|
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft [Hem] [ons] verklaard. (Johannes 1:18) In gesprekken met Jehovah's Getuigen die bereid zijn de leerstellingen van het Wachttorengenootschap te onderzoeken, komt het gesprek vroeg of laat (meestal vroeg) op het thema "Jehovah - Jezus" oftewel de Godheid, oftewel het Wezen Gods. In hun strijd tegen de klassieke drie-eenheid (die ik evenmin propagandeer) hebben de Getuigen geleerd dat het Wezen van Jezus Christus niet God is. Hij wordt op basis daarvan consequent niet op de positie (Naam boven alle naam) geplaatst die Hem toekomt. Het wachttorengenootschap heeft van de begrippen Vader en Zoon biologie gemaakt, heeft de Goddelijke Persoon van de Heilige Geest compleet weggeredeneerd als "werkzame kracht" en meent te moeten verkondigen dat de Waarachtige en Almachtige God maar onder één Naam bekend is: Jehovah. Het is niet eenvoudig de kromme gedachten die het wachttorengenootschap vaak bijna dagelijks in de hoofden van de volgelingen heeft gepompt, weer recht te krijgen. Dat kan alleen God zelf doen. Wij erkennen graag dat het niet in onze macht ligt dit te doen. Het is God die rijkelijk openbaart aan degene die onvoorwaardelijk in Hem en in Zijn Woord wil geloven. Wij hopen dat deze brochure een hulpmiddel is daarbij. Meer kunnen we er niet van maken. We hopen ook dat de lezer zich blijft verdiepen in Gods Woord opdat de Waarheid de leugen kan verdrijven. Het Wezen Gods Om enig inzicht te krijgen in het "wezen Gods" moeten we bij Hem zelf zijn. We vragen Hem als het ware ons uit te leggen, wie Hij is. Dat is niet eenvoudig omdat God als Schepper ontelbare malen hoger/groter is dan zijn schepsel de mens. Het bijkomende probleem is dat wij denken op basis van wat wij kennen en kunnen bevatten. Het is vooral gericht op wat wij zien of wat wij in onze gedachten aan "beelden zien". Wij maken een voorstelling van iets d.m.v. beeldjes om gedachten te concretiseren. Als wij bijvoorbeeld denken aan het begrip "brandweerwagen" zien we onmiddelijk in onze hersenen een beeldje of plaatje van die brandweerwagen. Dat kan omdat we ergens in ons leven dat al eens met onze ogen gezien hebben. Het plaatje is ergens op een bepaald moment vastgelegd. Als je naar - bijvoorbeeld - een inboorling gaat die nog nooit de combinatie tussen naam en plaatje gezien heeft, zal die persoon niet weten wat hij moet verstaan onder het begrip brandweerwagen. Als we toch dat begrip willen duidelijk maken, is het zaak om het begrip zo goed mogelijk te omschrijven met kenmerken en "beeldjes" die de persoon in kwestie wel kent. Zo komen we een heel eind, hoewel het totale plaatje waarschijnlijk niet eerder compleet zal zijn dan op het moment van aanschouwen van de beschreven brandweerwagen. Het origineel is dus alleen maar via beschrijvingen te benaderen maar nooit volledig te maken. Waarom dit voorbeeld? Het is bedoeld om aan te geven dat ook de Schepper een begrip aan zijn schepsel moest duidelijk maken dat het schepsel niet gezien had en ook niet kan zien omdat Geest nu eenmaal op zichzelf niet zichtbaar is. De uitwerking wel maar niet het Wezen op zich. God heeft er voor gezorgd dat Hij Zijn Wezen zeer uitgebreid beschrijft. Hij doet dat via namen die staan voor eigenschappen of kenmerken van Hem. Wie de Schrift bestudeerd met kennis van het Hebreeuws en Grieks komt zo heel wat namen en omschrijvingen tegen die wij ergens in onze geest kunnen plaatsen. We komen daar later op terug. Maar ook hier blijft het feit overeind staan dat wij "het gezicht" niet kunnen bedenken. Het definitieve beeldje is gewoon niet te maken. Dat was ook blijkbaar niet de bedoeling van de Schepper. Hij geeft ons de namen en kenmerken opdat wij Hem via die route zouden leren kennen. Daarnaast maakt Hij ons bekend met Zijn Heilsplan met betrekking tot de schepping. Dat doet hij ook in voor mensen te herkennen en te begrijpen begrippen. Hij gebruikt daarvoor begrippen als Vader, Zoon, Mens, Man en vrouw en zomeer. Op basis van die voor mensen te herkennen begrippen wordt "Gods plan der eeuwen" aan ons verklaard. Hierdoor kunnen we de "route" volgen. Wat we hierbij echter niet moeten doen is de fout maken dat, op basis van de door God gegeven beschrijvingen, te denken dat het wezen Gods hetzelfde is als biologie. Ik bedoel daarmee als God spreekt over Vader en Zoon, dat niet bij voorbaat wil zeggen dat het in werkelijkheid exact zo is als bij ons mensen. Uit Schriftonderzoek moet blijken of dit zo is of niet. Wat we in ieder geval niet moet doen, is doen wat de bijbelstudent C.T. Russel ooit deed. Die concludeerde dat het gewoon niet waar kon zijn dat Jehovah en Jezus in Wezen één zouden zijn omdat dit niet te begrijpen was voor hem. Die gedachte leidde uiteindelijk tot een beeld van het Wezen Gods en wat daarbij hoort dat misschien wel past in het menselijke denkbeeld maar dat God niet heeft opgeschreven. De voorstelling van zaken waarbij Jezus Christus een apart