te kunnen afzetten), welke onschriftuurlijke
stelling de algemene zienswijze heeft beïnvloed, zodat Jezus als
tussenpersoon voor al zulke mensen wordt beschouwd. Zonder
kennis van de bedelingen - die kennen de JG trekken zij in dit kleine
stukje diverse verkeerde conclusies. Wat geeft de bijbel echter
te kennen?
Na
deze verkeerde inleiding, die een niet goed oplettende lezer volkomen
de verkeerde kant opgestuurd heeft, gaat men naar de Bijbel kijken. Gek
genoeg begint men echter met het opvoeren van een of andere professor.
Blijkbaar heeft men tussen al die geleerden iemand gevonden wiens woorden
men wel kon gebruiken. Professoren die anders vertellen worden natuurlijk
niet genoemd. In een poging met Grieks, met naslagwerken en moeilijke
taal het intellectuele niveau van de betoging te verhogen, bereikt men
dat de gemiddelde lezer halverwege de draad kwijt is. En wat doet "de
gemiddelde oppervlakkige lezer" dan? Die denkt "het zal wel
goed zijn." Of: "Wat de geleerden zeggen zal wel kloppen."
Vervolgens gaat men weer over tot de orde van de dag. De meer geoefende
lezer die echt wil weten hoe het zit, ziet na een paar keer lezen dat
het hele betoog eigenlijk niet nieuws verteld. Dat was blijkbaar ook niet
de bedoeling de lering dat Jezus Christus niet de Middelaar is van alle
mensen moest overeind blijven staan ondanks dat de Bijbel anders leert.
De onduidelijkheid en het onbehaaglijke gevoel daardoor is niet verdwenen.
Lees a.u.b. niet als "de gemiddelde lezer" oppervlakkig verder.
Het
Griekse woord me'si·tes, dat voor "middelaar" wordt gebruikt, betekent
'iemand die zich tussen twee personen of partijen bevindt'. Het was een
'veelzijdige technische term uit de hellenistische rechtstaal'. Professor
Albrecht Oepke (Theological Dictionary of the New Testament) zegt dat
me'si·tes "een van de meest gevarieerde technische termen in het vocabulaire
van het hellenistische recht" was.
Maar
waarom gebruikt de bijbel een rechtsterm voor Jezus' rol als Middelaar?
Beschouw als achtergrond eens wat Paulus schreef over de Wet die God bij
de berg Sinaï aan het daar verzamelde volk Israël gaf: "Ze werd
door bemiddeling van engelen door de hand van een middelaar overgebracht"
(Galaten 3:19, 20). Die middelaar was Mozes. Hij was de bemiddelaar tussen
Jehovah en de natuurlijke natie Israël. Waartoe diende hij als tussenpersoon?
Opdat er een verbond, of wettig contract, tussen God en de natie gesloten
kon worden. Betekent dit dat er bij Jezus' rol als Middelaar een specifieke
wettelijke betekenis betrokken is? Ja. Let eens op Paulus' commentaar
in Hebreeën 8:6. Na gesproken te hebben over de tabernakel en andere
voorafbeeldingen onder het Wetsverbond, schreef hij: "Jezus [heeft] een
uitnemender openbare dienst verkregen, zodat hij ook de middelaar van
een dienovereenkomstig beter verbond is, dat wettelijk bevestigd is op
betere beloften." Het 'betere verbond' was het nieuwe verbond, dat in
de plaats kwam van het door Mozes bemiddelde verbond (Hebreeën 8:7-13).
Het nieuwe verbond was "wettelijk bevestigd". Het legde de basis op grond
waarvan sommige van Christus' volgelingen, te beginnen met de apostelen,
"toegang" kunnen verkrijgen "tot de heilige plaats", de hemel zelf. -
Hebreeën 9:24; 10:16-19. Let op "sommige
van Christus' volgelingen kunnen 'toegang' verkrijgen tot de hemel zelf".
Omdat JG niet weten hoe het zit, gaan zij maar bepalen wie wel of niet
"toegang" tot de hemel verkrijgen.
Er zijn ook nog andere aanwijzingen voor de wettige aard van Jezus' rol
als Middelaar van het "nieuwe verbond". Als commentaar op Gods belofte
uit Psalm 110:4 schreef Paulus: "In zoverre is Jezus ook degene geworden
die als borg [en'gu·os] van een beter verbond is gegeven" (Hebreeën
7:22). Dit is de enige keer dat het woord en'gu·os in de bijbel wordt
gebruikt. In The New International Dictionary of New Testament Theology
staat: "De enguos garandeerde dat een wettelijke verplichting zou worden
nagekomen." Derhalve fungeert Jezus als Middelaar van het nieuwe verbond
als een wettelijke borg dat "een betere hoop" verwezenlijkt zou worden.