Goddelijk Wezen is die voortgebracht is door de Ware God (Jehovah) zelf, is veel te beperkt. De Godheid laat zich door dit "biologiseren" niet beschrijven; er zit veel meer achter. Het Wezen Gods is vele malen groter dan de biologie van de mens. Overigens wil dit niet zeggen dat de leer der kerken omtrent de drie-eenheid conform de Bijbel is. Die omschrijving (geloofsbelijdenis van Athanasius) is evenmin te staven met de Bijbel. De nadruk ligt bij dit dogma op drie-eenheid terwijl de Bijbel spreekt over de Vader, Zoon en Heilige Geest als drie-éénheid. Het gaat dus altijd om de ŽŽnheid in het Wezen Gods, hoe Hij zich ook uitdrukt of bekendmaakt aan de mens. Deze gedachte brengt de Bijbel ook altijd over. Bij Bijbelstudie is het daarom van belang dat je nooit de basiswaarheden uit het oog mag verliezen. Alles wat je leest of denkt moet kloppen met die basiswaarheden. Dit betekent dat als je iets leest wat volgens jou niet klopt met die basiswaarheden je het "probleem" niet moet zoeken in de basiswaarheden. Helaas gebeurt dit wel op grote schaal. Men begrijpt iets niet en i.p.v. dat verder te onderzoeken of gewoon te aanvaarden, gaat men sleutelen aan de basis. Die gang van zaken is altijd fataal. Je hebt dan al bij het begin de verkeerde afslag genomen waardoor je nooit meer op de goede weg komt. Nog twee dingen voordat we overgaan tot het Schriftonderzoek naar het Wezen Gods. Het eerste is: probeer te denken in functies, titels, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. Maak er dus geen biologie van! Het helpt als je het simpele voorbeeld vasthoudt dat elk mens op verschillende manieren bekend staat, zich uitdrukt en verschillende titels en functies heeft. Als voorbeeld neem ik mijzelf. Ik ben vader en zoon. Ik ben man van mijn vrouw, ik ben directeur, chauffeur, huiseigenaar, buurman, overbuurman, vriend, collega, inwoner, staatsburger, tekstschrijver, concertbezoeker en nog meer. Ik ben ze allemaal, sommige op dezelfde tijd en plaats, anderen alleen maar op een bepaald moment of alleen in die positie (overbuurman, concertbezoeker). Het is heel gewoon in ons leven dat we bekend zijn onder heel wat begrippen. Niemand zal verklaren dat ik niet vader en zoon kan zijn. Ik ben en blijf altijd - in wezen - dezelfde Wim de Goey. Wanneer nu de Godheid ter sprake komt, wordt het in een keer anders. Dan zou het ineens niet meer kunnen dat God - bijvoorbeeld - zelf Vader en Zoon is. Ik weet wel hoe het komt, ik heb het al eerder aangehaald. Het heeft alles te maken met begrijpen. In het voorbeeld van mijzelf is het namelijk allemaal nog wel te begrijpen omdat we het kunnen zien. Dat begrijpen wordt echter heel moeilijk, zoniet onmogelijk als we geconfronteerd worden met zaken als Jezus van Nazareth die als volkomen mens tot God de Vader bidt, terwijl uit de Bijbel blijkt dat het Wezen Gods zelf zich "geledigd heeft" om volkomen mens (vanaf de geboorte) te worden. Hoe kan dat? Hoe kan God op de aarde zijn en toch ook in de Hemel zijn? is de meest concrete vraag. Vervolgens wordt dat nog weleens geprobeerd te verklaren of te concluderen dat het dus niet waar kan zijn. Beiden zijn onterecht. Het is niet te verklaren hoe God dit kan doen! Concluderen dat het niet waar kan zijn, is het eigen begrip als maatstaf stellen. In onze positie tegenover onze schepper mag daarvan nooit sprake zijn. Hij is de Hoogste en niet de mens. Wat ons te doen staat is dus aanvaarden dat het zo is omdat God ons dat via Zijn Woord duidelijk maakt. Wij moeten God op Zijn woord geloven ook als wij de diepte van zijn uitleg niet snappen. Als gelovige werkt het altijd zo. Eerst Gods Woord aanvaarden en dan gaan we het begrijpen. Het werkt nooit andersom. Wie dit wel probeert zal merken dat God zijn Woord bewust gesloten houdt. Hij wil eerst "op Zijn Woord" geloofd worden voordat Hij de gelovige het begrip geeft waar de gelovige naar zoekt en dat God hem wil openbaren. Probeer eens met het voorgaande in gedachten het Wezen Gods te onderzoeken. Kijk vooral naar hoe het Wezen Gods Zich in onze tijd aan ons bekendmaakt. Welke "Naam des Heeren" dienen wij nu aan te roepen als wij onze toevlucht zoeken tot God? Vergelijk dat met hetzelfde begrip voordat Jezus van Nazareth op het aardse toneel verscheen. Wie is God? Hoe heeft Hij zich aan ons mensen, zijn schepselen, verklaard? Houdt daarbij altijd de basiswaarheden in gedachten en onderwerp je volledig aan God en Zijn Woord, ook wanneer dat betekent dat je je moet ontdoen van gedachten die altijd als waar aanvaardt hebt. Wie dat doet mag erop vertrouwen dat God hem of haar het Wezen Gods openbaart. Overigens is dat iets wat geen einde kent. Als wij Hem zoeken d.m.v. de Bijbel dan blijft Hij Zich aan ons openbaren. Net zoals je als kind in de samenleving met je vader hem steeds beter leert kennen, steeds beter leert wat er allemaal achter zijn - verschillende - namen zit. Taal Het tweede is een taalkundige aangelegenheid. Bedenk altijd dat woorden betekenis krijgen in de samenhang van de context. Hou ook goed in de gaten dat woorden staan voor begrippen en dat het dus zaak is weet te hebben van de begrippen zoals die ten tijde dat de woorden gesproken en geschreven zijn, van toepassing waren. De Bijbel verklaart de gebruikte begrippen altijd zelf. Dat vereist onderzoek maar het is veel veiliger dan af te gaan op de begrippen zoals wij ze persoonlijk en nu kennen. Het zou wel eens kunnen zijn dat die niet met elkaar overeenstemmen. Dan krijg je een ongelooflijke spraak- en begripsverwarring. Een mooi voorbeeld zijn de begrippen vader en zoon in de Bijbel. Zoek het maar na. Vader betekent altijd erflater en in sommige gevallen is dat ook een biologische aangelegenheid. In verreweg de meeste gevallen is er van een "biologische relatie" helemaal geen sprake. Hetzelfde kan gezegd worden van het begrip zoon. Soms is het ook biologisch maar altijd betekent het erfgenaam. In de Bijbel is de zoon degene die de erfenis (nalatenschap) van de vader ontvangt. Jezus wordt genoemd: De Zoon des mensen, De Zoon van God, de Zoon van Abraham, de Zoon van David. Hij was de wettelijke (niet biologische) Zoon van Jozef. Deze opsomming geeft uiting aan het feit dat Christus alles zou erven. Hij was in alles de Zoon, de Erfgenaam. Waar een zoon is, moet ook een vader of erflater zijn. Het nalatenschap is neergeschreven in een testament dat wordt uitgevoerd als de erflater gestorven is (Hebr. 9:16). Net zoals bij de "wedergeboorte" van een mens in het Nieuwe Leven, als nieuwe schepping, er geen sprake is van biologie is het dat bij de "verwekking" van Christus. De Bijbelse algemene en exacte begrippen over V(v)ader en Z(z)oon, zijn van groot belang om uit te zoeken en vast te houden. Algemeen gesteld kan worden dat begrippen altijd vanuit de Bijbel verklaard moeten worden en niet vanuit onze eigen (of dat van andere mensen) kennis en gedachten. Het woord "en" Er is nog een taalkundige kwestie waarop ik bij voorbaat wil wijzen omdat het veel onnodig onbegrip voorkomt. Het gaat om het voegwoord "en". Voordat ik Bijbelstudie ging doen, dacht ik eigenlijk nooit zo na over dit woordje. Het gekke was dat als ik dit woord in de Bijbel las met betrekking tot God en Christus het bijna altijd zag als een telwoord. Dat wil zeggen ik dacht altijd aan twee aparte zaken waar het woordje "en" werd gebruikt. Het duidde aan dat het een niet het ander was. Achteraf kan ik vaststellen dat dit kwam omdat ik het altijd zo geleerd heb. Ik las dus door "een gekleurde bril". In de taal maakt het woordje "en" echter helemaal niet dat verschil. Het woordje geeft meestal uiting aan dat er nog meer gezegd kan worden over of van het onderwerp in kwestie. Het is daarmee een voegwoord dat zinsneden aan elkaar verbindt. Het helpt als we een ander woord "lezen" waar "en" staat. Daar zijn meestal twee woorden voor: "namelijk" en "plus". Uit de context moet blijken welk ander woord we voor het woordje "en" dienen te lezen. "En" in de betekenis van "plus": Een en een is twee. Ik ben op vakantie en naar mijn oma geweest. "En" in de betekenis van "namelijk": Ik ben Wim de Goey en vader en zoon en echtgenoot en directeur en autobestuurder en vriend en ....... Bij het volgende voorbeeld kunnen we geen "namelijk" lezen. Toch weten we uit de context dat het woord "en" niet als telwoord gebruikt moet worden maar als aanduiding dat beide zaken die door het woord "en" aan elkaar gevoegd zijn, terugslaan op het onderwerp. Honden en katten zijn huisdieren. (let op: "huisdieren" is het onderwerp. De twee op zich verschillende dingen (honden, katten) zeggen iets over het ene onderwerp. De eenheid van beiden zit er in dat ze allebei huisdieren zijn. Probeer dit stukje taal te onthouden en toe te passen tijdens het Bijbelonderzoek naar het Wezen Gods. Het is eigenlijk een heel eenvoudig middel dat mij in ieder geval heel goed geholpen heeft. Het verklaart een heleboel. Tijdens deze Bijbelstudie worden diverse teksten meermalen gebruikt maar telkens met de nadruk op een verschillende deel van die teksten. Wie bereid is God te zoeken, Hem echt te leren kennen en te aanvaarden wat Hij zegt, welke consequenties dat voor de eigen mening ook heeft, zal door Gods Geest geleid worden in de Bijbelstudie naar het Wezen Gods. Basis De Bijbel geeft ons zowel in het OT als het NT inzicht in de basis van het Wezen Gods. In ieder geval wordt duidelijk gemaakt dat er maar één God is. Het is bij verder Bijbelonderzoek heel belangrijk dat die basisgedachte altijd en overal onthouden wordt. Als iets in tegenspraak lijkt, moeten we terug naar de basisgedachte en opnieuw beginnen. In ieder geval mag je nooit de basiswaarheid aanpassen. Hieronder volgen wat aanhalingen die spreken over dat er maar één God is. N.B.: de vetgedrukte en/of onderstreepte zijn door mijn geplaatst om snel te kunnen zien wat de hoofdgedachte van de aangehaalde tekst is. De teksten komen uit de Statenvertaling.