- Hebreeën 7:19.
Elders
gebruikt Paulus nog een ander woord dat een wettelijke betekenis heeft,
namelijk ar'ra·bon, dat vertaald wordt met "onderpand". Hetzelfde woordenboek
zegt: "Het Gr. woord arrabon . . . is een rechtsbegrip uit de taal van
de zakenwereld en de handel." Merk op hoe Paulus deze wettelijke term
gebruikte: "Hij die ons heeft gezalfd, is God. Hij heeft ook zijn zegel
op ons gedrukt en ons in ons hart het onderpand van wat komen zal gegeven,
namelijk de geest" (2 Korinthiërs 1:21, 22). Maar ook op andere plaatsen
waar het woord ar'ra·bon voorkomt, heeft het te maken met Gods zalving
van christenen met de geest, waardoor zij als geestenzonen van God een
'eeuwige beloning of erfenis in de hemel' ontvangen. - 2 Korinthiërs
5:1, 5; Efeziërs 1:13, 14; zie Kingdom Interlinear Translation of
the Greek Scriptures. Bent u daar nog? Moeilijk
hè? Het wordt nog gekker want de volgende alinea start met een
"dus-conclusie" die taalkundig nergens op slaat. Het "dus"
zou een samenvatting van het daarvoor gestelde moeten zijn. Die "dus-conclusie"
die volgt is volledig onterecht!
Het
nieuwe verbond is dus duidelijk geen losse regeling die openstaat voor
de gehele mensheid. Het is een zorgvuldig geregelde wettelijke voorziening
die verband houdt met God en gezalfde christenen. De
voorzienig van het middelaarschap is voor iedereen, voor alle mensen ongeacht
het feit dat de meeste mensen niets van die voorziening moeten hebben
en er dus geen gebruik van maken.
Dit
dient ons te helpen 1 Timotheüs 2:5, 6 te begrijpen. Wat
een hoogmoed van de schrijvers! Hier werd de uitdrukking "middelaar"
gebruikt nadat het woord vijfmaal in eerder geschreven brieven was voorgekomen.
Timotheüs zou dus begrepen hebben dat Jezus' middelaarschap te maken
had met Zijn wettelijke rol in verband met het nieuwe verbond. Hoezo
zou Timotheüs begrepen hebben dat ..? Waren de schrijvers er soms
bij. Het is misleidend om zo andermans naam te misbruiken. In The
Pastoral Epistles, door Dibelius en Conzelmann, wordt erkend dat in 1
Timotheüs 2:5 'de term "middelaar" een wettelijke betekenis heeft',
en dat "hoewel in deze passage, in tegenstelling tot Heb 8:6, het [verbond]
niet wordt genoemd, men niettemin de betekenis 'middelaar van het verbond'
moet vooronderstellen, zoals de context laat zien". Professor Oepke merkt
op dat Jezus in 1 Timotheüs 2:5 wordt gepresenteerd als "de advocaat
en onderhandelaar". Weer die professor Oepke in
plaats van Gods Woord.
Een
hedendaagse illustratie helpt wellicht dit te verduidelijken, vooral als
u geen met de geest gezalfde christen bent. Alweer:
wat een hoogmoed! En dan te bedenken dat men hier alleen die paar duizend
JG bedoelt die het "overblijfsel van de 144.000 op aarde vormen.
Denk eens aan een rechtsgeding waarbij gebruik wordt gemaakt van de diensten
van een advocaat. Hij is in zijn functie misschien niet zozeer een advocaat
die voor recht pleit als wel iemand die bemiddelt of een wettelijk contract
tot stand brengt dat voor beide partijen acceptabel en nuttig is. Natuurlijk
bent u niet een van de partijen in dat rechtsgeding, dus in die zin fungeert
hij niet als uw advocaat. Toch kan hij een zeer intieme vriend van u zijn
die u in andere opzichten waardevolle hulp biedt. Oh,
oh wat wordt het werk en de positie van onze Heer hier gekleineerd.