2 Samuël 7:22 2
Koningen 5:15 Jesaja
43:10 Jesaja
45:5 Jesaja
45:21 Jesaja
46:9
Markus 12:32: Romeinen
3:30 Jakobus
2:19 1
Korinthiërs 8:4-6 Bedenk bij dit laatste vers de "taalles" over "en". Vers 6 wordt dan: Nochtans hebben wij [maar] een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; (namelijk) [maar] een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem. Paulus zegt dat er helemaal geen afgoden en geen andere goden bestaan (behalve in de gedachten van mensen) en dat er maar één God is Die alle dingen gemaakt heeft. Dat is de ene Heere (Kurios) Jezus Christus die alle dingen gemaakt heeft. Paulus wist de basiswaarheid van één God en droeg dat ook zo uit. Via Paulus claimt God dat door Hem alles gemaakt is. In het OT doet Hij dat ook. Hij zegt daar ook dat Hij: Dezelfde, de Eerste en de Laatste is èn dat er behalve Hem geen God is. Bijv. in Jesaja 44:6 en 48:12-13:
Jesaja 44:6 Jesaja
48:12-13 God maak duidelijk dat Hij Dezelfde! is en daarom de Eerste en de Laatste, het Begin en het Eind. In het laatste boek van de Bijbel Openbaring (= aan het licht brengen, wegnemen van de bedekking, zichtbaar maken) wordt veelvuldig gewezen op de ene God die het "Begin en het Eind" is. Aangezien het een Openbaring is van Jezus Christus (Openb. 1:1) gaat het in Openbaring constant over Christus. In Openbaring wordt allereerst teruggegrepen op het algemene principe van de Godheid. Daarna wordt verklaard in Welke Naam alles samenkomt.
Openbaring 1:8 Hier wordt wederom vertelt dat de Kurios (Heere) de altijd Óin Zichzelf bestaandeÓ enige God, de Almachtige is. Aan het begin van het boek wordt die basiswaarheid aangehaald als basis waarop ontvouwen wordt dat Jezus Christus met recht deze principes op Zich van toepassing acht. Bekijk eerst eens enkele teksten uit Openbaring. Er zijn er overigens nog heel wat meer dan hieronder vermeldt. Openbaring
4:8 Openbaring
11:17 Openbaring
15:3 Openbaring
16:7 Openbaring
19:6 Openbaring
21:22 Over de Heere (Kurios) staan hier drie dingen: Hij is de almachtige God, Hij is de Tempel en Hij is het Lam. Op welke Naam is dit van toepassing?
Openbaring 22:12,13 Zo'n beetje op het allerlaatst zegt Christus zelf dat Hij het Begin en het Einde en de Eerste en de Laatste is. Alle bedekking is weggenomen. Hij (Christus) is volledig geopenbaard als de Almachtige God zelf. N.B.: Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in de brochure "Aanpassingen in de Nieuwe Wereldvertaling; Heere (Kurios in het Grieks) Jehovah of Jezus Christus." (Uitgave van Vlichthus Oss) In Openbaring staat nog iets dat goed zichtbaar wordt als je een paar verspreide teksten onder elkaar zet. Wat tussen ( ) staat is door mij gedaan. Openbaring
1:1,2,6 Bijna op het eind in Openbaring 22:16 wordt duidelijk wie God is die de engel om te getuigen gezonden heeft: Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. Heiland en Zaligmaker Een onderzoek (vergelijk OT met NT) naar de woorden Heiland en Zaligmaker helpt ons weer een stuk verder. Heiland en Zaligmaker zijn begrippen/namen die direct in verband worden gebracht met God zelf.
Hosea 13:4 Let op: De naam Heiland (Zaligmaker) wordt hier door de HEERE (Jehovah) geclaimd. Er is ook geen ander zegt Jehovah. In de volgende teksten uit het OT is de Heiland Jehovah.
Jesaja 43:3 Jesaja
43:11
Jesaja 45:15 Aan het eind van het OT profeteert Zacharia (in 9:9) aan Israel, dat de Heiland (Jehovah) verwacht, het volgende: Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen. Hier wordt verteld hoe de Heiland en Koning die men verwacht zou komen. Wij die het NT kennen weten dat het hier om Jezus gaat. In het NT wordt de Heiland die men verwacht genoemd onder het synonieme woord "Zaligmaker". Hieronder staan ze allemaal genoteerd. Merk op dat er vanaf dit moment geen een keer gesproken wordt over Jehovah als de Zaligmaker (Heiland). Het gaat altijd over Christus. Op een aantal plaatsen wordt de Zaligmaker expliciet God genoemd. Overal waar Heere staat, staat in het Grieks Kurios. Probeer de teksten heel langzaam te lezen en te te letten op onderwerp en wat er allemaal van dat onderwerp gezegd wordt. Lukas
1:47 Lukas
2:11 Johannes
4:42
Handelingen 5:31
Handelingen 13:23 Filippenzen
3:20 1
Timotheüs 1:1 1
Timotheüs 2:3 1
Timotheüs 4:10
2 Timotheüs 1:10 Titus
1:3 Titus
1:4 Titus
2:10
Titus 2:13 Verwachten wij de verschijning van Jehovah en Jezus of van Jezus Christus die onze Zaligmaker is en den groten God? Titus
3:4 Titus
3:6
2 Petrus 1:1 2
Petrus 1:11 2
Petrus 2:20 2
Petrus 3:18 1
Johannes 4:14 Judas
1:25 In de hiervoor aangehaalde verzen worden de begrippen God, Heere, Zaligmaker, Christus, Jezus Christus constant met elkaar verweven. Op een perfecte manier wordt verteld Wie de God en Zaligmaker is van de gelovigen. Verlosser Met God als Verlosser gaat het al precies zo. Eerst maar weer even de teksten in het OT bekijken.
2 Samuël 22:3 Psalm
19:14 (19:15) Psalm
40:17 (40:18) Psalm
78:35 Jesaja
41:14 Jesaja
43:14 Jesaja
44:6
Jesaja 44:24 Jesaja
47:4 Jesaja
48:17 Jesaja
49:7 Jesaja
49:26 Jesaja
54:5 Jesaja
59:20 Jesaja
60:16
Jesaja 63:16 Jeremia
14:8 Jeremia
50:34 In het Oude testament was het God Zelf Die zich onder de namen HEERE (Jehovah) en HEERE der Heirscharen (Jehovah Zebaoth) als enige Verlosser opwierp. De overgang naar het NT ligt direct in Lukas 2:11 waarin een Engel komt melden dat juist die dag geboren is waar men al die tijd naar uitzag. [Namelijk] dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. En hoe zou de komende Verlosser nog meer genoemd worden? Welke kenmerken zouden er in Zijn Naam zijn? De profeet Jesaja zegt in 9:6: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; De Christus zou Vader der eeuwigheid genoemd worden en Sterke God. Meerdere namen voor één Wezen, voor één God. Jezus van Nazareth werd de Christus met alle recht op de in Jesaja genoemde Namen. Paulus haalt in zijn beroemde betoog over Israël aan dat dat het Christus is Die de Vervulling is van de profetieën omtrent de Verlosser in het OT. Romeinen
11:26 Koning In het OT werd nadrukkelijk gezegd dat de HEERE (Jehovah) Koning zou zijn op de berg Sions. In het NT wordt dit weer toegepast op Jezus. Micha
4:7 Psalm
146:10 Zacharia
9:9 Mattheüs
21:5 De HEERE (Jehovah) zal tot in eeuwigheid regeren staat er in Micha 4:7 en aangezien Gods woord betrouwbaar en waar is, zal dat zo zijn. Als dan later een andere Naam wordt genoemd voor dezelfde Koning van Sion betekent dit natuurlijk niet dat Gods plan gewijzigd is. Dat Hij zich later bedacht heeft en een ander Wezen in Zijn plaats zette. Nee, Hij is Dezelfde maar onder een andere Naam. Als je er rustig over nadenkt is dit een volkomen normale zaak. Het was ook op een andere plaats door de HEERE (Jehovah) zelf voorzegd. In Zacharia 12:10 staat: Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als [met] de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. Uit de context blijkt heel duidelijk dat de Ik die aan het woord is, Jehovah is. Er blijkt ook uit dat deze tekst absoluut niet vervuld is tijdens de kruisiging van Jezus. Dit is nog toekomst. Het volk Israël heeft Jezus van Nazareth niet herkend en erkend. Men heeft Hem "gemist". Straks zal Israël in opperste nood uiteindelijk toch hun God aanroepen. Zij zullen de Naam JHWH (Jehovah) aanroepen en Wie zullen zij dan zien zegt Jehovah in Zacharia: Juist: Mij die ze doorstoken hebben! De Joden moeten dan constateren dat het Jezus is die zij doorstoken hebben. Zij moeten dan erkennen dat Jezus dus toch hun Verlosser en Zaligmaker was. Dat zij niet aan de naam Jehovah moesten vasthouden maar aan de Naam van Hem die als Zoon de erfenis in ontvangst had genomen, Jezus van Nazareth, de Heere en Christus. Voor Paulus was dit alles volkomen normaal. Als dienstknecht van de Heere Jezus Christus (door Hem persoonlijk aangesteld) draagt hij dat in al zijn brieven uit. Lees ze allemaal maar eens na en turf maar eens hoeveel keer dat Paulus op Christus wijst. Alle andere schrijvers in het NT wijzen alleen maar op God en noemen Hem de Heere Jezus Christus. Zij staan allen in Zijn dienst. Zoek dat maar eens na in de eerste verzen van elke brief in het NT. Zoals al eerder aangehaald over 1 Korinthiërs 8:4-6 zegt Paulus zegt dat er maar een God is en dat is Hij Die alle dingen gemaakt heeft. Dat is de ene Heere (Kurios) Jezus Christus die alle dingen gemaakt heeft, zoals Paulus zegt.