Om
de onrust die was ontstaan onder sommige getuigen over bij welke middelaar
een "gewone" JG met een aardse hoop nou zou moeten zijn als
ie niet bij Christus als middelaar terecht kan, werd denk ik de volgende
alinea geschreven. Het is een halfslachtige oplossing geworden. Jezus
Christus is niet direct de middelaar maar via zijn middelaarschap tussen
God en de 144.000 kunnen Getuigen van dat "werk profiteren"
met eeuwig leven op aarde. In de praktijk en in gewoon Nederlands betekent
dus dat de "gewone" JG zich moet wenden tot het overblijfsel
van de 144.000. Alweer in de praktijk blijkt dat men dit begrijpt dat
het "besturende lichaam" van het WTG dit is en vervolgens gelooft
men alles wat dat clubje mensen zegt.
Soms
werpt het werk van een advocaat resultaten af die vele anderen tot voordeel
strekken. Dit is het geval met datgene wat Jezus op een wettelijke basis
tot stand brengt als Middelaar van het nieuwe verbond. Het brengt datgene
voort wat het Wetsverbond niet heeft kunnen voortbrengen, namelijk een
hemels "koninkrijk van priesters" (Exodus 19:6; 1 Petrus 2:9). Daarna
zullen gezalfde christenen in het Koninkrijk vanuit de hemel met Jezus
samenwerken om "alle natiën der aarde" te zegenen. - Genesis 22:18.
Degenen
uit alle natiën die de hoop koesteren eeuwig leven op aarde te ontvangen,
verheugen zich nu reeds in de voordelen van Jezus' diensten. Hoewel hij
niet hun wettelijke Middelaar is, omdat zij niet in het nieuwe verbond
opgenomen zijn (U leest het helaas goed, u als "gewone"
JG bent dus niet opgenomen in het Nieuwe Verbond), is hij degene
door bemiddeling van wie zij tot Jehovah kunnen naderen. Christus zei:
"Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader
dan door bemiddeling van mij" (Johannes 14:6). Allen die leven op aarde
zullen verwerven, moeten hun gebeden door bemiddeling van Jezus tot Jehovah
opzenden (Johannes 14:13, 23, 24) Dit is helemaal
niet zo, zoals het WTG het hier stelt. Jezus fungeert ook als een
mededogende Hogepriester die de voordelen van zijn slachtoffer ten behoeve
van hen kan aanwenden, zodat zij vergiffenis ontvangen en uiteindelijk
redding kunnen verwerven. Wat een moeilijke weg
legt het WTG aan terwijl het allemaal zo eenvoudig is. - Handelingen
4:12; Hebreeën 4:15.
Dientengevolge
gebruikt 1 Timotheüs 2:5, 6 "middelaar" niet in de ruime zin van
het woord die in veel talen gebruikelijk is. Er wordt niet in gezegd dat
Jezus een middelaar tussen God en de gehele mensheid is. Hoe
is het toch mogelijk om zoiets doms te beweren, ook na deze hele uiteenzetting.
Men kan toch niet echt denken dat een grote hoeveelheid woorden de simpele
waarden opzij kan zetten? Deze verzen hebben veeleer betrekking
op Christus als wettelijke Middelaar (of: "advocaat") van het nieuwe verbond,
aangezien dit de beperkte wijze is waarop de bijbel de term gebruikt.
Jezus is ook een overeenkomstige losprijs voor allen die in dat verbond
opgenomen zijn, zowel joden als heidenen, en die onsterfelijk leven in
de hemel zullen ontvangen. De apostel Johannes doelde op hen in 1 Johannes
2:2. Maar hij gaf te kennen dat anderen eveneens de voordelen van Christus'
slachtoffer zullen ontvangen: "Hij is een zoenoffer voor onze zonden,
echter niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld."
Juist ja, voor de gehele wereld, dus ook weer beschikbaar
voor alle mensen.
Degenen
van "de gehele wereld" zijn allen die eeuwig leven in een hersteld aards
paradijs zullen verwerven (dit is onvolledig gesteld).
Miljoenen van zulke goedgekeurde dienstknechten van God bezitten thans
die aardse hoop. Zij beschouwen Jezus als hun Hogepriester en Koning door
bemiddeling van wie zij dagelijks toegang tot Jehovah kunnen verkrijgen.
Het lijkt zo of dit de Weg is voor een gelovige
maar wie het onderzoekt ziet goed dat dit niet zo is. Zij verlaten
zich op Jezus' losprijs, die voor hen beschikbaar is, evenals deze beschikbaar
zal zijn voor mannen zoals Abraham, David en Johannes de Doper wanneer
zij uit de doden worden opgewekt (Mattheüs 20:28). Aldus zal Christus'
slachtoffer tot eeuwig leven leiden voor de gehele gehoorzame mensheid.