In Fillipenzen 2:5-11 zegt Paulus: Een ieder (alle tong) moet belijden dat de naam Christus Jezus gesteld is tot Naam boven alle naam. Er is geen hogere Naam en iedereen óók in de Hemel zal zich moeten buigen voor Christus. Dat kan alleen als Hij God zelf is. Jezus Christus is de Heere (Kurios) stelt Paulus. En terecht want hij beredeneert dat Christus Jezus het geen roof (iets toeëigen wat niet van jezelf is) achtte aan God gelijk te zijn. Volgens Paulus kwam Hij in de gedaante van een mens nadat Hij Zichzelf als God "vernietigd" (grondtekst: geledigd) heeft. In Hebreeën 1 beredeneert Paulus het zo: 1
God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken
hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken
door den Zoon; Paulus vertelt dat God in deze tijd spreekt door de Zoon Die het Afschijnsel, het uitgedrukte Beeld is van God. Tot de Zoon wordt gezegd: U troon o God en U o God! De Zoon is God staat daar en dat is volkomen in overeenstemming met wat Johannes ons over Het Woord onthult in Johannes 1:1,2
1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord
was God. Achteraf kunnen we vaststellen dat Christus als het Woord (Logos) van God te beschouwen is. In het begin van Gods Heilsplan had Hij voorzien in het uitdrukken van Zijn Wezen via Zijn Woord. Het stond voor de "grondlegging der wereld" al vast dat Zijn Woord zal uitgaan. In die zin was het Woord dus ook God maar het was ook God want het was iets van Hemzelf dat uitging. Met biologie heeft het weer niks te maken. Troon Wie zit er op de Troon van God in Openbaring? Openbaring
1:4 Openbaring
4:2 Openbaring
4:9,10 Openbaring
5:13 Openbaring
6:16 Openbaring
7:9 Openbaring
7:10
Openbaring 7:15
Openbaring 7:17 Openbaring
19:4 Openbaring
21:5 Openbaring
22:1 Openbaring 22:3 En geen vervloeking zal er meer tegen [iemand] zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; Er zit altijd maar één Iemand op één Troon. De laatste twee verzen maken heel goed duidelijk dat de Troon van God de Troon van het Lam is. Als er maar één Troon is waarop maar één iemand is, wil dat zeggen God en het Lam één en dezelfde moeten zijn. Het Lam is Christus, Christus is dus God zelf. Aanbidden Wie moeten wij aanbidden? vraagt de mens die oprecht zijn Schepper zoekt. Het antwoord is te vinden in de Bijbel, in het OT en in het NT. Psalm
22:27
Psalm 95:6 Jesaja
27:13 Zacharia
14:17 Openbaring 15:3,4,9 3
En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang
des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij
almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der
heiligen! Jezus vertelde aan satan dat alleen God aanbeden mocht worden. Paulus vertelt in Hebreeën 1:6 dat alle engelen Hem (Christus) dienen te aanbidden. En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden. In de bijbel van de Jehovah's Getuigen (Nieuwe Wereldvertaling; NWT) is het woordje aanbidden overigens vervangen door "hulde brengen". Zo'n belachelijke vertaling kan alleen dan als de vertaler niet wil overbrengen dat Christus aanbeden moet worden want in de grondtekst staat echt hetzelfde woord Grieks: Proskuneoo. Een zeer verwerpelijke handelswijze en stevig bewijs dat er met de Bijbel geknoeid is om de eigen leerstellingen te bewijzen. In de afgelopen jaren dat ik Bijbelonderzoek heb gedaan en de NWT vergeleken heb met andere vertalingen en de grondtekst, is dit trouwens schering en inslag gebleken. In ieder geval is heel veel, zo niet alles, in de NWT omtrent Christus bewust verkeerd vertaald om de Godheid van Christus te verdoezelen. Voortgekomen uit het misplaatste idee dat wat een mens niet kan begrijpen dan ook maar niet waar is, heeft men (F. Franz van het wachttorengenootschap) de Bijbel aangepast. Gelukkig voor hen die geloven is dat echter niet mogelijk. De Waarheid komt namelijk altijd aan het licht. Ik raad een ieder aan de Bijbel (niet de NWT) oprecht, eerlijk en rustig te lezen en te bestuderen. Dan wordt het Wezen Gods ons duidelijk voor zover het ons gegeven is dat het duidelijk wordt. Wat we hiervoor besproken hebben is maar een deeltje van wat de Schrift ons op dit gebied allemaal duidelijk maakt. Heilige Geest Er is nog een ander deel van de Godheid waarover we het moeten hebben: de Heilige Geest. Wie de Godheid alleen maar wil kennen onder de Naam Jehovah, kan niks met de Naam Heilige Geest. Bij Jehovah's Getuigen is die dan ook weggeredeneerd als "werkzame kracht". In ieder geval als iets onpersoonlijks. Wat zegt de Bijbel ervan? Dat de in de Bijbel de Heilige Geest een Goddelijk Persoon is, blijkt uit zoveel Schriftplaatsen dat het niet doenlijk is ze allemaal te citeren. Ik concentreer me daarom op de voornaamste teksten. Vóór de stelling dat de Heilige Geest een Persoon is en geen "invloed", "uitstraling" of "werkzame kracht", pleit: A) Dezelfde woorden, die voor andere personen worden gebruikt, gebruikt de Schrift ook voor de Heilige Geest. Deze waarheid wordt ondermeer geïllustreerd in Johannes 14:16, 17, 18 en 26. 16
En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven,
opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; Hier noemt Christus de Geest "een andere Trooster" en gebruikt voor Hem dezelfde persoonlijke voornaamwoorden die Hij ook voor de Vader gebruikt. De persoonlijke voornaamwoorden "Hij" en "Hem" worden in deze verzen zes maal gebruikt. Via vers 18 zegt Jezus dat Hij zelf de Heilige Geest is en dat is volkomen in overeenstemming met de éénheid van God. De tweede groep schriftplaatsen is Johannes 16:7,8,13-15: 7
Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik
niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga,
zo zal Ik Hem tot u zenden. In het laatste vers zegt Jezus dat al wat God de Vader heeft van Christus is en dat Hij (Christus) tegen de Vader (God) heeft gezegd dat Hij (God) het (De Geest der waarheid, aangeduid als persoon) uit het Mijne (Christus) moet nemen. Kortgezegd staat hier dat de Heilige Geest dus uit Christus is. B) Van mensen wordt gezegd dat zij ten opzichte van de Heilige Geest zo handelen als te opzichte van een Persoon. (Jesaja 63:10), MattheŸs 12:31, Efeze 4:30, Hebree‘n 10:29). C) Van de Heilige Geest wordt gezegd dat Hij handelingen verricht die onmogelijk kunnen worden toegeschreven aan een "invloed", "uitstraling" of "werkzame kracht". (Johannes 3:6 en 14:26, Handelingen 8:29, 10:19, 13:2, 16:6,7, Romeinen 8:26. Wie deze teksten leest zal zien dat het dwaas is om die al die handelingen toe te schrijven aan een onpersoonlijke "werkzame kracht". De Heilige Geest is een Goddelijk Persoon naar de eigenlijke betekenis van dat begrip: een Godheid. De volgende argumenten zijn daarvoor in de Bijbel te vinden: 1) Hij wordt God genoemd (vergelijk Jesaja 6:8 en 9 met Handelingen 28:25,26 en Jeremia 31:31-34 met Hebreeën 10:15. Zie ook 2 Korinthiërs 3:18 en Handelingen 5:3,4): 3
En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat
gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des
lands? 2) De Schrift schrijft aan de Heilige Geest de eigenschappen van God toe, namelijk: alwetendheid, almacht, heiligheid. (Psalm 139:7-10, Genesis 1:2, Job 26:13, 1 Korinthiërs 2:9-11, Hebreeën 9:14). 3) De Heilige Geest verricht werkzaamheden die alleen bij God mogelijk zijn. Al de bij punt 2 aangehaalde teksten bewijzen dit. Zie ook: Job 33:4, Psalm 104:30, Lukas 12:11,12, Handelingen 1:16, 1 Korinthiërs 6:11, 1 Korinthiërs 12:8-11. Er zijn nog veel meer dingen te vertellen over de Heilige Geest. Het is de moeite waard om dat allemaal na te zoeken. In ieder geval gaat het altijd om een Persoon en niet iets onpersoonlijks en ondefinieerbaars als een "werkzame kracht". Maar ja die constructie was dan ook bedacht door mensen die hun eigen gedachten prefereerden boven Gods gedachten. God in het Oude Testament God is niet te beschrijven met één naam. Zijn Grootheid kan alleen in verschillende namen, functies en begrippen bekend worden gemaakt aan ons mensen. God heeft via meerdere "wegen" met de mens gecommuniceerd. Als Geest is hij niet te zien. Tegen Abraham sprak Hij als de Almachtige. In de gedaante van een mens kwam hij naar Abraham en Sara toe (Genesis 18). Vanaf Mozes en speciaal in verhouding tot Zijn verbondsvolk maakt Hij zich ondermeer bekend als HEERE (JHWH, Jehovah) (Exodus 3) Die naam betekent "Ik Ben Die Ik Ben". Hoewel Hij dus maar één God is maakt Hij zich in het OT onder meer dan één begrip of naam bekend. Let wel: Namen en begrippen doen geen afbreuk aan het gestelde dat er maar één God is. De verschillende namen zijn:
Afhankelijk van de toepassing drukt God zich uit, is Hij bekend via een Naam. Het is derhalve onterecht te stellen dat er maar één Naam is. Eén God is er wel. God betekent trouwens "Kracht" of "De Sterke", daarmee is het een Naam. De profetie van Jesaja (9) over de komende Zoon, geeft dat ook aan want daar wordt "Sterke God" als Naam genoemd. Het gebruik van verschillende namen voor de Godheid door elkaar heen, komt in het OT goed tot uitdrukking in Jesaja 48:16,17. De Heere HEERE zendt de HEERE. 16
Nadert gijlieden tot Mij, hoort dit: Ik heb van den beginne niet in het
verborgene gesproken, [maar] van dien tijd af, dat het geschied is,
ben Ik daar; en nu, de Heere HEERE, en Zijn Geest heeft Mij gezonden.