Ik
heb nog heel wat dingen onbesproken gelaten. Als ik alles moet aanhalen
wat het WTG in haar streven naar eigen leerstellingen in dit artikel heeft
gezegd, wordt het voor dit moment te moeilijk. Wie het wil weten kan evenwel
bij mij terecht.
[Voetnoten] Een bespreking van verbonden staat in De Wachttoren van 1
februari 1989, blz. 10-20. [Illustratie op blz. 31] Hier bij de berg Sinaï
trad Mozes als middelaar van het Wetsverbond op [Verantwoording] Pictorial
Archive (Near Eastern History) Est.
------
In
het boek "de Grootste mens" (1991) blz. 114 paragraaf 13 + 14
werd het volgende omtrent dit thema door het WTG gepubliceerd:
13 De offerandelijke dood van de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus
Christus, wordt ieder jaar door Jehovah's Getuigen herdacht op de gedenkdag
van "het avondmaal des Heren". Het ongezuurde brood waarvan degenen die
in het nieuwe verbond zijn opgenomen, gedurende dat "avondmaal" gebruiken,
symboliseert het volmaakte vlees van de Middelaar, en de wijn symboliseert
het zuivere, onbesmette bloed, waarin zich volgens de Schrift de waarde
bevond van het leven zelf van de Middelaar. - 1 Korinthiërs 11:20-26;
Leviticus 17:11.
14 Wanneer degenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen, tijdens "het
avondmaal des Heren" van de beker wijn van de Gedachtenisviering gebruiken,
drinken zij slechts in figuurlijk opzicht bloed, het bloed van de Middelaar
van het nieuwe verbond. Zo eten zij ook in symbolisch opzicht zijn vlees
wanneer zij van het ongezuurde brood van de Gedachtenisviering gebruiken.
Door dit te doen, geven zij, symbolisch gesproken, blijk van hun geloof
in het loskoopoffer van de Zoon van God, de Loskoper van de gehele mensheid.
In
het hoofdstuk "Gods nieuwe verbond nadert zijn voltooiing" blz
104, hoofdstuk 12 van het boekje ÒHet
verlangen naar vrede en zekerheidÓ, werd het volgende omtrent dit thema
door het WTG gepubliceerd:
Het
nieuwe verbond, dat in werking treedt krachtens Jezus' vergoten bloed,
vervangt het oude Wetsverbond. Jezus Christus treedt in dit nieuwe verbond
op als Middelaar tussen twee partijen - enerzijds Jehovah God en anderzijds
de 144.000 door de geest verwekte christenen. Het verbond voorziet niet
alleen in vergeving van zonden, maar maakt het ook mogelijk dat er een
hemelse natie van koning-priesters wordt gevormd.
Scheuring
Het
WTG neemt overigens al lang het afwijkende standpunt in over de middelaar.
In het boek "Verkondigers" (1993), hoofdstuk 28 met als titel
"Beproeving en zifting van binnenuit" staat de volgende passage:
Sommigen
echter die beleden christelijke broeders te zijn, uitten valselijk de
beschuldiging dat het tijdschrift The Watch Tower had ontkend dat Jezus
de Middelaar tussen God en de mensen is, dat het de losprijs had verworpen
en de noodzaak en het feit van de verzoening had geloochend. Niets hiervan
was waar. Maar sommigen die dit zeiden, waren prominente figuren en zij
trokken anderen als discipelen achter zich aan. Zij hadden wellicht gelijk
in enkele details die zij in verband met het nieuwe verbond onderwezen,
maar zegende de Heer wat zij deden? Een tijdlang hielden sommigen van
hen vergaderingen, maar daarna hielden hun groepen op te bestaan.
Dit
moet ergens in de jaren '20 geweest zijn, schat ik. Toen ontstond er dus
al scheuring omtrent het middellaarschap van Jezus Christus. En terecht,
alleen doet het WTG de hele zaak nu af met de opmerking "Sommigen
echter die beleden christelijke broeders te zijn, uitten valselijk de
beschuldiging...".
Daar
zijn twee dingen op te zeggen:
1) het is onkies om te insinueren dat de "beschuldigers" onterecht
zouden belijden christelijke broeders te zijn. Zij waren dat waarschijnlijk
wel, alleen waren zij vanaf toen geen leden meer van het WTG.
2) de beschuldiging was niet valselijk maar heel terecht. Dat kon en kan
iedereen nu simpel genoeg constateren. De vraag wie de leugen verkondigt
lijkt mij daarmee afdoende beantwoordt. De vraag of de God van Waarheid
de organisatie van JG leidt of niet leidt is daarmee eveneens helder beantwoordt.
Oss,
1999
|