Deze tekst in Jesaja 49:1 past daar ook goed bij: Alzo zegt de HEERE: (vanaf dit moment is Jehovah aan het woord) In vers 4 en 5 dus ook waar staat: 4
De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete
met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen
morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden. Ook hier komt weer op een prachtige manier, in beeldspraak, tot uiting dat de Heere (Adonai) HEERE (Jehovah) de HEERE (Jehovah) "voortbrengt". De statenvertalers begrepen dit blijkbaar want ze schrijven consequent de woorden Ik en Mij van degene die aan het woord is met een hoofdletter. Daarmee geven ze aan dat hier niet in een keer tussendoor Jesaja aan het woord is. In Jesaja 52:6,7 vinden we nog meer. Het is een vooruitblik op de tijd die wij kennen als de tijd dat Jezus van Nazareth op het "toneel" was.
6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn
weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
Jesaja
56:6 Jesaja
60:22 en 61:1 (dit zijn aaneengesloten verzen)
Zacharia 2:5,8-12
Zacharia 3:1-2 Ook Jehovah's Getuigen zullen moeten erkennen dat al die Namen maar over één God spreken. In het OT is het voor hen blijkbaar geen punt om dat te erkennen. Vanaf het Nieuwe Testament is dat ineens anders. God in het Nieuwe Testament Het OT wijst op de komst van het NT. Het wijst er eveneens op dat God in zijn hoedanigheid als Vader een andere Naam (de Zoon) zou voortbrengen. Die zou verschijnen in een nieuwe functie (Christus, Messias = Gezalfde). Er wordt nergens gezegd dat een andere God zou verschijnen, logisch ook omdat dit in tegenspraak zou zijn met eerdere onthullingen. Op een andere Naam wordt wel gewezen. Voor de Namen uit het Oude Testament kwam één samengestelde (drie namen) in de plaats: het Griekse Kurios. Achteraf weten wij dat het Jezus van Nazareth was die uiteindelijk bij Zijn opstanding officieel werd aangesteld onder die nieuwe Naam en functie: Heere Jezus Christus. Paulus zegt in Handelingen 2:36 Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, [namelijk] dezen Jezus, Dien [gij] gekruist hebt.
Of in Fillippenzen 2:6-9 Jezus van Nazareth leerde zelf uit de Schriften dat Hij degene moest zijn die aangesteld zou worden tot Christus. Hij wist dat heel goed. Hij wist dat in het Plan Gods voorzien was in de komst van een Christus. Uit de Schriften wist Hij waar Hij vandaan kwam, wat Hem te doen stond en waar Hij naar toe ging. Met alle recht kon Hij zeggen wat in Johannes 8:58 staat: Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik. Eigenlijk staat er Ik ben. Jezus zegt dus dat hij de bij de Joden bekende "Ik Ben" was. Hij claimt hier God te zijn. Een mooi voorbeeld is de discussie omtrent het "zien van de Vader" in Johannes 14:7-11
7 Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader
gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien. Het lijkt erop dat Jezus een beetje moe wordt van de vraag "toon ons de Vader". Hij maakt dan nogmaals duidelijk wat ze volgens Hem al lang zouden moeten weten. Hij en de vader zijn één en dezelfde. Uiteraard moet bij dit gedeelte geen "biologie" betrokken worden maar louter de begrippen Vader als erflater en Zoon als erfgenaam. De apostelen hadden het altijd over hun Heere (Kurios) Jezus Christus. Geen enkele uitzondering is daarop. Conform de Schriften was het hun enige Heerser, God die hun bekend was onder de naam Heere Jezus Christus. Judas
1:4 Anders gezegd: Er is maar één Heerser en dat is God, namelijk onzen Heere (Kurios) Jezus Christus. God kunnen wij niet zien. Zijn Grootheid kunnen wij niet volledig begrijpen maar wel degelijk aanvaarden. We zijn dankbaar dat God in Zijn grote Genade Zich aan ons heeft willen openbaren. De volle openbaring laat nog op zich wachten maar wij danken de Almachtige God voor wat staat in Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft [Hem] [ons] verklaard. We hopen dat de organisatie van JehovahÕs Getuigen zo spoedig mogelijk zal doen wat Paulus zegt in 2 Korinthiërs 4:5 Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere (Kurios); en onszelven, [dat] [wij] uw dienaars [zijn] om JezusÕ wil. Wij onderschrijven van harte Paulus woorden in 2 Korinthiërs 5:18: En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. En ook de woorden van Petrus in Handelingen 4:12: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden. 2
Korinthiërs 8:9 Onze Heere (Kurios) Jezus Christus is om mijnentwil arm (Hij legde zijn Godheid af) geworden opdat ik rijk (eeuwig onvergankelijk leven, deel uitmakend van Zijn Lichaam) zou mogen worden. Dank U daarvoor Heer! 1
Johannes 5:20 Wij willen nooit vergeten dat Jezus Christus als Zoon van God gekomen is en dat Hij de Waarachtige God en het (ook ons) eeuwige Leven is. Wij hopen daarom echt dat iedereen doet wat in Filippenzen 2:11 staat: En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders. Altijd zal de volgende basiswaarheid overeind blijven: Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. (Romeinen 10:13) Wij zijn blij te weten dat voor ons in deze tijd den Naam des Heeren "de Heere Jezus Christus" is. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||